Nog geen twee maanden geleden verhoogde de Amerikaanse centrale bank (Fed) voor het eerst in negen jaar de beleidsrente, en intussen is de schade nauwelijks te overzien. De ontluikende markten hangen in de touwen, de beurs ploft lager, de olieprijs crashte verder en de groeivooruitzichten worden zowat overal ter wereld neerwaarts bijgesteld. Zelfs de Amerikaanse economie hapt naar adem. De Amerikaanse industrie was al in recessie, maar nu schakelt ook de dienstensector een versnelling lager en vertraagt de banencreatie, waardoor ook de kans op een Amerikaanse recessie ongemakkelijk snel stijgt. Er wordt al geopperd dat de Fed een historische vergissing beging door half december te vroeg de rente te verhogen omdat de wereldeconomie daarvoor nog te zwak was, vooral omdat de schuldenberg nog veel te hoog is. Zoveel nalatigheid blijft ons achtervolgen. De acute probleemkinderen heten de ontluikende markten en de olie-industrie, omdat ze de voorbije jaren te veel dollarschulden opstapelden.
...

Nog geen twee maanden geleden verhoogde de Amerikaanse centrale bank (Fed) voor het eerst in negen jaar de beleidsrente, en intussen is de schade nauwelijks te overzien. De ontluikende markten hangen in de touwen, de beurs ploft lager, de olieprijs crashte verder en de groeivooruitzichten worden zowat overal ter wereld neerwaarts bijgesteld. Zelfs de Amerikaanse economie hapt naar adem. De Amerikaanse industrie was al in recessie, maar nu schakelt ook de dienstensector een versnelling lager en vertraagt de banencreatie, waardoor ook de kans op een Amerikaanse recessie ongemakkelijk snel stijgt. Er wordt al geopperd dat de Fed een historische vergissing beging door half december te vroeg de rente te verhogen omdat de wereldeconomie daarvoor nog te zwak was, vooral omdat de schuldenberg nog veel te hoog is. Zoveel nalatigheid blijft ons achtervolgen. De acute probleemkinderen heten de ontluikende markten en de olie-industrie, omdat ze de voorbije jaren te veel dollarschulden opstapelden. Zijn we op weg naar een nieuwe globale recessie, die ook de Europese en Belgische economie, ondanks de rugwind van goedkope olie, een zwakke euro en een expansief geldbeleid, tot staan zal brengen. Verschillende in het verleden heel betrouwbare signalen wijzen op een toenemend recessierisico. Maar op die signalen zit dezer dagen heel wat ruis, vooral door het werk van de centrale banken. De recessiesignalen zijn, om een militaire term te gebruiken, Fubar, of Fucked Up Beyond All Recognition.Neem de ontwikkelingen aan het rentefront. Als het verschil tussen de korte en de lange rente kleiner wordt, zoals we de laatste weken vaststellen, dan stijgt de kans op een recessie. De achterliggende logica is dat een dalende langetermijnrente wijst op dalende investeringen en bestedingen, en dus op een vertragende economie. De huidige daling van de langetermijnrente weerspiegelt inderdaad ook de lagere groei- en inflatieverwachtingen, maar is ook het gevolg van de geldverruiming (QE) van de centrale banken. De langetermijnrente is dus ook heel laag omdat de Europese Centrale Bank dat wil, niet omdat er een recessie op komst is. Dit recessiesignaal is dus Fubar.Een variant op dat signaal is een stijgend renteverschil tussen veilige overheidsobligaties en de meer risicovolle bedrijfsobligaties. Beleggers verraden hun vrees voor een recessie door op bedrijfsobligaties een hogere risicopremie te eisen omdat ze bang zijn voor een nakende golf van faillissementen. Deze toenemende renteverschillen wijzen op onheil in de VS en Europa, maar ook dit signaal is Fubar. Het renteverschil is weliswaar gestegen, maar de hoogte van de risicorentes is nog beperkt. Bovendien is de verhandelbaarheid van de bedrijfsobligaties sterk achteruitgegaan, waardoor een verkoopgolf voor grote prijsreacties zorgt. Ook op de beurzen is dat het geval, en de beurscorrectie van de voorbije weken wijst evenveel op een schrikreactie als op een toenemende kans op recessie. De crash van de olieprijs wordt ook gezien als symptoom van een vertragende wereldeconomie en dalende olievraag. Maar ook dit recessiesignaal is Fubar. De lagere olieprijzen zijn vooral een gevolg van een te sterk gestegen aanbod. Sinds de VS de markt overspoelden met schalieolie, is het ieder voor zich, en verkopen alle producenten zoveel olie als ze kunnen oppompen. Het laatste restje productiediscipline is overboord gegooid omdat te veel spelers door hun hoge schuldenlast verplicht zijn zoveel mogelijk olie te verkopen. Voor elk bedrijf afzonderlijk is dat een noodzakelijke strategie, maar voor de sector als geheel is een catastrofe. Pogingen tot coördinatie blijven voorlopig zonder resultaat. Intussen draait de dodelijke spiraal door: hoe lager de olieprijs, hoe groter de nood om zoveel mogelijk olie te verkopen, en hoe meer de prijs dus zakt.De VS kunnen ervan mee spreken. De Amerikaanse industriële productie daalt al tien maanden op een rij, en sinds 1919 volgt daar altijd een recessie op. Maar ook dit signaal is Fubar, precies omdat de noodlijdende olie-industrie zwaar weegt op de industriële activiteit, en dus de onderliggende sterkte van de Amerikaanse economie negatief vertekent. Toch lijkt er meer aan de hand. De recente cijfers over de dienstensector en de jobcreatie zijn niet bemoedigend. Daartegenover staat dat de lonen in de VS pas nu beginnen te stijgen, en dat de koopkrachtinjectie dankzij de lagere energieprijzen vroeg of laat steun moet bieden, ook in Europa en Japan.Is het deze keer anders? Komt er geen recessie, ondanks de alarmerende signalen? Het recessierisico is zeker gestegen, en als de recessie er komt, dreigen de centrale banken zich nog verder op onbekend terrein te moeten wagen. Een nieuwe poging tot genezing wordt bovendien erger dan de kwaal, omdat het expansieve geldbeleid te verstorend is voor een goede marktwerking en te verdovend is om een beter beleid af te dwingen. Niet alleen de recessiesignalen, de hele economie dreigt Fubar te worden.