Tussen 1,1 en 1,8 miljard euro. Dat was het prijskaartje dat de Nederlandse regering eind 2011 kleefde op een eventuele organisatie van de Olympische Spelen in Amsterdam in 2028. Het was voor de regering-Rutte II voldoende om het plan te schrappen, al hoopt de Amsterdamse burgemeester Eberhard Van der Laan dat onze noorderburen zich in 2019 alsnog kandidaat stellen.
...

Tussen 1,1 en 1,8 miljard euro. Dat was het prijskaartje dat de Nederlandse regering eind 2011 kleefde op een eventuele organisatie van de Olympische Spelen in Amsterdam in 2028. Het was voor de regering-Rutte II voldoende om het plan te schrappen, al hoopt de Amsterdamse burgemeester Eberhard Van der Laan dat onze noorderburen zich in 2019 alsnog kandidaat stellen.De voorbereidende rapporten geven wel een goed beeld van de impact van de organisatie van een dergelijk evenement. Los van de 2 tot 2,5 miljard euro aan organisatiekosten, had Nederland elk jaar, tussen 2009 en 2016 alleen al, 250 tot 900 miljoen euro moeten investeren. Die inspanning zou tussen 400 en 950 miljoen euro per jaar hebben opgeleverd aan baten.Het voornaamste verschil tussen kosten en baten? De eerste component is materieel, in de vorm van harde valuta voor bouwwerken en infrastructuur; de tweede vooral immaterieel, zoals minder ziekteverzuim, levensduurverlenging of een verbetering van de sociale cohesie. De onrust in Brazilië toont op zijn minst de relativiteit van die immateriële winsten aan. Samen met de economische bloei die het land kende ten tijde van zijn kandidatuurstelling, verdween ook het enthousiasme in grote lagen van de bevolking en steeg de vraag naar alternatieve bestedingen voor het geïnvesteerde geld, in bijvoorbeeld onderwijs en sociale voorzieningen. Voorstanders van de organisatie van Olympische Spelen wijzen erop dat idealiter vooral het moment van investeren wordt beïnvloed, niet zozeer de omvang ervan. Investeringen in sportaccommodatie en vastgoed zouden zichzelf terugverdienen als ze via de markt kunnen worden geëxploiteerd of afgezet.Alleen wringt daar bijna steevast het schoentje. Ook Nederland, dat veel meer dan België de reputatie heeft een topsportland te zijn, heeft weinig sportaccommodaties die voldoen aan de olympische eisen, zoals een schietbaan met plaats voor 7000 toeschouwers of een stadion voor beachvolleybal met een capaciteit van 15.000 man.Meestal is er ook een reden voor waarom die er niet zijn: er is eenvoudigweg (nog) geen vraag naar. In bijna elke olympische stad - Sotsji zal wellicht de hoofdvogel afschieten - staat intussen accommodatie te verkommeren, gaande van de skischans in Sarajevo tot het olympisch zwembad in Athene. Idem voor het WK-voetbalstadion in Manaus, midden in de Braziliaanse jungle. Het Internationaal Olympisch Comité, en ook andere organisatoren van sportevenementen, besteden daarom de jongste jaren meer aandacht aan hun legacy, aanwatachteraf met de infrastructuur gebeurt. Zo wil Qatar het merendeel van de stadions voor het WK voetbal in 2022 modulair bouwen, zodat de bovenste ringen kunnen worden hergebruikt als tribunes voor kleinere stadions in Afrika. Maar veel bouwwerken blijven te groot en slechts voor eenmalig gebruik.Het meest tastbaar blijft achteraf doorgaans de niet-sportgerelateerde infrastructuur: luchthavens, snelwegen, openbaar vervoer. Niet zelden gaat het om grootschalige investeringen. Zonder sportevenement zouden die wellicht jaren langer uitblijven. Toch blijkt, zoals bij de bouw van het Brusselse Eurostadion, dat het spelen van drie of vier EK-wedstrijden geen garantie is om iedereen mee het bad in te krijgen.Ontegensprekelijk hebben Vlaanderen en België een probleem om grootschalige infrastructuurprojecten te realiseren. Oosterweel, het Gewestelijk Expresnet rond Brussel, een snelle tramverbinding Brussel-Zaventem, de lijst is lang. Een mega-organisatie zou wellicht een aantal van die zaken sneller in beweging krijgen.Tegelijk zou het een eenmalige oplossing zijn, die weinig doet aan de oorzaken van het uitblijven van resultaten: falende regelgeving met te complexe procedures, die soms te veel en soms te weinig aandacht hebben voor maatschappelijke inspraak en betrokkenheid. Nog meer dan olympische titels te willen behalen, zouden onze overheden de ambitie moeten hebben records in doordacht en efficiënt beleid scherper te stellen.