Het is wat stil geworden bij de voorstanders van de Catalaanse onafhankelijkheid, een nieuw Schots referendum over de afscheiding van het Verenigd Koninkrijk is niet voor morgen en Vlaanderens grootste partij N-VA heeft de communautaire eisen in de koelkast gestopt. Toch blijven die regio's het gevoeligst voor separatistische tendensen. Twee economen leggen in Exiteconomie. De prijs van onafhankelijkheid uit waarom.
...

Het is wat stil geworden bij de voorstanders van de Catalaanse onafhankelijkheid, een nieuw Schots referendum over de afscheiding van het Verenigd Koninkrijk is niet voor morgen en Vlaanderens grootste partij N-VA heeft de communautaire eisen in de koelkast gestopt. Toch blijven die regio's het gevoeligst voor separatistische tendensen. Twee economen leggen in Exiteconomie. De prijs van onafhankelijkheid uit waarom. Dat regio's streven naar meer autonomie is niet nieuw, maar de separatistische verleiding is de voorbije jaren wel groter geworden. "De grootste verklaring is de gewijzigde internationale context", legt Jakob Vanschoonbeek van Vives (KU Leuven) uit. "De handel is vrijer geworden. Dat maakt de welvaart van een land minder afhankelijk van de binnenlandse afzetmarkt. Ten tweede is er meer militaire samenwerking waardoor ook de veiligheidsrisico's van een afscheiding afnemen. Daarnaast hecht de internationale gemeenschap meer belang aan zelfbeschikking." "Kortom, de internationale omgeving leent zich meer tot een afscheiding. De kosten van een klein territorium zijn afgenomen", vult Jo Reynaerts aan. "Met ons onderzoek zoomen we in op de economische aspecten van separatisme. Ook taal, cultuur en geschiedenis kunnen een oorzaak zijn." Maar economische motieven blijven zeer belangrijk in het onafhankelijkheidsstreven. "Een recent onderzoek toont aan dat een meerderheid van de Schotten voor onafhankelijkheid zou zijn als de welvaart daarmee zou toenemen", zegt Vanschoonbeek. "Als een afscheiding 500 pond per jaar zou kosten, zouden er meer tegen zijn." Vanschoonbeek ontwikkelde een model om een rangorde van regionale instabiliteit in Europa op te stellen. Uit het onderzoek blijkt dat er in West-Europa een groot reservoir aan separatistisch potentieel is. Catalonië, Vlaanderen en Baskenland zijn het meest scheurgevoelig. Schotland staat op de vierde plaats met verder ook Madeira, Zuid-Tirol en zelfs Wallonië (zie tabel Europese regio's die het meest gevoelig zijn voor separatisme). In het rekenmodel van de Vives-economen wordt de scheurbereidheid of de neiging tot separatisme van een regio in essentie bepaald door vier factoren: de economische afscheidingskosten, de politieke welvaartswinst, het effect op de belastbare basis en het herverdelingseffect. De economische omvang van een regio stimuleert separatistische tendensen. Regio's die een groter deel van het bruto binnenlands product (bbp) van een land vertegenwoordigen, verliezen minder schaalvoordelen na een afscheuring en zijn daarom meer vatbaar voor separatisme. Het model berekent met hoeveel procent het inkomen van een regio toeneemt of afneemt bij een onafhankelijkheidsverklaring. Zo blijkt dat de economische afscheidingskosten relatief beperkt zijn voor regio's als Catalonië (-15,53%) en Vlaanderen (-10,84%). Die regio's vertegenwoordigen een relatief groot deel van het nationale inkomen en moeten dus bij een onafhankelijkheidsverklaring relatief weinig schaalvoordelen opgeven. De andere regio's verliezen veel meer schaalvoordelen, behalve Lombardije (-17,40%). Het brede palet van Noord-Italiaanse regionalistische bewegingen voegde zich begin jaren negentig van vorige eeuw samen tot de Lega Nord. Al is de Lega Nord onder de nieuwe naam Lega en onder leiding van Matteo Salvini, een van de winnaars van de recente Italiaanse parlementsverkiezingen, geëvolueerd richting federalisme. In Exiteconomie wordt ook een voorbeeld aangehaald uit de Schotse referendumcampagne van 2014 waarin werd gewezen op het verlies van schaalvoordelen bij een afscheiding. Tegenstanders van onafhankelijkheid wezen op de lagere rentevoeten dankzij het betrouwbare Britse pond dat is gebaseerd op de grote Britse afzetmarkt. Een ander argument was dat de Schotse pensioenen in het Verenigd Koninkrijk betaalbaar blijven omdat de kosten worden gespreid over een grotere bevolking. Grote meningsverschillen tussen regio's over het beleid versterken de separatistische reflexen. Vanschoonbeek schrijft daarover het volgende: "Regio's met sterk afwijkende beleidsvoorkeuren ervaren de hoogste welvaartskosten van een uniform nationaal overheidsbeleid en hebben het meest te winnen bij politieke onafhankelijkheid." De gebrekkige invloed op de beleidsvorming is lange tijd een argument geweest van de Lega Nord, die tijdens verkiezingscampagnes een oude Lega Lombarda-affiche van onder het stof haalde met een Lombardische kiezer die gemuilkorfd wordt door de Italiaanse staat. Maar uit het simulatiemodel van Reynaerts en Vanschoonbeek blijkt dat de politieke welvaartswinst van een afscheiding weleens kan tegenvallen, onder andere in Lombardije (-3,56%) en in Vlaanderen (-4,67%). Vanschoonbeek: "Het simulatiemodel brengt in rekening dat Vlaanderen een meerderheid heeft in België en dus electoraal veel in de pap te brokken heeft. De Vlamingen maken de meerderheid van de bevolking uit en dat maakt een verschil." In Europa is de kans op afscheiding groter in regio's met rijke inwoners. Een afscheiding heeft dan een gunstig effect op de belastbare basis. Bij een onafhankelijkheid moeten rijke regio's niet langer meer voorzien in inkomenstransfers naar armere regio's. Zowel Vlaanderen, Catalonië en Noord-Italië gebruiken transfers om hun eis tot meer autonomie te rechtvaardigen. Vlaams Belang publiceerde ooit een affiche waarop stond dat een Vlaams gezin om de drie jaar een auto aan Wallonië verliest. Lega Nord voerde campagne met een Noord-Italiaanse kip wiens gouden eieren richting Rome verdwenen. Vlaanderen ziet in het Vives-simulatiemodel zijn belastbare basis versterken als de transfers verdwijnen (+4,77%). Het effect is nog groter in Zuid-Tirol (+15,92%) en Lombardije (+18,24%). "Ten vierde leidt een afscheiding ook tot een herverdelingseffect, waardoor de kans op een afscheiding toeneemt naarmate regionale en nationale belastingvoorkeuren sterk kunnen divergeren. Regio's met sterk afwijkende inkomensverdelingen ervaren de grootste welvaartskosten van een nationaal bepaald herverdelingsbeleid en hebben het meest te winnen bij budgettaire autonomie omdat ze dan ook de mate van herverdeling op hun eigen voorkeur kunnen afstemmen", staat in Exiteconomie te lezen. Dat betekent voor Vlaanderen dat het met meer autonomie kan evolueren naar een nachtwakersstaat met lagere belastingen. Schotland en Wallonië zouden de andere richting uit gaan: een autonome regio of onafhankelijke staat die ervoor kiest een welvaartsstaat met hogere belastingen uit te bouwen. "Dat was ook de boodschap in de aanloop naar het Schotse referendum in 2014", legt Vanschoonbeek uit. "De Schotse regering heeft in een witboek gesteld dat onafhankelijkheid haar zou toelaten een meer egalitaire inkomensverdeling door te voeren." De Vives-onderzoekers geven wel een belangrijke waarschuwing mee. Ze hebben dan wel een simulatie gemaakt van de welvaartswinsten van onafhankelijkheid, maar dat betekent nog niet dat de inkomens bij een afscheiding daadwerkelijk stijgen. Op basis van afscheidingen uit het verleden - voormalige kolonies, ex-Sovjetstaten en delen van Joegoslavië - concludeerden de onderzoekers dat er gemiddeld een negatief onafhankelijkheidsdividend is. Inwoners van nieuwe landen zien doorgaans hun inkomen met 10 procent in rook opgaan als gevolg van de afscheiding. Gebeurt dat ook als Catalonië of Vlaanderen zich afscheiden? "Je kan dat niet zomaar extrapoleren naar westerse landen", waarschuwt Reynaerts. "We weten wel dat het onafhankelijkheidsdividend afhangt van factoren als internationale handel. De kosten van onafhankelijkheid lopen hoger op onder een internationaal bestel met minder vrijhandel en economische samenwerking. Als de randvoorwaarden gunstig zijn, dan verwachten we geen al te grote kosten van onafhankelijkheid."