Professor Luc Soete van de universiteit van Maastricht lanceert in dit blad een opmerkelijke stelling: "Een schuldratio van 60 procent voor het eurogebied is in dit tijdperk van lage rentevoeten totaal achterhaald. Een schuldratio van 120 procent is perfect houdbaar. Overheden worden geregeerd door accountants in plaats van door politici. We zitten in een calvinistische bezuinigingspolitiek die doodloopt."
...

Professor Luc Soete van de universiteit van Maastricht lanceert in dit blad een opmerkelijke stelling: "Een schuldratio van 60 procent voor het eurogebied is in dit tijdperk van lage rentevoeten totaal achterhaald. Een schuldratio van 120 procent is perfect houdbaar. Overheden worden geregeerd door accountants in plaats van door politici. We zitten in een calvinistische bezuinigingspolitiek die doodloopt." Luc Soete is niet de enige econoom die pleit voor een expansiever budgettair beleid om de economie te ondersteunen. De logica achter de zoveelste comeback van een keynesiaanse beleid houdt best steek. De aanhoudende onzekerheid over de handelsoorlogen knijpt de keel van de wereldeconomie langzaam dicht. Het zuurstoftekort laat zich steeds harder voelen, kijk maar naar Duitsland, dat door zijn afhankelijkheid van de auto-industrie met een recessie flirt. Iedereen kijkt als honden van Pavlov naar de centrale bankiers als redders in nood, maar de baten van het experimentele geldbeleid nemen af, terwijl de kosten toenemen. Zo wordt het businessmodel van de Europese banken naar de afgrond gedreven. En negatieve rentevoeten lijken de consument ertoe aan te zetten nog meer te sparen, wat het omgekeerde is van wat de Europese Centrale Bank wil bereiken. In een vergrijzende maatschappij rolt geld almaar moeilijker. De jongere generaties sparen meer voor de oude dag, terwijl de oudere generaties minder uitgeven. Alleen de overheid kan dat gapende gat in de vraag naar goederen en diensten opvangen. De overheid geeft dan uit wat de private sector te veel spaart. De overheid als consumer of last resort dus, met het tekort op de begroting als spiegelbeeld van het spaaroverschot van gezinnen en bedrijven. Japan, dat ons voorafgaat in het vergrijzingsproces, doet het al jaren op die manier. De Japanse overheid spendeerde en investeerde de voorbije decennia als een gek om de spaardrift van de burger te compenseren. Het land bouwde bruggen naar nergens en een staatsschuld naar de hemel. De Japanse overheidsschuld bedraagt 237 procent van het bbp, maar geen kat die er nog wakker van ligt. De schuld is houdbaar omdat ze binnenlands gefinancierd is. En de Japanse economie deed het de voorbije jaren nog lang niet slecht. Het bbp per capita, de belangrijkste maatstaf om de welvaart te meten, valt niet uit de westerse toon. In Europa wordt vooral naar Duitsland en Nederland gekeken om de budgettaire teugels te vieren. Met een begroting in evenwicht en een groot handelsoverschot met het buitenland sparen ze zichzelf en de Europese economie kapot. Duitsland en Nederland hebben echter geen zin om hun spaarpot te kraken omdat de rest van Europa daarom smeekt. Duitsland overweegt wat soepelheid, maar het gaat om barsten in het ijs, het is geen voorbode van een budgettaire dooi. Noteer ook dat de meeste grote landen budgettair ofwel al op hun tandvlees zitten, ofwel al flink gas geven. De Verenigde Staten, maar ook China, ondersteunen hun economie al met pittige begrotingstekorten. België heeft met een schuldgraad van ongeveer 100 procent nog beperkte ruimte om de economie te ondersteunen, zeker omdat begrotingstekorten binnenlands gefinancierd worden. Daar horen wel een paar grote bedenkingen bij. Ten eerste, door het bijzonder open karakter van onze economie stimuleert een expansief Belgisch budgettair beleid vooral de import en dus de economie van de handelspartners. Het is stoken met de ramen open. Ten tweede, het gedachtegoed van Keynes wordt nergens meer misbruikt dan hier. In België is het vaak een excuus om meer te spenderen, in slechte én in goede tijden, aan lopende uitgaven in plaats van aan productieve investeringen. De overheden in dit land moeten eerst maar eens bewijzen dat ze verstandig met geld kunnen omspringen, voor ze een nieuwe blanco cheque krijgen. De praktijk van een expansief budgettair beleid is veel lelijker dan de theorie, zeker in België. De extra schulden zijn een zekerheid, de return is een groot vraagteken. Enige terughoudenheid is aangewezen voor je dit land de opdracht geeft dubbel of niks te spelen.