Er is in het onderwijs geen koe heiliger dan de vaste benoeming. Minister van Onderwijs Hilde Crevits zei in interviews wel eens dat zij een loopbaanpact wil sluiten met de leraren, maar dat ze niet de geschiedenis wil ingaan als de minister die de vaste benoeming ter discussie stelt.
...

Er is in het onderwijs geen koe heiliger dan de vaste benoeming. Minister van Onderwijs Hilde Crevits zei in interviews wel eens dat zij een loopbaanpact wil sluiten met de leraren, maar dat ze niet de geschiedenis wil ingaan als de minister die de vaste benoeming ter discussie stelt.Maar de realiteit haalt de minister in. Uit een enquête van het Stedelijk en Gemeentelijk Onderwijs (OVSG) blijkt dat een meerderheid van de schooldirecteurs de vaste benoeming wil vervangen door een gewoon contract van onbepaalde duur.Al langer dan vandaag is geweten dat de vaste benoeming voor problemen zorgt. De vaak geroemde kwaliteit van ons onderwijs lijdt eronder. En dan hebben we het niet over het verschil in productiviteit of het hogere absenteïsme van vastbenoemde leraars, maar wel over de belemmering die de vaste benoeming vormt voor de instroom van goede jonge leerkrachten.Alleen al daarom is het hoog tijd om dit gunstregime ter discussie te stellen. Dat beseffen de OVSG-directeurs, maar ook heel wat leerkrachten, zo bleek eerder dit jaar uit een rondvraag van het liberale parlementslid Ann Brusseel. Hopelijk vindt de minister de moed om de opzegtermijn voor de vaste benoeming te laten beginnen. Het staat misschien niet in het regeerakkoord, maar elk loopbaanpact dat niet sleutelt aan de vaste benoeming schiet zijn doel voorbij.De vaste benoeming heeft nu eenmaal een pervers effect. Voor de klas staan is een roeping. Meer dan ooit zijn goede leraars nodig. Die verdienen ons respect en een goed loon. Maar als de vaste benoeming ooit een beschermingsmechanisme was, dan fungeert ze vandaag vooral als een irrationele barrière voor nieuw talent. En dat is geen wissel op de toekomst.