'Massale leegstand in serviceflats, forse financiële opdoffer voor verhuurders.' De titel in één van de kranten dit weekend sprak boekdelen. Uit de recentste cijfers van de Vlaamse Zorginspectie blijkt dat duizenden assistentiewoningen in Vlaanderen vandaag leeg staan. Veel mensen zijn misleid in hun investering en zijn hun leegstaande flat liever kwijt dan rijk. Ik wil daar toch een aantal kanttekeningen bij maken én meteen een goede oplossing aanreiken.

Dat er vandaag duizenden assistentiewoningen leegstaan, heeft verschillende oorzaken. Er werden de voorbije jaren niet alleen té veel assistentiewoningen gebouwd, sommige projectontwikkelaars bouwden ook zonder visie en op eender welke locatie. Met als enig doel: snel geldgewin. Ontwikkelaars die kozen voor goede locaties en dito zorg worden vandaag trouwens veel minder geconfronteerd met leegstand. Door de leegstand gingen uitbaters soms ook besparen op de zorgcomponent, zodat de bewoners niet altijd konden rekenen op de zorg waar ze recht op hebben. En de plannen voor de bouw van nog eens 1.000 assistentiewoningen dreigen het overaanbod in de toekomst alleen nog maar groter te maken.

Nochtans is er een eenvoudige oplossing voor dit maatschappelijke probleem: laat meer mensen met een beperking die jonger zijn dan 65 jaar - denk aan mensen met een fysieke beperking na een motorongeval waardoor hij/zij bijvoorbeeld de eigen schoenen niet meer kan knopen - toe om ook in een assistentiewoning te wonen. Op die manier kunnen die duizenden leegstaande assistentiewoningen toch gebruikt worden waarvoor ze gebouwd werden. Vandaag worden mensen met een beperking geconfronteerd met lange wachtlijsten voor aangepaste huisvesting. De overheid heeft zeker in deze tijden van corona en economische crisis het geld niet om deze wachtlijsten weg te werken. Assistentiewoningen hebben vele voordelen als huisvesting voor mensen met een beperking, maar daarover heerst vandaag veel onwetendheid, zowel bij de overheid als bij de ouders van mensen met een beperking.

Geef meer mensen met een beperking toegang tot leegstaande assistentiewoningen.

Ik roep Wouter Beke en zijn collega's van de Vlaamse overheid dan ook op om de leeftijdsdrempel van 65 jaar voor assistentiewoningen op te heffen, of het aantal toegestane uitzonderingen niet te beperken tot 25 procent van het totale aantal bewoners, zoals vandaag het geval is. Zo kunnen mensen met een beperking in de toekomst gemakkelijker toegang krijgen tot assistentiewoningen.

Wie zoals ik dagelijks in de zorgsector werkt, ziet dat ouders van mensen met een beperking hun zoon of dochter niet als enige willen laten wonen tussen senioren. Geef ze maar eens ongelijk. Zij willen terecht een sociale mix. Het is aan ons om te streven naar inclusieve woonprojecten, waar mensen van alle leeftijden die extra hulp nodig hebben welkom zijn. Mensen met een beperking hebben nood aan een lokale oplossing - dicht bij hun familie - voor hun huisvestingsprobleem.

Bovendien moeten we de zorg in een voorziening met assistentiewoningen meer afstemmen op de behoeften van het individu. Niet alleen zorgt een goede sociale mix voor een maatschappelijke meerwaarde. Mensen met een beperking, die niet altijd een plek vinden op de reguliere arbeidsmarkt, kunnen ook als vrijwilliger ingeschakeld worden in de werking van de assistentiewoningen.

Laten we tot slot vooral niet vergeten dat het hier om onze eigen oudere bevolking draait: onze ouders, grootouders, buren, ex-collega's, vrienden,... Daar willen we als maatschappij toch het beste voor? We staan nog lang niet aan het einde van deze gezondheidscrisis. Samen met de vergrijzing - want ook die hangt als een zwaard van Damocles boven ons hoofd - staan we voor misschien wel de grootste uitdagingen van de 21e eeuw. Wij, vanuit de vastgoed- en zorgsector zijn alvast bereid om hier mee te denken en oplossingen aan te bieden. Nu is het aan de politiek om de knopen door te hakken.

'Massale leegstand in serviceflats, forse financiële opdoffer voor verhuurders.' De titel in één van de kranten dit weekend sprak boekdelen. Uit de recentste cijfers van de Vlaamse Zorginspectie blijkt dat duizenden assistentiewoningen in Vlaanderen vandaag leeg staan. Veel mensen zijn misleid in hun investering en zijn hun leegstaande flat liever kwijt dan rijk. Ik wil daar toch een aantal kanttekeningen bij maken én meteen een goede oplossing aanreiken.Dat er vandaag duizenden assistentiewoningen leegstaan, heeft verschillende oorzaken. Er werden de voorbije jaren niet alleen té veel assistentiewoningen gebouwd, sommige projectontwikkelaars bouwden ook zonder visie en op eender welke locatie. Met als enig doel: snel geldgewin. Ontwikkelaars die kozen voor goede locaties en dito zorg worden vandaag trouwens veel minder geconfronteerd met leegstand. Door de leegstand gingen uitbaters soms ook besparen op de zorgcomponent, zodat de bewoners niet altijd konden rekenen op de zorg waar ze recht op hebben. En de plannen voor de bouw van nog eens 1.000 assistentiewoningen dreigen het overaanbod in de toekomst alleen nog maar groter te maken. Nochtans is er een eenvoudige oplossing voor dit maatschappelijke probleem: laat meer mensen met een beperking die jonger zijn dan 65 jaar - denk aan mensen met een fysieke beperking na een motorongeval waardoor hij/zij bijvoorbeeld de eigen schoenen niet meer kan knopen - toe om ook in een assistentiewoning te wonen. Op die manier kunnen die duizenden leegstaande assistentiewoningen toch gebruikt worden waarvoor ze gebouwd werden. Vandaag worden mensen met een beperking geconfronteerd met lange wachtlijsten voor aangepaste huisvesting. De overheid heeft zeker in deze tijden van corona en economische crisis het geld niet om deze wachtlijsten weg te werken. Assistentiewoningen hebben vele voordelen als huisvesting voor mensen met een beperking, maar daarover heerst vandaag veel onwetendheid, zowel bij de overheid als bij de ouders van mensen met een beperking. Ik roep Wouter Beke en zijn collega's van de Vlaamse overheid dan ook op om de leeftijdsdrempel van 65 jaar voor assistentiewoningen op te heffen, of het aantal toegestane uitzonderingen niet te beperken tot 25 procent van het totale aantal bewoners, zoals vandaag het geval is. Zo kunnen mensen met een beperking in de toekomst gemakkelijker toegang krijgen tot assistentiewoningen. Wie zoals ik dagelijks in de zorgsector werkt, ziet dat ouders van mensen met een beperking hun zoon of dochter niet als enige willen laten wonen tussen senioren. Geef ze maar eens ongelijk. Zij willen terecht een sociale mix. Het is aan ons om te streven naar inclusieve woonprojecten, waar mensen van alle leeftijden die extra hulp nodig hebben welkom zijn. Mensen met een beperking hebben nood aan een lokale oplossing - dicht bij hun familie - voor hun huisvestingsprobleem. Bovendien moeten we de zorg in een voorziening met assistentiewoningen meer afstemmen op de behoeften van het individu. Niet alleen zorgt een goede sociale mix voor een maatschappelijke meerwaarde. Mensen met een beperking, die niet altijd een plek vinden op de reguliere arbeidsmarkt, kunnen ook als vrijwilliger ingeschakeld worden in de werking van de assistentiewoningen.Laten we tot slot vooral niet vergeten dat het hier om onze eigen oudere bevolking draait: onze ouders, grootouders, buren, ex-collega's, vrienden,... Daar willen we als maatschappij toch het beste voor? We staan nog lang niet aan het einde van deze gezondheidscrisis. Samen met de vergrijzing - want ook die hangt als een zwaard van Damocles boven ons hoofd - staan we voor misschien wel de grootste uitdagingen van de 21e eeuw. Wij, vanuit de vastgoed- en zorgsector zijn alvast bereid om hier mee te denken en oplossingen aan te bieden. Nu is het aan de politiek om de knopen door te hakken.