Het is verbazend dat goud vandaag slechts een marginale plaats krijgt in de economie en in de beleggingsportefeuilles. Ooit was dat anders. Het gebruik van goud en zilver als ankerpunt voor economische transacties gaat duizenden jaren terug. Van de negentiende eeuw tot in 1971 was goud de spil van het internationale monetair systeem door de 'gouden standaard'. Die bestond erin dat munten, al dan niet via een omweg, omwisselbaar waren in goud tegen een vaste prijs. Vanaf 1971 verdween deze garantie en zijn we terechtgekomen in een wereld van 'fiat-geld'. Een fiat-munt (een quasi-anagram van 'faith') is niet gedekt door een hoeveelheid goud, maar enkel door het vertrouwen in de overheid die ze uitgeeft. Ze vertegenwoordigt een papieren belofte die de overheid decreteert.

De keuze voor goud was allerminst arbitrair. Goud maakt niet alleen wie lelijk is mooi, maar heeft ook andere kwaliteiten. Van alle metalen is goud het minst onderhevig aan corrosie, het is zeldzaam, het heeft een hoger soortelijk gewicht dan lood en het is een uitstekende elektrische en thermische geleider. Alchemisten hebben vruchteloos gepoogd het na te maken. Munten komen en gaan, maar goud is al zo'n 5000 jaar een vaste waarde. Een monetair systeem dat wordt gegarandeerd door goud komt ouderwets over, maar heeft een belangrijk voordeel. Het dwingt de overheden tot monetaire en budgettaire discipline omdat tegenover nieuwe geldcreatie de opbouw van een grotere goudreserve moet staan. Overheden houden echter niet van het inperken van hun macht. De gouden standaard werd onterecht aangewezen als een van de oorzaken van de Grote Depressie en werd om nog andere drogredenen eenzijdig door de Amerikaanse president Richard Nixon opgezegd. Het lossen van de gouden handrem was het startschot voor een ongekende schuldenbonanza ingezet door de overheden, die ons mee hebben gebracht tot de recente financiële crisis. De schuldopbouw ging nadien onverminderd voort. Oude schulden worden bestreden met nieuwe schulden. De productiviteit van nieuwe schulden neemt onvermijdelijk af, waardoor steeds meer schuld nodig is om de economie aan te zwengelen, net als een heroïneverslaafde een steeds grotere dosis nodig heeft voor dezelfde kick. Zonder een terugkeer naar een gouden standaard lijkt dit proces van zelfdestructie onomkeerbaar.

Een monetair systeem gegarandeerd door goud dwingt de overheid tot budgettaire discipline.

Beleggers moeten niet wachten op een terugkeer van de gouden standaard. Cryptomunten zijn een afgeleide van de terechte angst voor verdere monetaire excessen, maar zijn een inferieur alternatief voor goud. Er zijn duizenden cryptomunten, waarvan de meeste mettertijd in digitale rook zullen opgaan, maar er is maar één type goud. 'De' blockchain bestaat niet, er zijn duizenden blockchains. Elke groep hipsters kan in een koffiebar een blockchain creëren en er een eigen cryptomunt aanhangen om daarmee hun caffè latte of hun vintage typemachine te betalen. Cryptomunten zijn niet gereguleerd en worden massaal gemanipuleerd door een kleine groep insiders. Men schat dat 40 procent van alle bitcoins in handen is van minder dan 1000 mensen, die samenspannen om de waarde kunstmatig hoog te houden. Ze zijn misschien moeilijk te hacken, maar niets weerhoudt de overheden ervan ze op een dag te verbieden. Cryptomunten doen vermetele pogingen om zo hard mogelijk te lijken op goud en zilver. Ze worden typisch grafisch voorgesteld als een gouden of zilveren munt. Ze worden, net als edelmetaal, 'gemijnd'. Maar wie heeft in godsnaam cryptomunten nodig als je in goud kunt beleggen?

Het enige valabele argument om niet in goud te beleggen is dat het geen rente opbrengt. Maar in een wereld van perma-rentefrost valt dat argument weg. Het is allerminst ondenkbaar dat de rente nog verder daalt, getuige het recente pleidooi in die zin van het IMF. In dat vooruitzicht wordt het nulrendement van goud een voordeel in plaats van een nadeel. Beleggers doen er goed aan een stuk van hun portefeuille te beleggen in goud als een van de weinige activa die weerstand zullen bieden aan nieuw onheil.