Europa en begrotingsdiscipline gingen lang hand in hand. Op papier althans. In de praktijk zondigden verschillende lidstaten structureel tegen de maximumdrempel voor overheidsschulden van 60 procent van het bruto binnenlands product (bbp) en een begrotingstekort van 3 procent, die zijn vastgelegd in het Stabiliteits- en Groeipact (SGP). Het gaat over de begrotingen van onder meer ons land, Frankrijk en de zuiderse lidstaten. Ze kregen daar van de Europese Commissie hoogstens een vermaning voor.
...

Europa en begrotingsdiscipline gingen lang hand in hand. Op papier althans. In de praktijk zondigden verschillende lidstaten structureel tegen de maximumdrempel voor overheidsschulden van 60 procent van het bruto binnenlands product (bbp) en een begrotingstekort van 3 procent, die zijn vastgelegd in het Stabiliteits- en Groeipact (SGP). Het gaat over de begrotingen van onder meer ons land, Frankrijk en de zuiderse lidstaten. Ze kregen daar van de Europese Commissie hoogstens een vermaning voor. Met de coronapandemie gingen de Europese begrotingsregels helemaal op de schop. Er werd een 'ontsnappingsclausule' van kracht, waardoor lidstaten ongeremd begrotingstekorten mochten boeken en hun schulden mochten laten oplopen om de economische schade van de pandemie te bestrijden. De clausule geldt nog tot begin 2023, maar er gaan stemmen op om ze te verlengen, nu landen extra geld in defensie willen investeren en de druk bij de publieke opinie groot is om extra steunmaatregelen te nemen om de stijgende energiefactuur op te vangen. "Dit is het ideale moment om het SGP te herzien", zegt de Franse econoom en historicus Nicolas Baverez. "De Europese begrotingsregels zijn kaduuk. Het gemiddelde begrotingstekort in de eurozone is 6 procent en de gemiddelde overheidsschuld 100 procent van het bbp. We moeten naar een duurzaamheidspact dat begrotingsdiscipline koppelt aan financiële solidariteit. Liever dat dan het solidariteitspact waar sommigen voor pleiten. Dat betekent groeibevorderende investeringen in ecologie en digitalisering mogelijk maken, en zelfs een nieuw Europees industriebeleid om bepaalde vormen van productie opnieuw naar hier te halen. De lopende uitgaven, onder meer in de sociale zekerheid, moeten de landen zelf onder de loep nemen. Anders is er geen basis voor de Europese budgettaire solidariteit." Daarnaast duwt de Oekraïne-oorlog de Europese Unie met de neus op twee existentiële problemen. Ten eerste is Europa te afhankelijk van Russisch gas en moet het zijn energie-invoer meer diversifiëren. Ten tweede beseffen de EU-lidstaten met een oorlog in hun achtertuin plots dat de decennialange onderinvesteringen in defensie hen kwetsbaar hebben gemaakt. Tijdens de coronacrisis maakte de Europese Unie een kwantumsprong door voor het eerst op massale schaal gemeenschappelijke schulden aan te gaan, goed voor 750 miljard euro, om de gevolgen van de pandemie het hoofd te bieden. Dat geld zit in het Europees herstelfonds dat deel uitmaakt van NextGeneration EU, het pakket met maatregelen en projecten dat via projectsubsidies en leningen het economische herstel moet financieren. Er gaan stemmen op om opnieuw een fonds op te richten, gefinancierd met gemeenschappelijke Europese schulden, om de energie- en defensiekwetsbaarheden aan te pakken. "Dat verwondert me niet", zegt Maria Demertzis, beleidsdirecteur bij de denktank Bruegel. "De federalistische stemmen in de Europese Unie roepen bij elke crisis dat een gemeenschappelijke schulduitgifte de oplossing is." Maar deze keer ziet ze het niet gebeuren, omdat lidstaten als Duitsland, Nederland en Finland er resoluut tegen zijn. De vraag is ook of een NextGeneration EU 2.0 aan de orde is, als de eerste versie nog niet is uitgeput. "Men vergeet kennelijk dat er nog 250 miljard euro in het vorige herstelfonds zit dat nog kan worden uitgegeven. Daar kun je al heel wat mee bereiken", stelt Karel Lannoo, directeur bij de denktank CEPS. Het bestaande herstelfonds kan perfect worden gebruikt om de huidige crisis het hoofd te bieden. Ook Johan Van Overtveldt (N-VA), Europarlementslid en voorzitter van de begrotingscommissie, ziet daar meer heil in dan in nieuwe schulden. "Laat ons het ontwerp van het fonds aanpassen om de nog niet gebruikte 250 miljard euro een nieuwe bestemming te geven. We kunnen dat geld gebruiken om de interconnectie op de Europese energiemarkten te verstevigen", zegt hij. "Er is wereldwijd genoeg aardgas en Europa heeft de capaciteit om veel meer lng in te voeren, maar er zijn te weinig pijpleidingen om dat aardgas vlot tot bij de verbruikers te krijgen. Een betere connectie tussen de Europese energiemarkten is de sleutel om Poetin aan de deur te zetten als energieleverancier. We zouden op die manier twee vliegen in één klap slaan: we ondersteunen de conjunctuur en we versterken de Europese energieonafhankelijkheid." Daarnaast kan een deel van dat fonds worden gebruikt om de Europese defensie te versterken, want daar dringt de tijd, volgens Karel Lannoo. "Stel dat de Amerikaanse president Joe Biden de volgende verkiezingen verliest en zijn opvolger de NAVO niet genegen is, dan valt Europa zonder militaire steun van de Verenigde Staten. We hebben twee jaar om iets op te bouwen", zegt hij. "We hebben de capaciteit in Europa, maar we moeten die samenbrengen." Dat vereist wel een andere bestedingsaanpak dan tot nu bij NextGeneration EU geldt, meent Lannoo. "Dat geld wordt nog te weinig op Europees niveau besteed. Het wordt te veel overgelaten aan de lidstaten om het te besteden zoals zij willen. Op sommige domeinen moet veel meer Europees gedacht worden. Defensie is bij uitstek zo'n domein." Daarnaast mag er ook worden nagedacht over een groter algemeen Europees budget, zegt Frédéric Farag, professor economie aan de Sorbonne in Parijs. "Het Europese budget was lange tijd verwaarloosbaar klein: 1 procent van het bbp van de Europese Unie", zegt hij. "Dat zou 20 procent moeten zijn, zodat de Europese Unie kan werken als een echte federale unie. De Europese Unie is niet zozeer gebouwd om de solidariteit, maar om de competitiviteit te versterken. Die omslag vergt tijd. Met een echt Europees budgettair beleid met meer middelen is er ook behoefte aan grotere Europese fiscale hefbomen, maar meer Europese belastingen zijn in veel landen nog een taboe." De reflex om bij elk probleem Europa te laten opdraaien voor de oplossing en de financiering daarvan, is niet altijd de juiste, stelt Maria Demertzis: "Bij corona was dat vanzelfsprekend. Iedereen werd er even sterk door getroffen en niemand kon er iets aan doen. Maar voor hun energievoorziening hebben sommige lidstaten bepaalde beslissingen genomen. Je kunt je afvragen of de Europese Unie er collectief voor moet opdraaien, nu die keuzes verkeerd uitdraaien." Voorts waarschuwt Demertzis dat de nadruk die Europa en de lidstaten op defensie leggen, te ver kan doorslaan. "De eerste reactie na de uitbraak van de oorlog is instinctief, en dan kom je uit bij defensie. Dat is heel normaal", zegt ze. "Maar niemand lijkt zich de vraag te stellen of dat de juiste reactie is. Als Europa in ijltempo een eigen defensie wil opbouwen, is dat een escalatie van het conflict, terwijl we misschien net naar een de-escalatie moeten kijken of naar hoe Europa zijn sterktes, die vooral economisch zijn, kan inzetten om zich te verdedigen. De 100 miljard euro die Duitsland plots in defensie wil investeren, kan ook worden gebruikt worden om de neveneffecten van een ban op olie en gas uit Rusland op te vangen. Daarmee raak je Rusland harder en sneller." Bovendien dreigt de Europese Unie met die escalatie en oorlogstaal te vervreemden van haar ontstaansreden. "De Europese Unie is een vredesproject, maar we lijken de vrede overboord te gooien. Zijn we bereid zeventig jaar vrede zomaar los te laten?"