De Europese Commissie verplichtte België in 2017 al om de fiscale vrijstellingen voor de havens van Antwerpen, Brugge, Brussel, Charleroi, Gent, Luik, Namen, Oostende en die langs de kanalen in Henegouwen en Vlaanderen stop te zetten. De maatregel was een vorm van illegale staatssteun, vond de Commissie.

De havens van Antwerpen, Brussel, La Louvière, Namen, Charleroi en Luik gingen tegen die beslissing in beroep bij het Europees Hof van Justitie. Maar het Hof wijst die beroepsprocedure nu af in een arrest. Het Gerecht bevestigt daarmee het besluit van de Europese Commissie, al kunnen de havens wel nog hoger beroep instellen bij het Europees Hof.

De Eurocommissaris voor Mededinging Margrethe Vestager oordeelde in juli 2017 dat de havens in ons land van een oneerlijk belastingvoordeel genieten dat in strijd is met de Europese staatssteunregels. De havens oefenen minstens gedeeltelijk een economische activiteit uit, en moeten daarvoor dus als ondernemingen worden belast, met een vennootschapsbelasting van 33 procent. Bovendien dient de steun ook geen doelstelling van algemeen belang, zoals stimuleren van multimodaal transport. Hetzelfde gold trouwens voor de Franse havens. Frankrijk en België kregen tot het einde van het jaar om het systeem af te schaffen.

De federale regering ging daar toen ook op in: volgens het kabinet van ontslagnemend minister van Financiën Alexander De Croo (Open VLD) zijn de havens al anderhalf jaar onderworpen aan vennootschapsbelasting. Er moet dus geen bijkomende bijsturing gebeuren. De Europese Commissie kan het belastingvoordeel ook niet terugvorderen: de vrijstellingen bestonden immers al voor de oprichting van de EU.

Eerder moest Nederland al de vrijstelling van vennootschapsbelasting voor zijn zeehavens afschaffen. Een aantal Nederlandse havenbedrijven stapte toen naar het Europees Hof omdat ze vonden dat ook de Belgische, Franse en Duitse havens konden profiteren van illegale staatssteun.