Na wekenlange protesten van milieuactivisten, besloot de Servische regering vorige donderdag de plannen voor een lithium-mijn in het westen van het land te schrappen. Dat is een streep door de rekening van het Brits-Australische bedrijf Rio Tinto, dat lithium wou ontginnen uit de rijke ondergrond van de Jadarvallei. Die bevat naar schatting een lithiumvoorraad voor de batterijen van wel een miljoen elektrische auto's.

U vraagt zich misschien af of die Servische milieuactivisten dan niet willen dat we straks allemaal elektrisch en uitstootvrij rijden. Wat zij de afgelopen weken aan de kaak stelden, had niets met CO2-uitstoot te maken, maar alles met de negatieve impact van de lithium-mijn op de biodiversiteit en de water- en bodemkwaliteit in de omgeving. Zulke milieuproblemen hebben de ontginning van lithium en bij uitbreiding elektrisch rijden de afgelopen jaren al vaker in een slecht daglicht gesteld. Net zoals de energie-intensieve productie van lithiumbatterijen, het gebrek aan recyclagemogelijkheden en de slechte arbeidsomstandigheden voor de mijnwerkers die het vuile werk achter onze elektrische wagens verrichten.

Duurzame mobiliteit zonder mijnen in de achtertuin.

Tegelijk wordt elektrisch rijden al jaren hoog in het vaandel gedragen als een van de belangrijkste hefbomen om de klimaatproblematiek op te lossen. In juli 2021 besloot de Europese Unie dat alle nieuwe auto's vanaf 2035 emissievrij moeten zijn. Op de COP26 in Glasgow kwam er een akkoord dat het einde van voertuigen met een verbrandingsmotor op de belangrijkste markten plant in 2035. Volgend op beleidsmatige impulsen en subsidiëring, maken elektrische wagens de afgelopen jaren gestaag hun opmars in de private en professionele markt.

Als we er de duurzaamheidsdoelstellingen van de Verenigde Naties op nalezen, dan zien we dat klimaatactie slechts een van de zeventien thema's is. Gebaseerd op de hoeveelheid persberichten die ik het jongste halfjaar heb ontvangen van bedrijven die me lieten weten dat ze hun wagenpark willen elektrificeren, vraag ik me af of we de boodschap wel goed begrepen hebben. Bovendien valt te betwijfelen of we met onze elektrische bedrijfswagens echt bijdragen tot de oplossing van een globaal probleem, als we ondertussen roofbouw plegen op de mensen en hun omgeving aan de andere kant van de wereld. Of in Europa, althans bijna.

Het Brits-Australische bedrijf Rio Tinto, de Servische regering, zelfs u, vindt de Servische milieuactivisten misschien luizen in de pels. Maar ze wijzen ons op een pertinent feit dat we maar al te vaak vergeten: de klimaatverandering maakt deel uit van een complex en systemisch duurzaamheidsvraagstuk dat geen deeloplossingen, maar een totaalaanpak vereist. Een aanpak die niet louter steunt op het gebruik van nieuwe materialen en technologisch vernuft, maar ook op meer doen met wat we al hebben.

De oproer rond de Servische lithium-mijn kan een aanknopingspunt zijn voor een gesprek en de cocreatie van een duurzaam mobiliteitsplan waarin de medewerkers van bedrijven echt betrokken worden. Elektrische wagens kunnen daar deel van uitmaken, net als andere mobiliteitsoplossingen zoals fietsen, deelwagens of het openbaar vervoer. Wie weet willen de mensen wel hun werk anders organiseren en hebben ze zelf creatieve ideeën om dat aan te pakken. Misschien is zo'n dialoog wel de beste basis voor een duurzame transitie. Daar ben ik in ieder geval rotsvast van overtuigd. Samen met de Servische milieuactivisten breng ik zo'n dialoog graag op gang.

Na wekenlange protesten van milieuactivisten, besloot de Servische regering vorige donderdag de plannen voor een lithium-mijn in het westen van het land te schrappen. Dat is een streep door de rekening van het Brits-Australische bedrijf Rio Tinto, dat lithium wou ontginnen uit de rijke ondergrond van de Jadarvallei. Die bevat naar schatting een lithiumvoorraad voor de batterijen van wel een miljoen elektrische auto's. U vraagt zich misschien af of die Servische milieuactivisten dan niet willen dat we straks allemaal elektrisch en uitstootvrij rijden. Wat zij de afgelopen weken aan de kaak stelden, had niets met CO2-uitstoot te maken, maar alles met de negatieve impact van de lithium-mijn op de biodiversiteit en de water- en bodemkwaliteit in de omgeving. Zulke milieuproblemen hebben de ontginning van lithium en bij uitbreiding elektrisch rijden de afgelopen jaren al vaker in een slecht daglicht gesteld. Net zoals de energie-intensieve productie van lithiumbatterijen, het gebrek aan recyclagemogelijkheden en de slechte arbeidsomstandigheden voor de mijnwerkers die het vuile werk achter onze elektrische wagens verrichten. Tegelijk wordt elektrisch rijden al jaren hoog in het vaandel gedragen als een van de belangrijkste hefbomen om de klimaatproblematiek op te lossen. In juli 2021 besloot de Europese Unie dat alle nieuwe auto's vanaf 2035 emissievrij moeten zijn. Op de COP26 in Glasgow kwam er een akkoord dat het einde van voertuigen met een verbrandingsmotor op de belangrijkste markten plant in 2035. Volgend op beleidsmatige impulsen en subsidiëring, maken elektrische wagens de afgelopen jaren gestaag hun opmars in de private en professionele markt. Als we er de duurzaamheidsdoelstellingen van de Verenigde Naties op nalezen, dan zien we dat klimaatactie slechts een van de zeventien thema's is. Gebaseerd op de hoeveelheid persberichten die ik het jongste halfjaar heb ontvangen van bedrijven die me lieten weten dat ze hun wagenpark willen elektrificeren, vraag ik me af of we de boodschap wel goed begrepen hebben. Bovendien valt te betwijfelen of we met onze elektrische bedrijfswagens echt bijdragen tot de oplossing van een globaal probleem, als we ondertussen roofbouw plegen op de mensen en hun omgeving aan de andere kant van de wereld. Of in Europa, althans bijna. Het Brits-Australische bedrijf Rio Tinto, de Servische regering, zelfs u, vindt de Servische milieuactivisten misschien luizen in de pels. Maar ze wijzen ons op een pertinent feit dat we maar al te vaak vergeten: de klimaatverandering maakt deel uit van een complex en systemisch duurzaamheidsvraagstuk dat geen deeloplossingen, maar een totaalaanpak vereist. Een aanpak die niet louter steunt op het gebruik van nieuwe materialen en technologisch vernuft, maar ook op meer doen met wat we al hebben. De oproer rond de Servische lithium-mijn kan een aanknopingspunt zijn voor een gesprek en de cocreatie van een duurzaam mobiliteitsplan waarin de medewerkers van bedrijven echt betrokken worden. Elektrische wagens kunnen daar deel van uitmaken, net als andere mobiliteitsoplossingen zoals fietsen, deelwagens of het openbaar vervoer. Wie weet willen de mensen wel hun werk anders organiseren en hebben ze zelf creatieve ideeën om dat aan te pakken. Misschien is zo'n dialoog wel de beste basis voor een duurzame transitie. Daar ben ik in ieder geval rotsvast van overtuigd. Samen met de Servische milieuactivisten breng ik zo'n dialoog graag op gang.