In deze verkiezingscampagne zwaaien de partijen met belastingverlagingen. Vooral als het over een hervorming van de personenbelasting gaat, lossen ze alle remmen. Tarieven dienen geschrapt, de belastingvrije som (het deel van het belastbaar inkomen dat vrij is van belastingen) moet omhoog.

Die voorstellen zijn begrijpelijk, aangezien de fiscale druk op arbeidsinkomen in België zeer hoog is, ondanks de taxshift/taxcut van de regering-Michel. Alleen zou een nieuwe grote verlaging van de personenbelasting al snel een miljardengat in de begroting slaan. Een aantal partijen hoopt de kloof te dichten via vermogensbelastingen, maar die zijn in België al hoog. Bovendien stijgt de pensioenfactuur in de volgende legislatuur met 9,7 miljard euro. Als de volgende federale regering een mix wordt van linkse en rechtse partijen, dan lijkt een grote taxshift of nieuwe belastingverlaging uitgesloten.

Een nieuwe Vlaamse jobkorting is het enige wat eraf kan.

Tenminste, op federaal niveau. Een volgende Vlaamse regering kan wel zonder veel budgettaire problemen de personenbelasting verlagen: door optimaal gebruik te maken van de fiscale autonomie via de opcentiemen op de personenbelasting, die Vlaanderen zelf heft. Die fiscale autonomie heeft de regering-Bourgeois amper of niet benut.

Het is dus tijd dat de volgende Vlaamse beleidsploeg een aanzienlijke belastingverlaging doorvoert, een nieuwe Vlaamse jobkorting, zoals die goed tien jaar geleden al eens werd toegekend. Open Vld pleit daarvoor. Zo'n jobkorting bis zou vooral ten goede komen van de laagste lonen, die 1000 euro koopkracht per jaar zouden winnen.

Die operatie kost de Vlaamse begroting 640 miljoen euro. Dat moet geen hinderpaal zijn. Ook al beweren politici het tegendeel, Vlaanderen zit goed in de slappe was en kan nog besparen op het overheidsapparaat.