Sinds het brexit-referendum heeft de Britse economie beter standgehouden dan verwacht. Zeker, door de hogere inflatie die voortkwam uit de devaluatie van het pond is de groei van de reële lonen gestagneerd. De koopkracht blijft onder het peil van voor de financiële crisis van 2008-2009. Toch is de werkloosheid gedaald tot het laagste peil in veertig jaar ( zie grafiek) en niet scherp gestegen zoals de meeste economen hadden gevreesd. Ook is het bruto binnenland product (bbp) blijven groeien, zij het in een lager tempo dan je had mogen verwachten als de Britten voor remain hadden gekozen.

Zal de economie de kenners blijven verbazen? Het komende jaar wordt overschaduwd door het risico dat Groot-Brittannië de Europese Unie met slaande deuren en zonder deal zal verlaten. De brexit-hardliners stellen dat het land niets te vrezen heeft.

Toch zou de schade van een brexit zonder deal ernstig zijn. Niemand weet met zekerheid wat er zou gebeuren, maar de handelaars in de City gaan ervan uit dat het pond zou terugvallen van zijn huidige peil van 1,30 dollar (1,12 euro) naar 1,10 dollar (0,95 euro). Dat zou een nieuwe aanval van kosteninflatie oproepen die nog meer aan de Britse lonen zal vreten. Tot nog toe hebben de Britse exporteurs niet erg geprofiteerd van de goedkopere munt. Veel van hun producten bevatten geïmporteerde goederen die duurder zijn geworden.

Bovendien wordt een halve eeuw aan wetgeving afgeschaft zonder dat er iets voor in de plaats komt. De onzekerheid die dat oproept, zou bedrijven afschrikken om te investeren of geld uit te geven en zo de economische groei verzwakken. De EU zou Groot-Brittannië op handelsgebied moeten behandelen als een 'derde land' en heffingen moeten invoeren voor Britse producten. Het beleid kan die klap verzachten. Als er geen deal komt, besluit de Bank of England waarschijnlijk tot een daling van de rentevoet, die nu 0,75 procent bedraagt. Desondanks valt een recessie, mogelijk een ernstige, niet uit te sluiten.

Het zou veruit het beste zijn als de regering een brexit-akkoord met de EU sluit dat zou resulteren in een soort overgangsregeling voor de komende paar jaar. Dan zou het pond tot boven 1,40 dollar (1,21 euro) kunnen stijgen. De Bank of England zou waarschijnlijk een teken geven dat ze klaar is de rente geleidelijk te verhogen. Bedrijven zouden de extra zekerheid waarderen en misschien overwegen de in de afgelopen jaren opgestapelde hopen cash aan extra investeringen te besteden.

Nieuwe problemen

Maar zelfs met de best mogelijke brexit-deal is het niet waarschijnlijk dat de Britse economie in 2019 een vliegende start kent. Hoewel de regering het begrotingstekort heeft teruggebracht van 10 procent van het bbp na de crisis tot 2 procent nu, zullen de overheidsuitgaven laag blijven. Minister van Financiën Philip Hammond is een van de weinige politici die onder ogen zien hoe de uitgavendruk uiteindelijk zal toenemen door een verouderende en minder gezonde bevolking. Volgens officiële schattingen kan de regering op lange termijn de overheidsfinanciën alleen in evenwicht brengen als ze bezuinigt of de belastingen elk decennium met 2 procent van het bbp verhoogt. En dat vele decennia na elkaar.

Minder overheidsuitgaven betekent minder hulp voor wie het het hardst nodig heeft: de mensen in de postindustriële gebieden van Groot-Brittannië, de jongeren en de ouderen. Als Groot-Brittannië moeite heeft om iets te doen aan de diepere oorzaken van de politieke onvrede die geleid heeft tot de keuze voor de brexit, is een volgende radicale reactie misschien niet meer zo veraf.

© ONS