De Vivaldi-coalitie kwam in november met de eerste begroting sinds de val van de regering-Michel in 2018. De jaren daarvoor werd met voorlopige twaalfden gewerkt. De nieuwe ploeg raamde het begrotingstekort voor 2021 toen op 25,046 miljard euro. Nauwelijks vier maanden later is dat opgelopen tot 29,319 miljard euro, of 6,20 procent van het bbp. De oorzaak daarvoor is niet ver te zoeken, de coronacrisis hakt diep in de overheidsfinanciën. Het gaat wel al om een verbetering met 1,176 miljard ten opzichte van 2020.

Voor de jaren daarna is er iets beter nieuws. Het Monitoringcomité raamt het tekort voor 2022 op 18,054 miljard, voor 2023 op 17,149 miljard en voor 2024 op 17,288 miljard.

'De verklaring achter de verslechtering is vooral de strijd tegen het coronavirus', zegt staatssecretaris voor Begroting Eva De Bleeker. 'Initieel was er zo'n dikke 2 miljard euro ingeschreven voor de strijd tegen corona. Door de tweede lockdown kwam daar nog eens zo'n 5 miljard bij. Het leeuwendeel van die 5 miljard bestaat uit de budgetten voor de tijdelijke werkloosheid voor werknemers, het overbruggingsrecht voor zelfstandigen en fiscale maatregelen om de bedrijven te ondersteunen. Ook de economische groei valt lager uit door de coronacrisis. Er werd minder geconsumeerd, wat leidt tot minder btw-inkomsten en accijnzen dan voorzien.'

Omdat vanaf 2022 de economische groei zou herstellen, wil De Bleeker vanaf dan wel een grotere inspanning doen dan afgesproken in het regeerakkoord. Dat zou moeten toelaten om het begrotingstekort in de latere jaren van de legislatuur richting of onder de 3 procent te duwen.

Wat betreft de begrotingscontrole van 2021 wordt er vastgehouden aan de vaste inspanning van 0,2 procent die al was vastgelegd bij de begrotingsopmaak. Er is volgens De Bleeker geen geld voor grote nieuwe initiatieven die niet in het regeerakkoord zijn opgenomen.

Het begrotingstekort voor alle overheden samen, een cijfer dat van belang is voor Europa, stijgt in 2021 van 32,839 miljard tot 35,982 miljard euro.

De Vivaldi-coalitie kwam in november met de eerste begroting sinds de val van de regering-Michel in 2018. De jaren daarvoor werd met voorlopige twaalfden gewerkt. De nieuwe ploeg raamde het begrotingstekort voor 2021 toen op 25,046 miljard euro. Nauwelijks vier maanden later is dat opgelopen tot 29,319 miljard euro, of 6,20 procent van het bbp. De oorzaak daarvoor is niet ver te zoeken, de coronacrisis hakt diep in de overheidsfinanciën. Het gaat wel al om een verbetering met 1,176 miljard ten opzichte van 2020. Voor de jaren daarna is er iets beter nieuws. Het Monitoringcomité raamt het tekort voor 2022 op 18,054 miljard, voor 2023 op 17,149 miljard en voor 2024 op 17,288 miljard. 'De verklaring achter de verslechtering is vooral de strijd tegen het coronavirus', zegt staatssecretaris voor Begroting Eva De Bleeker. 'Initieel was er zo'n dikke 2 miljard euro ingeschreven voor de strijd tegen corona. Door de tweede lockdown kwam daar nog eens zo'n 5 miljard bij. Het leeuwendeel van die 5 miljard bestaat uit de budgetten voor de tijdelijke werkloosheid voor werknemers, het overbruggingsrecht voor zelfstandigen en fiscale maatregelen om de bedrijven te ondersteunen. Ook de economische groei valt lager uit door de coronacrisis. Er werd minder geconsumeerd, wat leidt tot minder btw-inkomsten en accijnzen dan voorzien.'Omdat vanaf 2022 de economische groei zou herstellen, wil De Bleeker vanaf dan wel een grotere inspanning doen dan afgesproken in het regeerakkoord. Dat zou moeten toelaten om het begrotingstekort in de latere jaren van de legislatuur richting of onder de 3 procent te duwen. Wat betreft de begrotingscontrole van 2021 wordt er vastgehouden aan de vaste inspanning van 0,2 procent die al was vastgelegd bij de begrotingsopmaak. Er is volgens De Bleeker geen geld voor grote nieuwe initiatieven die niet in het regeerakkoord zijn opgenomen. Het begrotingstekort voor alle overheden samen, een cijfer dat van belang is voor Europa, stijgt in 2021 van 32,839 miljard tot 35,982 miljard euro.