700 miljoen euro. Dat is het bedrag dat de Belgische overheid moet terugeisen van multinationals, die een fiscaal voordelige ruling hebben onderhandeld. Op het eerste gezicht is dat een mooie zaak. De begroting krijgt een opkikker. En waren die rulings eigenlijk geen fiscale cadeau voor grote bedrijven, verkregen dankzij lobbyfiscaliteit? Zo eenvoudig is het niet.
...

700 miljoen euro. Dat is het bedrag dat de Belgische overheid moet terugeisen van multinationals, die een fiscaal voordelige ruling hebben onderhandeld. Op het eerste gezicht is dat een mooie zaak. De begroting krijgt een opkikker. En waren die rulings eigenlijk geen fiscale cadeau voor grote bedrijven, verkregen dankzij lobbyfiscaliteit? Zo eenvoudig is het niet.Het kader voor de 'excess profit rulings' werd in 2004 door de regering-Guy Verhofstadt (VLD) ingevoerd. Voor alle duidelijkheid: met de goedkeuring van de socialisten. De filosofie was dat multinationals die met bijvoorbeeld een logistiek centrum of een aankoopcentrale winst genereren in ons land, daarop beperkt belasting moeten betalen. Het gros van het omzetvolume, waardoor de winst kan gemaakt worden, situeert zich niet in België. Dus sluit de fiscus een deal dat slechts 10 procent van de winst in België zal 'vallen'.Op internationale roadshows scoorde België sterk met de presentatie van 'Only in Belgium', die het systeem uit de doeken deed. Zo'n zestig multinationals onderhandelden met succes excess profit rulings met de fiscus. Als ze het belastingvoordeel moeten terugstorten, dan krijgt ons land wereldwijd het imago van een onbetrouwbare partner, waarvan de fiscale administratie niet weet waarmee hij bezig is. Het was misschien voorzichtiger geweest als dit regime vooraf was afgetoetst met de Europese Commissie om een debacle te vermijden. Toch moet men zich ook geen illusies maken. Alle EU-landen hebben fiscale regels uitgewerkt om ondernemingen aan te trekken. Heel wat fiscale deals werden in het geheim gesloten. Gelukkig komt er onder druk van de OESO op termijn meer transparantie hierover.De stap van de Europese Commissie is er echter een te veel. Het verbod op staatssteun werd ingevoerd om te vermijden dat overheden geld pompen om industrieën te beschermen die anders onder de Europese concurrentie zouden verdwijnen. Dat is zeker echter niet het doel van het Belgische rulingsysteem, want het gaat meestal over erg gezonde bedrijven.Het is evenmin zo dat België 700 miljoen euro belastinggeld heeft verloren met deze rulings. Zonder het Belgische belastingvoordeel zouden de multinationals wel naar een andere staat binnen of buiten Europa getrokken zijn, waar gelijkaardige instrumenten bestaan. Meer nog: België verliest met het eventuele wegvallen van die rulings de belastbare basis, waarop het (een beperkte) winstbelasting kan heffen. Als dit belastingregime de Belgische overheid geen euro kost, maar integendeel miljoenen euro aan belastingen opbrengt, hoe kan er dan sprake zijn van staatssteun? Rond deze bedrijven ontstaan trouwens een netwerk van dienstverleners en dikwijls nevenactiviteiten van die multinationals, die ook belastingen betalen.Ook politiek zijn er argumenten tegen de actie van de Commissie. Die streeft al lang naar een Common Consolidated Corporate Tax Base (CCCTB), een eenvormig regime om vennootschapsbelasting te heffen. Zo'n regime zou ertoe leiden dat de landen met het grootste aandeel in productie, omzet en personeel eraan winnen. Kleine landen met hoofdzakelijk een diensteneconomie, zullen eraan verliezen. Net die landen worden momenteel door de Commissie dossier na dossier op de vingers getikt.Duitsland en Frankrijk zijn dus behoorlijk hypocriet in hun het pleidooi voor de CCCTB, net zoals het Verenigd Koninkrijk dat in het verzet tegen fiscale gunstregimes is. Zij willen gewoon meer centen.De Europese Commissie voert hun verborgen agenda uit. Daarom moet de Belgische overheid in het verzet gaan en beroep aantekenen tegen het verbod op die rulings. Het tegendeel zou neerkomen op eenzijdige ontwapening in de koude fiscale oorlog die de grote landen voeren.