Het akkoord dat de onderhandelaars van het Parlement en de lidstaten bereikten sneuvelde eind maart alsnog in de Raad, en er kon geen nieuw compromis tussen de lidstaten en het Europees parlement gevonden worden.

Over het voorstel van Eurocommissaris Marianne Thyssen was de voorbije weken en maanden heel wat te doen. Hoewel het om een erg breed pakket van maatregelen gaat om de wetgeving over de coördinatie van sociale zekerheidsstelsels te moderniseren, sprong bij ons vooral het onderdeel rond de werkloosheidsuitkeringen in het oog.

Kernvraag: wanneer hebben werknemers uit een andere Europese lidstaat recht op een werkloosheidsuitkering? Na moeizame onderhandelingen bereikten de onderhandelaars van het Europees parlement en de lidstaten een paar weken geleden een akkoord.

Europese werknemers konden na één maand werken in een andere lidstaat een uitkering in dat land aanvragen. Dat betekent trouwens niet dat ze na één maand werken al recht hebben op een werkloosheidsuitkering, maar wel dat men vanaf die ene maand werken rekening kan houden met de gewerkte periodes in een vorige lidstaat om na te gaan of de persoon in kwestie genoeg gewerkt heeft om een uitkering te krijgen.

Ondanks dat akkoord waren er binnen de Raad toch voldoende tegenstemmen - onder meer van ons land - en onthoudingen om een blokkeringsminderheid te vormen.

De hervorming wordt nu over de verkiezingen getild. Het Roemeens voorzitterschap heeft de lidstaten daarover geïnformeerd, bevestigt de woordvoerster van Thyssen vrijdag. De Raad en het Parlement vonden nog geen nieuw compromis, terwijl de laatste plenaire vergadering van het Europees Parlement volgende week al plaatsvindt.