Vandenbroucke maakte woensdag tijdens een persconferentie op zijn kabinet een stand van zaken op van het sociaal akkoord dat in 2020 op tafel werd gelegd en dat 600 miljoen euro extra pompt in de federale zorgsectoren - de algemene en psychiatrische ziekenhuizen en de thuisverpleging. Daarvan wordt 500 miljoen euro voorzien voor de nieuwe functieclassificatie 'IFIC' waardoor starterslonen verhogen en personeel betaald wordt op basis van competenties eerder dan diploma's.

Ook over de resterende 100 miljoen euro is het akkoord nu zo goed als rond, kondigde de Vooruit-vicepremier aan. Dat geld gaat naar een verhoging van de eindejaarspremie voor het zorgpersoneel in zowel de private als de publieke sector naar rato van 400 euro bruto voor voltijdse werknemers. Wie halftijds werkt, krijgt dus 200 euro bruto. De premie zal vanaf dit jaar telkens in december worden uitbetaald.

Welzijn op het werk

Daarbovenop zijn extra middelen voorzien voor het algemeen welzijn van de werknemers in de private sectoren. Personeelsleden zullen vanaf nu twee dagen per jaar om dwingende redenen - zoals een ziekenhuisopname van een nauw familielid - afwezig kunnen zijn met behoud van loon. De afdelingen human resources krijgen er 7 miljoen euro bij om personeel aan te werven dat zich zal bezighouden met het welzijn op het werk, denk aan uurroosters, opleidingen en burn-outpreventie.

Vandenbroucke voorziet bovenop de middelen van het sociaal akkoord nog eens structureel 45 miljoen euro om de gespecialiseerde verpleegkundigen op bijvoorbeeld de afdelingen intensieve zorgen te herwaarderen. Zij vallen wat uit de boot in de nieuwe functieclassificatie omdat die vooral inzet op startend zorgpersoneel, maar hebben de afgelopen coronajaren wel een sleutelrol vervuld, zei Vandenbroucke. Het gaat om een groep van bijna 14.000 voltijdse equivalenten, dus ongeveer 15.000 à 17.000 mensen.

Concreet gaat het geld naar een jaarlijks complement van 2.500 euro bruto voor voltijdse werknemers met een erkende bijzondere beroepstitel, zoals verpleegkundigen gespecialiseerd in oncologie, geriatrie, psychiatrie, spoed- en intensieve zorgen. Wie een erkende bijzondere beroepsbekwaamheid heeft, wat een ander opleidingsniveau vereist, krijgt 833 euro bruto.

Tekort aan zorgpersoneel

Het bedrag wordt vanaf volgend jaar elk jaar in september uitgekeerd, maar wel enkel aan verpleegkundigen die beslissen om hun oude barema's te verlaten en in het IFIC te stappen. In september van dit jaar krijgen de verpleegkundigen een deel van het bedrag, omdat alleen de periode vanaf 1 januari tot 31 augustus in aanmerking kan worden genomen. De premie moet vrijdag nog worden afgeklopt op de ministerraad, maar daarbij verwacht Vandenbroucke geen problemen. De minister benadrukte dat het sociaal akkoord wat hem betreft niet het eindpunt kan zijn. België kampt met een groot tekort aan gekwalificeerd zorgpersoneel, omdat de job volgens Vandenbroucke nog altijd niet aantrekkelijk genoeg is.

Op 14 juni zit Vandenbroucke een eerste keer met de sociale partners samen over een toekomstagenda voor het zorgpersoneel, al benadrukte hij wel dat dat een werk van lange adem wordt waarbij het gros van de maatregelen wellicht pas in de volgende legislatuur uitgevoerd kan worden. 'Dit is het einde van een belangrijke etappe, maar er is nog werk op het terrein', aldus Vandenbroucke. 'We draaien een pagina om en openen een nieuw hoofdstuk.'

Vandenbroucke maakte woensdag tijdens een persconferentie op zijn kabinet een stand van zaken op van het sociaal akkoord dat in 2020 op tafel werd gelegd en dat 600 miljoen euro extra pompt in de federale zorgsectoren - de algemene en psychiatrische ziekenhuizen en de thuisverpleging. Daarvan wordt 500 miljoen euro voorzien voor de nieuwe functieclassificatie 'IFIC' waardoor starterslonen verhogen en personeel betaald wordt op basis van competenties eerder dan diploma's.Ook over de resterende 100 miljoen euro is het akkoord nu zo goed als rond, kondigde de Vooruit-vicepremier aan. Dat geld gaat naar een verhoging van de eindejaarspremie voor het zorgpersoneel in zowel de private als de publieke sector naar rato van 400 euro bruto voor voltijdse werknemers. Wie halftijds werkt, krijgt dus 200 euro bruto. De premie zal vanaf dit jaar telkens in december worden uitbetaald.Daarbovenop zijn extra middelen voorzien voor het algemeen welzijn van de werknemers in de private sectoren. Personeelsleden zullen vanaf nu twee dagen per jaar om dwingende redenen - zoals een ziekenhuisopname van een nauw familielid - afwezig kunnen zijn met behoud van loon. De afdelingen human resources krijgen er 7 miljoen euro bij om personeel aan te werven dat zich zal bezighouden met het welzijn op het werk, denk aan uurroosters, opleidingen en burn-outpreventie.Vandenbroucke voorziet bovenop de middelen van het sociaal akkoord nog eens structureel 45 miljoen euro om de gespecialiseerde verpleegkundigen op bijvoorbeeld de afdelingen intensieve zorgen te herwaarderen. Zij vallen wat uit de boot in de nieuwe functieclassificatie omdat die vooral inzet op startend zorgpersoneel, maar hebben de afgelopen coronajaren wel een sleutelrol vervuld, zei Vandenbroucke. Het gaat om een groep van bijna 14.000 voltijdse equivalenten, dus ongeveer 15.000 à 17.000 mensen.Concreet gaat het geld naar een jaarlijks complement van 2.500 euro bruto voor voltijdse werknemers met een erkende bijzondere beroepstitel, zoals verpleegkundigen gespecialiseerd in oncologie, geriatrie, psychiatrie, spoed- en intensieve zorgen. Wie een erkende bijzondere beroepsbekwaamheid heeft, wat een ander opleidingsniveau vereist, krijgt 833 euro bruto.Het bedrag wordt vanaf volgend jaar elk jaar in september uitgekeerd, maar wel enkel aan verpleegkundigen die beslissen om hun oude barema's te verlaten en in het IFIC te stappen. In september van dit jaar krijgen de verpleegkundigen een deel van het bedrag, omdat alleen de periode vanaf 1 januari tot 31 augustus in aanmerking kan worden genomen. De premie moet vrijdag nog worden afgeklopt op de ministerraad, maar daarbij verwacht Vandenbroucke geen problemen. De minister benadrukte dat het sociaal akkoord wat hem betreft niet het eindpunt kan zijn. België kampt met een groot tekort aan gekwalificeerd zorgpersoneel, omdat de job volgens Vandenbroucke nog altijd niet aantrekkelijk genoeg is.Op 14 juni zit Vandenbroucke een eerste keer met de sociale partners samen over een toekomstagenda voor het zorgpersoneel, al benadrukte hij wel dat dat een werk van lange adem wordt waarbij het gros van de maatregelen wellicht pas in de volgende legislatuur uitgevoerd kan worden. 'Dit is het einde van een belangrijke etappe, maar er is nog werk op het terrein', aldus Vandenbroucke. 'We draaien een pagina om en openen een nieuw hoofdstuk.'