"Een blinde kan zien dat de N-VA federaal in de oppositie wil." Met die uitspraak lijkt Vlaams minister Bart Somers (Open Vld) de rode loper uit te rollen voor een paars-groene federale regering of een regenboogcoalitie, zonder de Vlaams-nationalisten van de N-VA. Al kun je dat evengoed zien als een manier om de N-VA onder druk te zetten om zijn "verantwoordelijkheid te nemen", is de analyse van de Gentse politicoloog Carl Devos.

Maar zelfs als er een akkoord is tussen zes of zeven partijen om een federale regering te vormen zonder de N-VA, moet er nog over een regeerakkoord worden onderhandeld. Alleen al het sociaaleconomische deel wordt dan een keiharde noot om te kraken.

In 1999, bij vorming van de eerste paars-groene regering, kon nog een primair overschot van 6 procent van het bruto binnenlands product (bbp) of 27 miljard euro als pasmunt worden gebruikt. De liberalen kregen belastingverlagingen, de socialisten en de groenen hogere overheidsuitgaven.

Dat budgettaire glijmiddel voor een regering is er nu niet meer. Integendeel: de volgende federale ploeg staat voor gigantische budgettaire uitdagingen. Iedereen kent ondertussen het verwachte begrotingstekort voor 2020: 10,9 miljard euro of 2,3 procent van het bbp.

Kleine liberale trofeeën

In die zin lijkt een volgende federale regering op begrotingsvlak meer op die van Elio Di Rupo (2011-2014) dan de paars-groene en de paarse regering van Guy Verhofstadt (1999-2007). Bij het aantreden van de regering-Di Rupo keek België aan tegen een begrotingstekort van 4 procent van het bbp. Aan het einde van de regeerperiode was dat amper gedaald naar een tekort van 3 procent van het bbp.

De belastingen werden wel verhoogd, maar daarnaast namen de overheidsuitgaven opnieuw toe. Als we de plannen van de Parti Socialiste (PS) van Paul Magnette lezen, zit dat er opnieuw aan te komen. Open Vld zal dan dezelfde rol vervullen: de schade beperken door een aantal nieuwe en hogere belastingen proberen tegen te houden.

De Vlaamse liberalen konden bij de vorming van de tripartite-Di Rupo wel wat druk zetten, omdat de rente op Belgische overheidsobligaties richting 5 procent klom. Dat verplichtte de PS ertoe onpopulaire maatregelen te nemen voor zijn achterban, zoals de wachtuitkering voor schoolverlaters beperken in de tijd, de snellere degressiviteit van de werkloosheidsuitkeringen en een - weliswaar schuchtere -hervorming van de ambtenarenpensioenen.

Hoopt Open Vld in volgende regering opnieuw zo'n reeks kleine liberale trofeeën binnen te halen? Dat wordt zeer moeilijk, aangezien er nu geen druk van de financiële markten is. De Belgische rente op overheidspapier blijft laag.

Begrotingstekort boven 3 procent

In de Wetstraat heerst de indruk dat Paul Magnette wel bereid zou zijn Open Vld het premierschap te gunnen, als de partij de N-VA laat vallen, maar dat er over het sociaaleconomische beleid weinig onderhandelingsmarge is. De Open Vld beschikt gewoon niet over dezelfde drukkingsmiddelen als in 2011 om de PS te verplichten bepaalde sociaaleconomische maatregelen door te voeren, zoals arbeidsmarkthervormingen (de verdere afbouw van de vervroegde uittreding en gelijkgestelde periodes en de aanpassing van de anciënniteitsgebonden verloning), de verdere hervorming van de royale ambtenarenpensioenen, laat staan het beperken van de overheidsuitgaven.

Een deal zou erin kunnen bestaan dat de PS de hervormingen van de regering-Michel zoals de taxshift onaangeroerd laat. De PS zou een aantal van haar eisen, zoals een arbeidsduurvermindering met loonbehoud en de versoepeling van het brugpensioen, laten vallen en kunnen focussen op hogere pensioenen en een verlaging van de btw op elektriciteit van 21 naar 6 procent. Maar die twee maatregelen zouden het begrotingstekort naar meer dan 3 procent van het bbp brengen. De Europese Commissie en zelfs de Europese Centrale Bank (ECB) geeft dan wel signalen dat een soepeler begrotingsbeleid mogelijk is, maar dat geldt voor landen zoals Duitsland en Nederland die een begrotingsoverschot hebben. Niet voor België.

Gevolg: sneller dan gedacht zal een volgende regering de belastingen moeten verhogen. En geen klein beetje. Dat betekent dat aan liberale taboes moet worden geraakt, zoals een meerwaardebelasting, het belasten van reële huurinkomsten en de verhoging van de fiscaliteit op het pensioensparen. Voor een partij als Open Vld, die zegt op te komen voor de hardwerkende Vlaming, is dat electorale zelfmoord.