Het opiniestuk van Marc Buelens in Trends heeft mij als preventieadviseur verbaasd. De aanleiding van het stuk is een actie van dertien stafmedewerkers van Goldman Sachs die de lange werkdagen en prestatiedruk aankaarten binnen hun organisatie. Allereerst, laat me zeggen dat ik het eens ben over één zaak: absurd hoge lonen in sectoren die de economie niet dienen, moeten aan banden gelegd worden. Laat daar geen twijfel over bestaan. Maar de opinie gaat vooral over hoe lange werkuren niet zouden leiden tot een burn-out. Meer zelfs, we zouden vandaag veel meer kunnen werken zonder een verhoogd risico op burn-out. Empirisch onderzoek spreekt dat tegen. Of toch voor een deel. Er zijn drie cruciale elementen in de bijdrage van Buelens ontbreken: de oorzaak van burn-out, de rol van de werkgever en de definitie van 'arbeid' die gehanteerd wordt.

Er zijn veel factoren die tot burn-out kunnen leiden, lange werkuren horen daar ook bij.

Als preventieadviseur bij een grote stad kom ik in aanraking met zowat alle categorieën van werknemers: bedienden en arbeiders, leerkrachten, aannemers en onderaannemers, mensen die in ploegen werken en mensen die halftijds werken. De werkomstandigheden zijn verschillend, maar allemaal worden ze geconfronteerd met burn-outs. Hoe komt dat? Volgens de hoge gezondheidsraad van België is een burn-out een vorm van uitputting die voorkomt wanneer iemand het gevoel heeft meer te investeren in zijn of haar werk, dan wat hij of zij daarvoor terugkrijgt. Of wanneer iemand vindt dat de input en output van het werk uit balans is. Het is een combinatie van emotionele uitputting en een steeds grotere mentale afstand hebben van het werk, wat leidt tot twijfel aan de eigen competenties.

Zoals u kan lezen wordt hier niets over specifieke arbeidscategorieën gezegd. Burn-out heeft een rechtstreekse link met werkomstandigheden. Als die omstandigheden een persoon duwen in een cynische attitude zal de kans op burn-out opmerkelijk toenemen. Zeker wanneer de onderneming niet genoeg investeert in het welzijn en de ontwikkeling van zijn werknemers. Iemand die in slechte omstandigheden werkt, kan niet zomaar meer werken. Gewoon poneren dat meer werken niets te maken heeft met een burn-out krijgen, klopt niet. Dat speelt wel een rol, samen met veel andere factoren. Honderdduizenden werknemers in ons land verdienen geen grote allesomvattende analyses, maar een persoonlijke aanpak en een investering van het bedrijf in hun welzijn en ontwikkeling. Studies genoeg die aantonen dat dit ook de productiviteit van het bedrijf ten goede komt.

Ten tweede: het is terecht dat een werknemer zijn werkgever aanspreekt op die werkomstandigheden. Het is niet voor niets verankerd in de preventiewetgeving dat een werkgever ook verantwoordelijk is voor het psychisch welbevinden van de werknemers op het werk. De aanpak van de individuele verantwoordelijk heeft al te lang en te vaak geleid tot volledig opgebrande werknemers. Welzijn op het werk is een collectieve verantwoordelijkheid waar de werkgever de eindverantwoordelijkheid draagt. Als werknemers aan de alarmbel trekken, moet de werkgever luisteren en in actie schieten. Zowel volgens de wet als in het belang van zijn werknemers en onderneming. Wat anderen neerzetten als 'klagen' heeft in veel gevallen voor sociale vooruitgang gezorgd.

Tot slot: wat met niet vergoede arbeid? Geloof me, de meeste mensen werken veel meer dan 38 uren per week. Je huishouden in orde brengen, je administratie doen, voor de kinderen of andere familieleden zorgen, je inzetten voor een vereniging enzovoort. Allemaal vormen van arbeid die in onze samenleving niet erkend worden en die bovenop de werkuren komen. Ook dit is werk en ook hier spelen factoren zoals je omgeving, je eigen motivatie en de omstandigheden waarin je die zaken doet, een rol.

Onze samenleving is er één van druk en prestatie. Eén op de vijf werknemers zit in de risicozone voor een burn-out. Een pleidooi voor meer werken, of om sommige beroepscategorieën als "minder zwaar" te zien, is er één die volledig losstaat van de realiteit van mensen. Als één pleidooi op zijn plaats is, is dat wel om het werk te erkennen die mensen doen na hun werkuren. Ook dat is arbeid. Waardevolle en maatschappelijk relevante arbeid. En eentje die hoe langer hoe meer moeilijk te combineren is met hetgeen van je gevraagd wordt op de werkvloer. Het erkennen is een eerste stap richting een collectieve genezing.

Aimen Horch is preventieadviseur en is fractieleider van Groen in de gemeenteraard in Vilvoorde.

Het opiniestuk van Marc Buelens in Trends heeft mij als preventieadviseur verbaasd. De aanleiding van het stuk is een actie van dertien stafmedewerkers van Goldman Sachs die de lange werkdagen en prestatiedruk aankaarten binnen hun organisatie. Allereerst, laat me zeggen dat ik het eens ben over één zaak: absurd hoge lonen in sectoren die de economie niet dienen, moeten aan banden gelegd worden. Laat daar geen twijfel over bestaan. Maar de opinie gaat vooral over hoe lange werkuren niet zouden leiden tot een burn-out. Meer zelfs, we zouden vandaag veel meer kunnen werken zonder een verhoogd risico op burn-out. Empirisch onderzoek spreekt dat tegen. Of toch voor een deel. Er zijn drie cruciale elementen in de bijdrage van Buelens ontbreken: de oorzaak van burn-out, de rol van de werkgever en de definitie van 'arbeid' die gehanteerd wordt.Als preventieadviseur bij een grote stad kom ik in aanraking met zowat alle categorieën van werknemers: bedienden en arbeiders, leerkrachten, aannemers en onderaannemers, mensen die in ploegen werken en mensen die halftijds werken. De werkomstandigheden zijn verschillend, maar allemaal worden ze geconfronteerd met burn-outs. Hoe komt dat? Volgens de hoge gezondheidsraad van België is een burn-out een vorm van uitputting die voorkomt wanneer iemand het gevoel heeft meer te investeren in zijn of haar werk, dan wat hij of zij daarvoor terugkrijgt. Of wanneer iemand vindt dat de input en output van het werk uit balans is. Het is een combinatie van emotionele uitputting en een steeds grotere mentale afstand hebben van het werk, wat leidt tot twijfel aan de eigen competenties.Zoals u kan lezen wordt hier niets over specifieke arbeidscategorieën gezegd. Burn-out heeft een rechtstreekse link met werkomstandigheden. Als die omstandigheden een persoon duwen in een cynische attitude zal de kans op burn-out opmerkelijk toenemen. Zeker wanneer de onderneming niet genoeg investeert in het welzijn en de ontwikkeling van zijn werknemers. Iemand die in slechte omstandigheden werkt, kan niet zomaar meer werken. Gewoon poneren dat meer werken niets te maken heeft met een burn-out krijgen, klopt niet. Dat speelt wel een rol, samen met veel andere factoren. Honderdduizenden werknemers in ons land verdienen geen grote allesomvattende analyses, maar een persoonlijke aanpak en een investering van het bedrijf in hun welzijn en ontwikkeling. Studies genoeg die aantonen dat dit ook de productiviteit van het bedrijf ten goede komt.Ten tweede: het is terecht dat een werknemer zijn werkgever aanspreekt op die werkomstandigheden. Het is niet voor niets verankerd in de preventiewetgeving dat een werkgever ook verantwoordelijk is voor het psychisch welbevinden van de werknemers op het werk. De aanpak van de individuele verantwoordelijk heeft al te lang en te vaak geleid tot volledig opgebrande werknemers. Welzijn op het werk is een collectieve verantwoordelijkheid waar de werkgever de eindverantwoordelijkheid draagt. Als werknemers aan de alarmbel trekken, moet de werkgever luisteren en in actie schieten. Zowel volgens de wet als in het belang van zijn werknemers en onderneming. Wat anderen neerzetten als 'klagen' heeft in veel gevallen voor sociale vooruitgang gezorgd. Tot slot: wat met niet vergoede arbeid? Geloof me, de meeste mensen werken veel meer dan 38 uren per week. Je huishouden in orde brengen, je administratie doen, voor de kinderen of andere familieleden zorgen, je inzetten voor een vereniging enzovoort. Allemaal vormen van arbeid die in onze samenleving niet erkend worden en die bovenop de werkuren komen. Ook dit is werk en ook hier spelen factoren zoals je omgeving, je eigen motivatie en de omstandigheden waarin je die zaken doet, een rol.Onze samenleving is er één van druk en prestatie. Eén op de vijf werknemers zit in de risicozone voor een burn-out. Een pleidooi voor meer werken, of om sommige beroepscategorieën als "minder zwaar" te zien, is er één die volledig losstaat van de realiteit van mensen. Als één pleidooi op zijn plaats is, is dat wel om het werk te erkennen die mensen doen na hun werkuren. Ook dat is arbeid. Waardevolle en maatschappelijk relevante arbeid. En eentje die hoe langer hoe meer moeilijk te combineren is met hetgeen van je gevraagd wordt op de werkvloer. Het erkennen is een eerste stap richting een collectieve genezing. Aimen Horch is preventieadviseur en is fractieleider van Groen in de gemeenteraard in Vilvoorde.