De ministers bespreken maandag de ontwerpbegrotingen voor 2019 die de negentien eurolanden in oktober hebben ingediend. Italië blijft het grootste zorgenkind. De Commissie oordeelde vorige maand al dat de begrotingsplannen van Rome in strijd zijn met de Europese afspraken en de deur openen naar een zogenaamde buitensporigtekortprocedure.

De regering van de uiterst rechtse Lega en de anti-establishmentpartij Vijfsterrenbeweging reageerde eerst verbolgen, maar de voorbije dagen hoorde Dombrovskis toch 'een andere toon' in Rome. Hij bevestigde dat beide partijen momenteel 'intensieve onderhandelingen' voeren, maar er gaapt nog steeds een 'aanzienlijke kloof' tussen de positie van de Italiaanse regering en de verwachtingen van de Commissie en de andere eurolanden.

In afwachting blijft de Commissie haar voorbereidingen voor de opening van een buitensporigtekortprocedure voortzetten. Zo'n procedure zou een primeur in het toezicht op de openbare financiën van de eurolanden zijn. Het zou immers de eerste keer zijn dat een land niet op het strafbankje belandt omdat het tekort op de begroting meer dan drie procent bedraagt, maar omdat het onvoldoende inspanningen levert om de staatsschuld te verminderen.

Italië heeft een schuld van ruim 130 procent van het bruto binnenlands product. Enkel Griekenland torst binnen de eurozone een zwaardere schuldenberg. Toch wil de regering in Rome volgend jaar meer uitgaven doen en het tekort op de begroting laten oplopen tot 2,4 procent van het bbp.