Voor alle duidelijkheid: een grote hervorming van het hele belastingstelsel is niet meer voor deze legislatuur. Maar met zijn "blauwdruk voor een bredere fiscale hervorming" wilde minister van Financiën Vincent Van Peteghem (cd&v) het debat lanceren en een nieuwe grote taxshift voorbereiden. Centraal staan de te hoge fiscale druk op arbeid en de onevenwichtig belaste vermogensinkomsten. De minister wil minder fiscale uitzonderingen en voordelen, om tot lagere tarieven en een bredere belastbare basis te komen.
...

Voor alle duidelijkheid: een grote hervorming van het hele belastingstelsel is niet meer voor deze legislatuur. Maar met zijn "blauwdruk voor een bredere fiscale hervorming" wilde minister van Financiën Vincent Van Peteghem (cd&v) het debat lanceren en een nieuwe grote taxshift voorbereiden. Centraal staan de te hoge fiscale druk op arbeid en de onevenwichtig belaste vermogensinkomsten. De minister wil minder fiscale uitzonderingen en voordelen, om tot lagere tarieven en een bredere belastbare basis te komen. Met de energiecrisis en de aantasting van de koopkracht zag minister Van Peteghem zijn kans schoon. Hij meent dat het moment gekomen is om per direct werk te maken van een eerste deel van de fiscale hervorming: het verlagen van de belastingdruk op arbeid. Sommige maatregelen zouden al kunnen landen tijdens de onderhandelingen over de begrotingsopmaak voor 2023. De regering wil tijdens de beleidsverklaring van premier Alexander De Croo (Open Vld) op 11 oktober een pakket hervormingen aankondigen. In recente interviews hintte de eerste minister al op extra koopkrachtmaatregelen via een fiscale hervorming. Alleen ligt dat budgettair heel moeilijk. Toen Van Peteghem voor het zomerreces zijn blauwdruk bekendmaakte, bevatte het document geen concrete cijfers over de impact van lagere lasten op arbeid. In interviews had hij het wel over een verlaging van de lasten op arbeid met 10 miljard euro, wat elke werknemer 200 tot 300 euro per maand zou opbrengen. Dat gigantische bedrag is politieke en economische sciencefiction, gezien de budgettaire situatie van het land. Volgens de jongste berekeningen van het Monitoringcomité, de ambtenaren die de overheidsfinanciën onder de loep nemen, loopt het begrotingstekort van alle overheden samen in 2023 op tot 31 miljard euro, of goed 5 procent van het bruto binnenlands product (bbp). Het deficit van Entiteit I (federaal en sociale zekerheid), waarover de regering-De Croo zich buigt, zou 23 miljard euro bedragen. In het regeerakkoord staat dat elk jaar 0,2 procent van het bbp of ruim 1 miljard euro gesaneerd moet worden. Premier De Croo wil de komende week de begrotingsopmaak 2023 én 2024 afronden. Dat betekent een eerste zoektocht naar 2 miljard euro. Daarnaast voorziet het regeerakkoord in een variabele sanering, afhankelijk van de economische conjunctuur. Aangezien België tegen een milde recessie aankijkt, zal die beperkt zijn. Er is sprake van 0,16 procent van het bbp in 2023 en 0,14 in 2024, of samen 1,8 miljard euro. Gecumuleerd met de vaste inspanning gaat het dus om een zoektocht naar 3,8 miljard euro. Dat maakt een lastenverlaging op arbeid niet vanzelfsprekend. Toch wil de regering er werk van maken, via een budgetneutrale operatie: een echte minitaxshift, waarbij andere inkomsten de lagere lasten op arbeid compenseren, en dus geen de facto belastingverlaging, zoals de taxshift onder de regering-Michel. Onder meer PS-staatssecretaris Thomas Dermine liet hier al wat ballonnetjes op, zoals een verhoging van de taks op effectenrekeningen. Ook de voorstellen van Vincent Van Peteghem gaan in de richting van lagere lasten op arbeid en meer inkomsten uit de vermogensfiscaliteit, via een belastingtarief van 25 procent voor alle recurrente inkomsten uit vermogen. Voor sommige activa zou de roerende voorheffing dalen van 30 naar 25 procent, maar tegelijk doven de uitzonderingsregimes uit. Van Peteghem haalt ook de meerwaardebelasting op aandelen en het belasten van reële huurinkomsten van onder het stof. Maar die maatregelen liggen niet op de tafel van de regering: er is te weinig tijd om ze door te voeren, ze zijn te complex en liggen te gevoelig. Want door zo'n grote taxshift zal wie in het verleden zwaar betaald heeft op zijn arbeidsinkomen, zwaarder worden belast op de inkomsten uit zijn vermogen, dat is opgebouwd met die zwaar belaste arbeidsinkomsten. Of: wie nu werkt of in de toekomst gaat werken, gaat erop vooruit ten koste van wie gewerkt heeft of nu werkt en veel verdient. Dat is zo ingrijpend dat veel van de voorgestelde maatregelen rond vermogensfiscaliteit eerder bij een regeringsformatie worden bovengehaald. Dus maakt een mini-taxshift meer kans. Als de federale regering een mini-taxshift doorvoert, zullen compensaties voor de lagere lasten op arbeid paradoxaal genoeg net in die arbeidsfiscaliteit worden gezocht. Dat is tenminste de lezing van fiscale experts en academici die de blauwdruk van Van Peteghem onder de loep namen. Concreet zouden de lagere lasten op arbeid gefinancierd worden door een andere - lees: zwaardere - fiscale behandeling van alternatieve verloningsvormen en extralegale voordelen. "Daaraan sleutelen zou betekenen dat werkenden met hogere lonen niets winnen bij die belastinghervorming op arbeid en er zelfs bij dreigen te verliezen", zegt Kristof Willekens, fiscaal expert bij Aviso. De lagere lasten op arbeid gelden in beginsel voor iedereen en zouden er vooral komen door twee maatregelen. Ten eerste stijgt de belastingvrije som (het deel van het inkomen dat niet wordt belast) van 9.270 naar 13.390 euro, het niveau van het leefloon voor een alleenstaande. Ten tweede dalen de belastingtarieven en veranderen de belastingschijven. De nota van Van Peteghem stelt het als volgt: "We blijven activiteits- en vervangingsinkomsten progressief belasten, maar verminderen de belastingdruk stevig door de belastingtarieven te verlagen en de belastingschijven te hervormen. We verlagen de bestaande tarieven van 40, 45 en 50 procent naar 35, 40 en 45 procent. We voeren een nieuwe schijf met een tarief van 50 procent in voor inkomsten vanaf 84.740 euro, wat dubbel zo hoog is als het bedrag van de hoogste schijf vandaag." Daar wint iedereen bij, ook de hoogste inkomens. Zo wint iemand met een inkomen van 70.000 euro bruto per jaar (inclusief vakantiegeld en dertiende maand) bij de fiscale hervorming 3.836 euro op jaarbasis. Iedereen gelukkig dus? Nee, want de hervorming bevat een valkuil: de maatregelen om die operatie budgetneutraal te maken, dreigen ze voor een werkende met dat inkomen negatief te maken. Hoe komt dat? Van Peteghem neemt, zoals vermeld, de alternatieve verloningsvormen, extralegale voordelen en cafetariaplannen in het vizier. Al blijven bedrijfswagens en maaltijdcheques buiten schot. Die laatste zijn belangrijk voor lagere inkomens. De minister hoopt geld binnen te krijgen door al die voordelen en alternatieve verloningsvormen te belasten tegen de "werkelijke waarde". Wie werkt, wordt in centen vergoed voor die prestaties, is het principe. "Een gelijke behandeling van verloningsvormen zal ervoor zorgen dat weer meer loon in euro's wordt uitbetaald. Zo kunnen mensen zelf beslissen waar ze hun centen aan besteden. Daarom behandelen we eco-, sport- en cultuurcheques op dezelfde manier als loon. Werkgevers die hun werknemers willen belonen, worden zo niet in de richting van een cheque gedreven", stelt de nota Van Peteghem. De cafetariaplannen krijgen dezelfde behandeling. Die bieden werknemers de mogelijkheid volgens eigen behoeften en voorkeuren een deel van hun brutoloon om te zetten in een mix van extralegale voordelen, zoals een bedrijfswagen, een fiets, extra vakantiedagen of extralegale premies. Al die voordelen worden nu lager belast dan de klassieke verloning in cash, en zouden ook op hun werkelijke waarde kunnen worden belast. Hetzelfde geldt voor de terugbetaling door de werkgever van professionele kosten, zoals verplaatsingskosten. Die zouden ook moeten overeenkomen met de werkelijke kosten. Kosten eigen aan de werkgever mogen niet worden gebruikt om verdoken loon uit te betalen, is de redenering. Kristof Willekens: "Het gevolg is veel onzekerheid over het herwaarderen van die extralegale voordelen. Maar vooral: de omzetting van die voordelen naar loon of het zwaarder belasten ervan betekent voor hogere inkomens dat ze in de vernieuwde hoogste belastingschijf van 50 procent terechtkomt." En dus geconfronteerd worden met een zwaardere last op arbeid. Zodra er bij de hogere inkomens door die verbreding van de belastbare basis op jaarbasis 8.500 euro of meer bij komt, is de operatie neutraal of negatief, zo blijkt. Dus zijn de hoogste inkomens de verliezers en is er de facto een nog meer uitgesproken transfer van wie veel verdient naar wie weinig verdient. En dat terwijl België al een sterk herverdelende inkomensfiscaliteit heeft.