In de coronacrisis hebben alle Europese overheden hun begrotingen in de strijd gegooid om hun economieën recht te houden. Ze gaven bedrijven hinderpremies, uitstel en kwijtschelding van sociale en andere lasten. Huishoudens behielden hun koopkracht via tijdelijke werkloosheidsregimes, moratoria op hun hypotheken en andere financiële steunmaatregelen. Banken kregen ruggensteun door een staatsgarantie op kredieten. Het resultaat is dat de Europese economie niet volledig is ingestort, hoewel ze dit jaar een krimp van 8 procent te verduren krijgt. De uitdaging zal zijn om ze voldoende recht te houden zodat na de coronacrisis een deftige relance mogelijk is.
...

In de coronacrisis hebben alle Europese overheden hun begrotingen in de strijd gegooid om hun economieën recht te houden. Ze gaven bedrijven hinderpremies, uitstel en kwijtschelding van sociale en andere lasten. Huishoudens behielden hun koopkracht via tijdelijke werkloosheidsregimes, moratoria op hun hypotheken en andere financiële steunmaatregelen. Banken kregen ruggensteun door een staatsgarantie op kredieten. Het resultaat is dat de Europese economie niet volledig is ingestort, hoewel ze dit jaar een krimp van 8 procent te verduren krijgt. De uitdaging zal zijn om ze voldoende recht te houden zodat na de coronacrisis een deftige relance mogelijk is.En daar vreest de ECB voor als ze de budgettaire plannen van de lidstaten voor volgend jaar ziet. De landen hebben hun begrotingsplannen met de Europese Commissie gedeeld. Allemaal zijn ze van plan om vanaf volgend jaar hun begrotingsriemen aan te spannen en de steun die hun economieën momenteel rechthoudt deels of helemaal terug te schroeven. Daarmee nemen ze een groot risico volgens de ECB. Als overheden abrupt de financiële steun aan huishoudens en bedrijven afkapt, dreigt een aanzienlijk deel daarvan hun leningen niet meer te kunnen betalen en in de schuldenafgrond te vallen. "Cliff-edge risks loom large", schrijven de ECB-economen in het halfjaarlijks Financial Stability Review van vorige week.De EU-lidstaten dreigen daarmee dezelfde fout te maken als in 2010, toen ze na de financiële crisis van 2008 te snel in besparingsmodus gingen waardoor het economisch herstel in de EU met horten en stoten van de grond kwam en achterbleef op andere geavanceerde economieën. Een krap budgettair beleid op het moment dat de economie nog niet zijn volle potentieel benut, kan de economische situatie verergeren, stelt het ECB-rapport.De overheden hebben dus de sleutel voor het economisch herstel in handen. De publieke steun moet bij de juiste economische spelers en projecten terechtkomen, efficiënt worden besteed en lang genoeg duren. Daarmee stijgen de kansen voor de Europese huishoudens en bedrijven om er bovenop te komen.In een van haar grafieken zet de ECB voor de EU-lidstaten de schuldposities van huishoudens af tegen het aantal jobs die in die lidstaten momenteel overleven dankzij overheidssteun. Nederland en Cyprus staan er het slechtste voor. De Nederlandse huishoudens hebben een schuldgraad van meer dan 100 procent van het bbp, de hoogste van Europa - met dank aan de Nederlandse hypotheekmarkt. Tegelijk zijn 30 procent van de Nederlandse jobs momenteel afhankelijk van corona-overheidssteun.Belgische huishoudens zitten er iets comfortabeler bij met een schuldgraad van meer dan 60 procent van het bbp en 20 procent van de jobs die overleven dankzij de hulp van onze overheid.Die overheidssteun stut in belangrijke mate de capaciteit van Europese bedrijven en huishoudens om hun leningen af te betalen. Zo'n 7 procent van alle leningen van huishoudens en bedrijven is gedekt door staatsgaranties en nog eens 15 procent valt onder voorlopige moratoria. Als die garanties en steun te snel en te vroeg wegvallen, stijgt voor die leningen de kans op wanbetaling. Dat gaat over een vijfde van het totale openstaande krediet van Europese banken aan huishoudens en bedrijven, goed voor meer dan 900 miljard euro.Mede dankzij die staatsgaranties hebben de Europese banken, in tegenstelling tot de financiële crisis van 2008, de kredietkraan richting bedrijven wijd opengezet. Bedrijven konden blijven lenen tegen goede tarieven. Als overheden te snel hun garanties voor bedrijfsleningen terugschroeven, stijgt het kredietrisico voor banken, zullen hun leningtarieven omhoog gaan waardoor op hun beurt bedrijven in financiële problemen dreigen te komen als ze niet goedkoop kunnen herfinancieren.Als al die leningen in een keer 'slecht' worden, betekent dat een zware klap voor de Europese banken. Door de coronacrisis is hun winstgevendheid met meer dan 2 procent geslonken, vooral door de provisies die ze al nemen voor een mogelijk verlies op hun kredietportefeuilles. Banken doen er goed aan voor langere tijd voldoende buffers aan te leggen om mogelijke verliezen op te vangen, stelt het ECB-rapport. Dus ook de stabiliteit van de Europese banksector hangt voor een belangrijk deel af van de bereidheid van overheden om hun begrotingsbeleid voldoende in te zetten voor de relance.De exit uit het economische moeras van de coronacrisis belooft een even delicate evenwichtsoefening te worden als die uit de gezondheidscrisis.