Afgelopen week riep de Europese Commissie haar klas van 27 lidstaten bijeen voor hun tussentijdse rapport. Dat past in het Europese semester, waarin de Commissie de maatschappelijke en economische uitdagingen voor elk land en de EU als geheel op een rijtje zet en zegt wat moet gebeuren om die een voor een het hoofd te bieden.

Groen semester

Die adviezen krijgen -- verrassing! -- een groen jasje. Zo krijgen lidstaten een analyse op maat voorgeschoteld van hun duurzaamheidsuitdagingen en worden ze afgemeten op hoe goed ze scoren op de duurzame ontwikkelingsdoelen (SDG's) van de Verenigde Naties. Dat alles om ze stap per stap dichter bij het heilige doel van de Green Deal te krijgen, zijnde: klimaatneutraliteit tegen 2050. Om niet van klimaatfundamentalisme beticht te worden en die groene ommezwaai toch een economisch tintje te geven, luidt de nieuwe mantra: duurzame concurrentiekracht... of nee... concurrentiële duurzaamheid... enfin competitive sustainability in het eurocratisch.

De Commissie moedigt lidstaten ook aan hun begrotingen te vergroenen door geld te voorzien voor duurzame investeringen. Daar zal pas echt vaart in komen wanneer de Commissie komt met de herziening van de Europese begrotingsregels, die naar alle waarschijnlijkheid veel lakser zullen zijn voor openbare klimaatuitgaven en -investeringen door ze, bijvoorbeeld, Oosterweelgewijs buiten de begroting te laten. Een boude voorspelling gebaseerd op geruchten in de wandelgangen: sinds kort zijn er nieuwe Europese criteria voor duurzame financiering, een zogenaamde taxonomie die zegt welke financiële investeringen het etiketje 'duurzaam' krijgen en welke niet. Op die taxonomie zullen de lidstaten zich baseren om een hoop duurzame investeringen buiten hun begroting te parkeren.

Voorts moedigt de ploeg-Von der Leyen lidstaten aan klimaat- en milieuvervuiling meer te belasten. Daar bengelt ons land helemaal achteraan het peloton, met milieutaksen van amper 4 procent van de totale belastinginkomsten.

Daarnaast wordt sterker ingezet op de invoering van de Europese Pijler van Sociale Rechten, het pronkstuk van de vorige Belgische commissaris Marianne Thyssen. Ook nieuw in de semestercyclus is de toetsing van de rechtstaat, die voor alle lidstaten geldt, maar tussen de lijnen door momenteel vooral voor Hongarije en Polen bedoeld is. Werk aan de winkel dus voor de Belgische eurocommissaris voor Justitie Didier Reynders.

Over Europese spil- en spaarzucht

Een belangrijk maar vaak onderbelicht hoofdstuk van het Europees semester is dat van de macro-economische onevenwichtigheden. Die evaluatie kijkt naar onevenwichtigheden in de economieën van de lidstaten, die mogelijk ontwrichtend zijn voor de regio of de hele eurozone. Daarvoor kijkt de Commissie naar een tiental parameters, zoals de werkloosheid, de openbare en private schuldenberg, de lopende rekening en de prijzen op de huizenmarkt.

Men zou denken dat vooral landen die slecht op die zaken scoren, zoals een hoge werkloosheid of te veel schulden, op de vingers getikt worden voor de onevenwichtigheden die daarmee gepaard gaan. Deels is dat zo, maar te goed scoren op die gebieden kan ook ontwrichtend zijn. Zo zorgt de spaarzucht van Nederland en Duitsland ervoor dat de hele eurozone een overschot op de lopende rekening heeft van meer dan 3 procent van het bbp. Of, zoals de Commissie zegt: "In de laatste jaren hebben Europese economieën consequent meer spaartegoeden dan investeringen opgebouwd." De spaarzucht van de sommigen is dus even erg als de spilzucht van anderen.

Zorgenkind België

Het landenrapport van België leest als een waslijst van bekende pijnpunten. Een te sterke administratieve regeldruk, te hoge loonlasten en een rigide arbeidsmarkt wegen op de concurrentiekracht en beletten ondernemerschap. De investeringen in innovatie zijn op peil, maar zitten te geconcentreerd bij een handvol grote bedrijven. Er is een gebrek aan geschoolde arbeid en levenslang leren is verre van ingeburgerd. Het Belgische belastingsysteem moet groener, eerlijker en vooral eenvoudiger. Er zijn ook lichtpunten voor ons land, vooral op sociaal gebied. We scoren goed in kinderopvang, gendergelijkheid, gelijkheid tout court, algemene gezondheid en welzijn.

Op het gebied van belastingen is België het surrealisme voorbij. De taxshift van de regering-Michel heeft, geheel terecht, de lasten op de lage inkomens verminderd, wat op dat loonniveau meer werkgelegenheid heeft gebracht. Maar de gemiddelde lonen in België blijven het hoogst belast in heel de EU. Daarmee is onze loonbelasting niet zo progressief als algemeen aangenomen. Omdat werknemers vrij snel in de hoogste belastingschijven terechtkomen, krijgen ze te weinig prikkels om zich op te werken of levenslang bij te scholen. Het extra loon dat ze met die inspanningen krijgen, zou gewoon wegbelast worden.

Daartegenover staan de disproportioneel lage belastingen op huurinkomsten uit vastgoed. Die leunen nog op het middeleeuwse systeem van het kadastraal inkomen. De studiedienst van de Commissie berekende dat, als ons land de huurinkomsten uit vastgoed zou belasten als gewone inkomsten, dat 0,15 procent bbp meer zou opbrengen, of een kleine 700 miljoen euro.

De prikkel om in zichzelf en de eigen loopbaan te investeren, is in België onbestaande en omgekeerd evenredig met de aanzet om in bakstenen te investeren. Dat is ook duidelijk af te lezen aan de Belgische huizenprijzen en de hypotheekschulden van de gezinnen. Die liggen allebei ver boven het Europese gemiddelde. In 2000 was het gemiddelde geleende bedrag om een woning te kopen 75.000 euro, nu is dat al 160.000 euro.

Voorts wijst de Commissie erop dat een vergroening en een verduurzaming van de Belgische belastingbarak, met name meer taksen op vervuilende en energieverslindende consumptie, tussen 0,2 en 0,9 procent van het bbp meer inkomsten zou opbrengen. Qua milieutaksen bengelt ons land achteraan.

Afgelopen week riep de Europese Commissie haar klas van 27 lidstaten bijeen voor hun tussentijdse rapport. Dat past in het Europese semester, waarin de Commissie de maatschappelijke en economische uitdagingen voor elk land en de EU als geheel op een rijtje zet en zegt wat moet gebeuren om die een voor een het hoofd te bieden.Die adviezen krijgen -- verrassing! -- een groen jasje. Zo krijgen lidstaten een analyse op maat voorgeschoteld van hun duurzaamheidsuitdagingen en worden ze afgemeten op hoe goed ze scoren op de duurzame ontwikkelingsdoelen (SDG's) van de Verenigde Naties. Dat alles om ze stap per stap dichter bij het heilige doel van de Green Deal te krijgen, zijnde: klimaatneutraliteit tegen 2050. Om niet van klimaatfundamentalisme beticht te worden en die groene ommezwaai toch een economisch tintje te geven, luidt de nieuwe mantra: duurzame concurrentiekracht... of nee... concurrentiële duurzaamheid... enfin competitive sustainability in het eurocratisch.De Commissie moedigt lidstaten ook aan hun begrotingen te vergroenen door geld te voorzien voor duurzame investeringen. Daar zal pas echt vaart in komen wanneer de Commissie komt met de herziening van de Europese begrotingsregels, die naar alle waarschijnlijkheid veel lakser zullen zijn voor openbare klimaatuitgaven en -investeringen door ze, bijvoorbeeld, Oosterweelgewijs buiten de begroting te laten. Een boude voorspelling gebaseerd op geruchten in de wandelgangen: sinds kort zijn er nieuwe Europese criteria voor duurzame financiering, een zogenaamde taxonomie die zegt welke financiële investeringen het etiketje 'duurzaam' krijgen en welke niet. Op die taxonomie zullen de lidstaten zich baseren om een hoop duurzame investeringen buiten hun begroting te parkeren.Voorts moedigt de ploeg-Von der Leyen lidstaten aan klimaat- en milieuvervuiling meer te belasten. Daar bengelt ons land helemaal achteraan het peloton, met milieutaksen van amper 4 procent van de totale belastinginkomsten.Daarnaast wordt sterker ingezet op de invoering van de Europese Pijler van Sociale Rechten, het pronkstuk van de vorige Belgische commissaris Marianne Thyssen. Ook nieuw in de semestercyclus is de toetsing van de rechtstaat, die voor alle lidstaten geldt, maar tussen de lijnen door momenteel vooral voor Hongarije en Polen bedoeld is. Werk aan de winkel dus voor de Belgische eurocommissaris voor Justitie Didier Reynders.Een belangrijk maar vaak onderbelicht hoofdstuk van het Europees semester is dat van de macro-economische onevenwichtigheden. Die evaluatie kijkt naar onevenwichtigheden in de economieën van de lidstaten, die mogelijk ontwrichtend zijn voor de regio of de hele eurozone. Daarvoor kijkt de Commissie naar een tiental parameters, zoals de werkloosheid, de openbare en private schuldenberg, de lopende rekening en de prijzen op de huizenmarkt.Men zou denken dat vooral landen die slecht op die zaken scoren, zoals een hoge werkloosheid of te veel schulden, op de vingers getikt worden voor de onevenwichtigheden die daarmee gepaard gaan. Deels is dat zo, maar te goed scoren op die gebieden kan ook ontwrichtend zijn. Zo zorgt de spaarzucht van Nederland en Duitsland ervoor dat de hele eurozone een overschot op de lopende rekening heeft van meer dan 3 procent van het bbp. Of, zoals de Commissie zegt: "In de laatste jaren hebben Europese economieën consequent meer spaartegoeden dan investeringen opgebouwd." De spaarzucht van de sommigen is dus even erg als de spilzucht van anderen.Het landenrapport van België leest als een waslijst van bekende pijnpunten. Een te sterke administratieve regeldruk, te hoge loonlasten en een rigide arbeidsmarkt wegen op de concurrentiekracht en beletten ondernemerschap. De investeringen in innovatie zijn op peil, maar zitten te geconcentreerd bij een handvol grote bedrijven. Er is een gebrek aan geschoolde arbeid en levenslang leren is verre van ingeburgerd. Het Belgische belastingsysteem moet groener, eerlijker en vooral eenvoudiger. Er zijn ook lichtpunten voor ons land, vooral op sociaal gebied. We scoren goed in kinderopvang, gendergelijkheid, gelijkheid tout court, algemene gezondheid en welzijn.Op het gebied van belastingen is België het surrealisme voorbij. De taxshift van de regering-Michel heeft, geheel terecht, de lasten op de lage inkomens verminderd, wat op dat loonniveau meer werkgelegenheid heeft gebracht. Maar de gemiddelde lonen in België blijven het hoogst belast in heel de EU. Daarmee is onze loonbelasting niet zo progressief als algemeen aangenomen. Omdat werknemers vrij snel in de hoogste belastingschijven terechtkomen, krijgen ze te weinig prikkels om zich op te werken of levenslang bij te scholen. Het extra loon dat ze met die inspanningen krijgen, zou gewoon wegbelast worden.Daartegenover staan de disproportioneel lage belastingen op huurinkomsten uit vastgoed. Die leunen nog op het middeleeuwse systeem van het kadastraal inkomen. De studiedienst van de Commissie berekende dat, als ons land de huurinkomsten uit vastgoed zou belasten als gewone inkomsten, dat 0,15 procent bbp meer zou opbrengen, of een kleine 700 miljoen euro.De prikkel om in zichzelf en de eigen loopbaan te investeren, is in België onbestaande en omgekeerd evenredig met de aanzet om in bakstenen te investeren. Dat is ook duidelijk af te lezen aan de Belgische huizenprijzen en de hypotheekschulden van de gezinnen. Die liggen allebei ver boven het Europese gemiddelde. In 2000 was het gemiddelde geleende bedrag om een woning te kopen 75.000 euro, nu is dat al 160.000 euro.Voorts wijst de Commissie erop dat een vergroening en een verduurzaming van de Belgische belastingbarak, met name meer taksen op vervuilende en energieverslindende consumptie, tussen 0,2 en 0,9 procent van het bbp meer inkomsten zou opbrengen. Qua milieutaksen bengelt ons land achteraan.