We leven in pessimistische tijden. Zo geloven mensen graag dat de samenleving, vooral in de stad, harder en egocentrischer is geworden. Dat klinkt niet slecht. Wellicht geloven we die verhalen als een soort troost of een soort bezwering, zoals we naar horrorfilms kijken of thrillers lezen. De angst en het pessimisme nemen we er dan maar bij.

Als fictieve verhalen vaak genoeg worden herhaald, nemen we ze voor waar aan, beïnvloeden ze het beleid en beginnen ze ons geld te kosten. Een van die verhalen is dat we egoïstisch zijn en elkaar niet helpen. Op grote schaal zijn we nog wel mens - solidariteitsacties werken - maar een sukkelaar helpen langs de kant van de weg, doen we niet meer, zeker niet in de stad.

Er zijn geen barmhartige samaritanen meer. Die bewering komt vreemd genoeg vooral uit wetenschappelijk onderzoek. De titel van een boek over het omstandereffect klinkt als een klok: The Unresponsive Bystander: Why Doesn't He Help? Bibb Latané en John Darley vertrokken van een beroemd voorbeeld: een jonge vrouw wordt neergestoken en 38 voorbijgangers wandelen haar voorbij, zonder dat ze de minste poging doen om te helpen. De passieve omstander werd een begrip.

Bent u wel eens gevallen met de fiets? Hebt u al eens een loodzware valies de trap van een station opgesleurd? Bent u al eens in zwijm gevallen? Mijn persoonlijke, niet-wetenschappelijke ervaring is dat je dan gemiddeld zelfs te veel hulp aangeboden krijgt. Onlangs was een vriendin zwaar gevallen vlak voor het Sint-Pietersstation in Gent. Ik wachtte op haar in het station. Ze belde me. Toen ik haar vond, stonden drie mensen te helpen. Even later stopte ook iemand die duidelijk medisch geschoold was. Wie heeft gelijk? De gezaghebbende wetenschap of de dagelijkse ervaring?

De wetenschap heeft al lang ingegrepen en een overzicht gemaakt van alle studies die hebben onderzocht of mensen al dan niet helpen. Die conclusies zijn niet verrassend voor u en ik, maar wel voor de doemdenkers, die blijkbaar een zeker genoegen putten uit het geloof dat de wereld er slecht aan toe is. Maar de geest is uit de fles: we geloven nog altijd dat wij passief blijven als anderen hulp nodig hebben.

Er zijn wel barmhartige samaritanen.

De beelden van toezichtscamera's van 219 incidenten in het Verenigd koninkrijk, Nederland en Zuid-Afrika werden door een internationale onderzoeksploeg geanalyseerd. De resultaten verschenen vorige maand. Ze bevestigen wat u wellicht zelf al heeft ervaren: in negen op de tien gevallen wordt een slachtoffer geholpen door minstens één persoon, maar meestal door meerdere. Mensen zijn geen egoïsten die via berekening en transactie omgaan met anderen. Wij helpen, ook al verliezen we daardoor tijd of lopen we de kans dat we schade oplopen. Als u zich echt graag wentelt in pessimisme, dan roept u natuurlijk: maar hoe zit dat met die één op de tien personen die niet helpt? Omdat er blijkbaar meestal verschillende mensen willen helpen, kan dat erop wijzen dat de situatie waarin niemand helpt speciaal is. Toch wordt de uitzondering gebruikt als algemene regel.

Die resultaten liggen wel in lijn van een ander onderzoek. Als mensen ontdekken dat medespelers vals spelen, zijn ze vaak bereid eigen winsten op te offeren om de stouteriken te straffen. Mensen offeren wel degelijk kansen op om anderen te helpen. Daar is geen geld of dwang voor nodig.

Als lezer van een zakenblad stelt u misschien de vraag hoe dat kan worden toegepast in de economie. Die toepassingen zijn talrijker en diverser dan u vermoedt. Samenwerking tussen de leverancier en de klant is de norm, niet de uitzondering. Wantrouw dus alle adviezen die ervan uitgaan dat u uw leveranciers zo veel mogelijk tegen elkaar moet uitspelen. Dat kan werken - ik ben niet naïef - maar besef dat die adviezen indruisen tegen de menselijke natuur. Ik zou in een economische omgeving niet snel adviezen geven die indruisen tegen onze condition humaine. Volgende week breid ik dat inzicht uit tot het hele economische spel.

We leven in pessimistische tijden. Zo geloven mensen graag dat de samenleving, vooral in de stad, harder en egocentrischer is geworden. Dat klinkt niet slecht. Wellicht geloven we die verhalen als een soort troost of een soort bezwering, zoals we naar horrorfilms kijken of thrillers lezen. De angst en het pessimisme nemen we er dan maar bij. Als fictieve verhalen vaak genoeg worden herhaald, nemen we ze voor waar aan, beïnvloeden ze het beleid en beginnen ze ons geld te kosten. Een van die verhalen is dat we egoïstisch zijn en elkaar niet helpen. Op grote schaal zijn we nog wel mens - solidariteitsacties werken - maar een sukkelaar helpen langs de kant van de weg, doen we niet meer, zeker niet in de stad. Er zijn geen barmhartige samaritanen meer. Die bewering komt vreemd genoeg vooral uit wetenschappelijk onderzoek. De titel van een boek over het omstandereffect klinkt als een klok: The Unresponsive Bystander: Why Doesn't He Help? Bibb Latané en John Darley vertrokken van een beroemd voorbeeld: een jonge vrouw wordt neergestoken en 38 voorbijgangers wandelen haar voorbij, zonder dat ze de minste poging doen om te helpen. De passieve omstander werd een begrip. Bent u wel eens gevallen met de fiets? Hebt u al eens een loodzware valies de trap van een station opgesleurd? Bent u al eens in zwijm gevallen? Mijn persoonlijke, niet-wetenschappelijke ervaring is dat je dan gemiddeld zelfs te veel hulp aangeboden krijgt. Onlangs was een vriendin zwaar gevallen vlak voor het Sint-Pietersstation in Gent. Ik wachtte op haar in het station. Ze belde me. Toen ik haar vond, stonden drie mensen te helpen. Even later stopte ook iemand die duidelijk medisch geschoold was. Wie heeft gelijk? De gezaghebbende wetenschap of de dagelijkse ervaring? De wetenschap heeft al lang ingegrepen en een overzicht gemaakt van alle studies die hebben onderzocht of mensen al dan niet helpen. Die conclusies zijn niet verrassend voor u en ik, maar wel voor de doemdenkers, die blijkbaar een zeker genoegen putten uit het geloof dat de wereld er slecht aan toe is. Maar de geest is uit de fles: we geloven nog altijd dat wij passief blijven als anderen hulp nodig hebben.De beelden van toezichtscamera's van 219 incidenten in het Verenigd koninkrijk, Nederland en Zuid-Afrika werden door een internationale onderzoeksploeg geanalyseerd. De resultaten verschenen vorige maand. Ze bevestigen wat u wellicht zelf al heeft ervaren: in negen op de tien gevallen wordt een slachtoffer geholpen door minstens één persoon, maar meestal door meerdere. Mensen zijn geen egoïsten die via berekening en transactie omgaan met anderen. Wij helpen, ook al verliezen we daardoor tijd of lopen we de kans dat we schade oplopen. Als u zich echt graag wentelt in pessimisme, dan roept u natuurlijk: maar hoe zit dat met die één op de tien personen die niet helpt? Omdat er blijkbaar meestal verschillende mensen willen helpen, kan dat erop wijzen dat de situatie waarin niemand helpt speciaal is. Toch wordt de uitzondering gebruikt als algemene regel. Die resultaten liggen wel in lijn van een ander onderzoek. Als mensen ontdekken dat medespelers vals spelen, zijn ze vaak bereid eigen winsten op te offeren om de stouteriken te straffen. Mensen offeren wel degelijk kansen op om anderen te helpen. Daar is geen geld of dwang voor nodig. Als lezer van een zakenblad stelt u misschien de vraag hoe dat kan worden toegepast in de economie. Die toepassingen zijn talrijker en diverser dan u vermoedt. Samenwerking tussen de leverancier en de klant is de norm, niet de uitzondering. Wantrouw dus alle adviezen die ervan uitgaan dat u uw leveranciers zo veel mogelijk tegen elkaar moet uitspelen. Dat kan werken - ik ben niet naïef - maar besef dat die adviezen indruisen tegen de menselijke natuur. Ik zou in een economische omgeving niet snel adviezen geven die indruisen tegen onze condition humaine. Volgende week breid ik dat inzicht uit tot het hele economische spel.