Wat hebben gezondheidszorg en justitie met elkaar gemeen? Dat ze bijna onmogelijk te hervormen zijn. Ze zijn té groot, té complex en er zijn té veel machtige stakeholders aan boord. Het is doodgewoon te veel voor één minister en voor één of zelfs twee legislaturen.
...

Wat hebben gezondheidszorg en justitie met elkaar gemeen? Dat ze bijna onmogelijk te hervormen zijn. Ze zijn té groot, té complex en er zijn té veel machtige stakeholders aan boord. Het is doodgewoon te veel voor één minister en voor één of zelfs twee legislaturen. Over justitie kunnen we kort zijn. Dat de nieuwe minister Vincent Van Quickenborne (Open Vld) werk zal maken van "de digitalisering van justitie", zegt alles. Wie durft zoiets in 2020 nog in een regeerakkoord te zetten? Justitie kabbelt al decennialang voort. Overvolle gevangenissen, een tekort aan magistraten, aanslepende procedures, ingewikkelde dossiers (Fortis!) die nooit voor een rechter raken, en dus ook de digitale achterstand. Niemand heeft het ooit fundamenteel kunnen oplossen. Hetzelfde met de gezondheidszorg. Er wordt 1,2 miljard euro extra geïnvesteerd en er komt een groeinorm van 2,5 procent. We gaan dus geld uitgeven, want de coronacrisis leert ons dat de gezondheidszorg extra middelen nodig heeft. En met de socialisten aan zet ligt dat extra geld in een handomdraai op tafel. Natuurlijk betwist niemand dat de laagste lonen in de zorg omhoog moeten en dat heel wat ziekenhuizen en verzorgingsinstellingen dringend extra personeel verdienen. Maar het extra geld houdt één groot gevaar in: we laten ons opnieuw in slaap sussen. Er is geen prikkel om de gezondheidszorg fundamenteel efficiënter te maken. En dus blijven heel wat uitdagingen gewoon liggen. Vreemd genoeg is het uw tandarts die op een eenvoudige manier aantoont dat een grondige bijsturing van de gezondheidszorg nodig is. In Trends van deze week vindt u een reportage over het stilletjes verdwijnen van de volledig 'geconventioneerde' tandarts, die trouw de officiële Riziv-tarieven aanrekent. De realiteit is dat de tandzorg razendsnel evolueert. De hardwerkende tandarts in zijn eenmanspraktijk, die om zeven uur 's ochtends aan zijn werkdag begint en om tien uur 's avonds zijn laatste gaatje dicht, sterft uit. Moderne tandartsen verenigen zich in fonkelnieuwe, hagelwitte groepspraktijken met een bijbehorend businessmodel. Ze willen de nieuwste technieken toepassen, zoals ze die in hun opleiding hebben meegekregen. Die mooie gebouwen, dat extra personeel, maar ook de nieuwe technieken en de gebruikte materialen zijn duur. Té duur om de officiële tarieven te volgen. En dat heeft gevolgen. Voor minderbedeelde patiënten dreigt een bezoek aan een niet-geconventioneerde tandarts onbetaalbaar te worden. Voor we het beseffen, hebben we een tandzorg met twee snelheden. De ene duur, maar - hopelijk - heel erg up-to-date. De andere sociaal verantwoord, maar - meestal - met oudere technieken. Terwijl de medische wereld steeds beter begrijpt dat een uitstekende tandzorg heel veel andere gezondheidsproblemen kan voorkomen. Tandzorg is een van de domeinen waar het beleid en de realiteit steeds verder uit elkaar lopen. Maar er staan veel meer seinen op rood. Denk aan de overconsumptie die het systeem zelf in de hand werkt, de onwaarschijnlijke verschillen in erelonen tussen specialisten, de supplementenbusiness in de eenpersoonskamers. Denk aan nieuwe, peperdure behandelingsmethoden die we misschien niet zullen kunnen betalen. Denk ook aan de rode cijfers waar veel ziekenhuizen mee kampen en aan de uiteenlopende tarieven die ze hanteren. In een land waar een eerlijke, solidaire gezondheidszorg tot de basisprincipes behoort, zou dat zorgen moeten baren. In tijden van vergrijzing, hoge begrotingstekorten en medische spitstechnologie volstaat het niet de geldkraan open te draaien. Er zullen nooit euro's genoeg zijn.