De Europese top van vorige week bracht enkele lichtpunten. De staats- en regeringsleiders zetten voorzichtig de eerste stappen richting een Europees herstelbeleid en een herstelfonds. Positief was ook dat de noordelijke en de zuidelijke lidstaten niet meer met getrokken messen tegenover elkaar stonden. Het herstelplan zou via de Europese meerjarenbegroting lopen. De bijdragen van de lidstaten moeten daarom omhoog.

Voor het overige is het glas veeleer halfleeg dan halfvol. De rechtstreekse budgettaire maatregelen van de belangrijkste lidstaten om de coronacrisis te bekampen, komen samen uit op amper 350 miljard euro. In de Verenigde Staten is dat 1200 miljard dollar en er ligt nog eens 1000 miljard extra klaar. Japan heeft een vergelijkbaar bedrag veil.

Europees herstelfonds moet werken met transfers en niet met leningen.

Het getalm met het Europese herstelfonds kan de Europese Unie zuur opbreken. Van die 350 miljard euro neemt Duitsland 236 miljard voor zijn rekening, bijna 7 procent van het Duitse bruto binnenlands product. Italië en Spanje hebben nog maar 1 procent uitgegeven.

Het uitblijven van een Europese aanpak is in strijd met de verdragen. Als het enkel van de lidstaten afhangt, zullen ze met meer begrotingsruimte een steviger herstelbeleid voeren. Dat dreigt de eengemaakte markt te verstoren en de lidstaten verder uit elkaar te doen groeien.

Dat is ook de reden waarom een Europees herstelfonds moet werken met transfers en niet met leningen. De zwaarst getroffen landen zijn bang meer te lenen en daarmee hun schuldenlast te laten ontsporen. Met leningen van Europa zal het herstel met de handrem op gebeuren. Een solidair Europa moet zorgen voor herstelstransfers, die het onder meer kan financieren via gezamenlijke, eeuwigdurende schulden en de Europese begroting.

De Europese top van vorige week bracht enkele lichtpunten. De staats- en regeringsleiders zetten voorzichtig de eerste stappen richting een Europees herstelbeleid en een herstelfonds. Positief was ook dat de noordelijke en de zuidelijke lidstaten niet meer met getrokken messen tegenover elkaar stonden. Het herstelplan zou via de Europese meerjarenbegroting lopen. De bijdragen van de lidstaten moeten daarom omhoog. Voor het overige is het glas veeleer halfleeg dan halfvol. De rechtstreekse budgettaire maatregelen van de belangrijkste lidstaten om de coronacrisis te bekampen, komen samen uit op amper 350 miljard euro. In de Verenigde Staten is dat 1200 miljard dollar en er ligt nog eens 1000 miljard extra klaar. Japan heeft een vergelijkbaar bedrag veil. Het getalm met het Europese herstelfonds kan de Europese Unie zuur opbreken. Van die 350 miljard euro neemt Duitsland 236 miljard voor zijn rekening, bijna 7 procent van het Duitse bruto binnenlands product. Italië en Spanje hebben nog maar 1 procent uitgegeven. Het uitblijven van een Europese aanpak is in strijd met de verdragen. Als het enkel van de lidstaten afhangt, zullen ze met meer begrotingsruimte een steviger herstelbeleid voeren. Dat dreigt de eengemaakte markt te verstoren en de lidstaten verder uit elkaar te doen groeien. Dat is ook de reden waarom een Europees herstelfonds moet werken met transfers en niet met leningen. De zwaarst getroffen landen zijn bang meer te lenen en daarmee hun schuldenlast te laten ontsporen. Met leningen van Europa zal het herstel met de handrem op gebeuren. Een solidair Europa moet zorgen voor herstelstransfers, die het onder meer kan financieren via gezamenlijke, eeuwigdurende schulden en de Europese begroting.