De Duitse bondskanselier Angela Merkel en de Franse president Emmanuel Macron ondertekenden eerder dit jaar in het stadhuis van Aken een nieuw vriendschapsverdrag. Dat verdrag moet het beroemde Elysée-verdrag vervangen, dat exact 56 jaar eerder, op 22 januari 1963, in Parijs gesloten werd tussen Konrad Adenauer en Charles de Gaulle. Het Elysée-verdrag markeerde het begin van een vruchtbare vriendschap en het einde van een oude en zorgvuldig gecultiveerde vijandschap tussen twee oude Europese grootmachten.

Het nieuwe Verdrag van Aken is bedoeld als een symbolisch signaal tegen de heersende eurosceptische zeitgeist en moet als een antidotum werken tegen de brexit, het populisme en het nationalisme. De realiteit is echter anders. Het ware drama van Europa aan het begin van de eenentwintigste eeuw is dat de Frans-Duitse as een serieuze deuk heeft gekregen en dreigt te breken.

Dat werd onlangs nog duidelijk, na de publicatie van het eloquente appel van Emmanuel Macron om te werven voor een Europese renaissance. Het Duitse antwoord liet niet lang op zich wachten. Het kwam niet van de bondskanselier, maar van haar gedoodverfde opvolger, Annegret Kramp-Karrenbauer, en het luidde onmiskenbaar "Nein!"

Duitsland is een irritante en onvoorspelbare factor in de Europese politiek geworden. Op het gebied van veiligheid en defensie wordt Duitsland door zijn internationale partners terecht beschouwd als een free rider, die te weinig investeert in verhouding tot zijn economische macht. In de Europese Unie zien de Duitsers zichzelf graag als een pro-Europees, loyaal en solidair lid. Zij waren evenwel de eersten die in het vorige decennium het stabiliteitspact schonden. Tijdens de migratiecrisis in 2015 en ook in energiepolitiek nam de bondsregering erg verstrekkende beslissingen zonder haar EU-partners te consulteren.

Duitsland moet meer luisteren en minder prediken.

Toen het Elysée-verdrag in de jaren zestig werd gesloten, was de Europese Unie nog een uitsluitend West-Europees project. Na de val van de Muur en na de uitbreiding van de EU naar het oosten, werd Duitsland het geografische centrum van de Unie. Het gevolg is dat Duitsland in de EU op een natuurlijke wijze in een dominante rol verzeild is geraakt, die het land slechts met weerzin vervult. Duitsland voelt zich ongemakkelijk in de rol van een grootmacht, omdat die rol haaks staat op zijn naoorlogse staatstraditie.

Na haar oprichting in 1949 werd van de bondsrepubliek niet verlangd dat ze geostrategisch zou meedenken. Het devies van de NAVO, waartoe de bondsrepubliek in de jaren vijftig toetrad, luidde: " Keep the Americans in, the Germans down and the Russians out." De Gaulle was slechts een koele minnaar van de Europese Economische Gemeenschap, maar hij stemde toch in met het Elysée-verdrag omdat hij in de verbinding van Franse staatskunst en Duitse economische potentie het middel zag om Frankrijk in Europa en de wereld de eerste viool te laten spelen.

Duitsland heeft zich genesteld in de rol van economische grootmacht en politieke dwerg. Als je als Europese lidstaat aan de deur van het majestueuze Bundeskanzleramt klopt in Berlijn en om hulp vraagt, dan krijg je zoals bij een doktersbezoek een voorschrift mee met het Duitse recept: bezuinigen, de zwarte nul zoeken, niet te veel lenen, niet te veel investeren in defensie en infrastructuur en vooral geen Eurobonds, Europese werkloosheidsuitkering of depositogarantie voorstellen, want dat is puur vergif.

Dat soort zelfgenoegzaam wentelen in het eigen succes is de liefste levensleugen van de Duitsers. Toen het Duitse keizerrijk rond 1900 aan het zenit van zijn economische en militaire macht stond, werd dikwijls een vers van de dichter Emanuel Geibels geciteerd: " Und es mag am deutschen Wesen einmal noch die Welt genesen". Dat is de verkeerde aanpak. Vandaag wordt de Duitse geschiedenis echter als uitvlucht gebruikt om geen verantwoordelijkheid voor Europa op te nemen. Duitsland moet meer luisteren en minder prediken. De toekomst van Europa bestaat er niet in dat wij allen het Duitse model zullen volgen. Zoals Thomas Mann al zei: wij willen geen Duits Europa maar een Europees Duitsland.