Fortis ging ten onder op vrijdag 26 september. Een paar dagen later begon Dexia te zinken. KBC en Ethias verkeerden eveneens in grote moeilijkheden. Tien jaar na die dramatische gebeurtenissen herinnert toenmalig minister van Financiën Didier Reynders (MR) zich vooral de afwezigheid van een bestuur bij Fortis en de Nederlandse arrogantie. En dat het even slikken was toen het land zich voor een goede 100 miljard euro borg moest stellen om Dexia te redden.
...

Fortis ging ten onder op vrijdag 26 september. Een paar dagen later begon Dexia te zinken. KBC en Ethias verkeerden eveneens in grote moeilijkheden. Tien jaar na die dramatische gebeurtenissen herinnert toenmalig minister van Financiën Didier Reynders (MR) zich vooral de afwezigheid van een bestuur bij Fortis en de Nederlandse arrogantie. En dat het even slikken was toen het land zich voor een goede 100 miljard euro borg moest stellen om Dexia te redden. DIDIER REYNDERS. "Er waren signalen geweest. Sinds 2007 volgden we de gebeurtenissen in de Verenigde Staten en het Verenigd Koninkrijk, zoals het faillissement van Northern Rock. De Eurogroep (de vergadering van de ministers van Financiën van de eurozone, nvdr) en Ecofin (de raad van de ministers van Financiën van de Europese Unie, nvdr) hadden regelmatig gesprekken en informatiesessies met de Europese Centrale Bank (ECB). De Amerikaanse hypotheekleningen waren ter sprake gekomen. Hetzelfde gold voor de problemen van Northern Rock. Maar we bekeken dat met een houding van 'het is triest wat daar allemaal gebeurt'. "De Belgische banken keken er op dezelfde manier naar. Kort na de problemen van Northern Rock voerde Fortis de kapitaalverhoging door om de aankoop van ABN AMRO te financieren. En toen ging Lehman Brothers failliet. Op dat moment begrepen we dat de crisis zorgwekkender werd. De Amerikaanse regering had ervoor gekozen te laten zien dat je een zeer grote bankinstelling niet kon vertrouwen, met het risico dat de interbancaire kredietmarkt droog kwam te liggen. "Daarna werden we verrast door de omvang van de problemen. Die werd op vrijdag 26 september duidelijk tijdens de voetbalwedstrijd tussen Standard en Anderlecht. Ik was in Seraing met Guy Quaden, de gouverneur van de Nationale Bank, en premier Yves Leterme, toen ze ons vertelden dat Fortis in de problemen zat. Het verrassendste was niet dat Fortis problemen had, maar dat de interbankenmarkt zo vreselijk droog was komen te liggen dat Fortis de maandag erop niet zou halen." REYNDERS. "Nee. Dat was een van de moeilijkheden. Niet alleen hebben ze ons niet opgezocht, ze waren gewoon vertrokken. Bij Fortis had CEO Jean-Paul Votron in juli zijn ontslag ingediend. Ik heb Herman Verwilst, die CEO was geworden, niet meer gezien. Voorzitter Maurice Lippens was ziek. De enige overgebleven personen die je kon aanspreken, waren Philippe Bodson van de raad van bestuur, Filip Dierckx van het directiecomité, en enkele Nederlandse verantwoordelijken. In die eerste uren was het heel moeilijk degelijke informatie te krijgen over de aard van de problemen, de structuur van de bank en de producten. Samen met premier Leterme heb ik vanaf het begin één hoofddoelstelling nagestreefd: geen enkele spaarder mocht ook maar één euro verliezen." REYNDERS. "Ik heb in die periode kunnen rekenen op een sterke vertrouwensrelatie met Yves Leterme. Telkens als het nodig was, heeft hij zijn rol gespeeld. Maar bij belangrijke beslissingen waren er grenzen aan de eensgezindheid in de regering. Als minister van Financiën heb ik dat vooral gevoeld toen voor Dexia een borgstelling van 100 miljard euro ondertekend moest worden. Eén ding heeft veel geholpen om de regering te overtuigen. Dankzij het adressenboekje dat ik sinds 1999 heb kunnen samenstellen op het ministerie van Financiën, konden we toenmalig ECB-voorzitter Jean-Claude Trichet, de Luxemburgse premier Jean-Claude Juncker en de Franse minister van Financiën Christine Lagarde naar België laten komen. Toen het probleem van Dexia zich voordeed, begrepen we dat het voor België onmogelijk was die inspanning alleen te leveren. Het ging over banken met een balans die vele malen groter was dan het bbp van ons land. Vandaar de beslissing voor het dossier van Fortis samen te werken met BNP Paribas en de aandeelhouders van Dexia te mobiliseren." REYNDERS. "Er speelden allerlei zaken mee, maar het begon met de overvloed aan cash bij de banken. Fortis, Dexia en KBC financierden de Belgische economie, maar ze hadden zo'n overschot aan deposito's dat ze aan andere dingen begonnen te denken. Bij Fortis droomden ze er al een hele tijd van het Nederlandse ABN AMRO te kopen. KBC wilde zich uitbreiden naar Oost-Europa. Vervolgens zijn ze ook nog eens risico's beginnen te nemen. "Ik heb aan het parlement uitgelegd dat de bankwereld in die periode drie fases heeft doorgemaakt. In de eerste fase legde een bankier aan een klant een product uit dat ze allebei begrepen. Daarna kwam de fase waarin de bankier een product uitlegde dat de klant niet meer begreep. Ten slotte kwam de fase waarin noch de bankier noch de klant het product begreep. Dat was de situatie in 2008. Maar er was sprake van een hoog rendement, dus..." REYNDERS. "Dat valt te betreuren. We hadden toen nog niet het gereedschap dat daarna op Europees niveau ontwikkeld is. We moesten de problemen één voor één aanpakken. Je merkte ook dat elk land voor een eigen aanpak ging. Dat verklaart waarom het later zo moeilijk was Europese instrumenten uit te werken. We zijn nog altijd niet klaar met de bankenunie en het mechanisme voor de afwikkeling van crisissen." REYNDERS. "Nee. Als je zo veel beslissingen moet nemen, kun je alleen maar vooruitgang boeken. En ik vond dat ik goed omringd was. Zowel intern als op Europees niveau hadden we contacten die onze analyses konden bevestigen. We hebben die beslissingen niet lichtzinnig genomen. We wisten dat we ze namen om het spaargeld te garanderen. Ik heb het niet over de algemene economische impact van de crisis, maar als ik nu de resultaten op financieel gebied zie - met de dividenden, de verkoop van delen van Fortis, de aandelen van BNP Paribas, de aflossing van de schulden enzovoort - dan constateer ik dat we onze kosten eruit gehaald hebben. Natuurlijk is er bij Dexia nog altijd een risico. Maar niet meer bij Fortis, KBC, Belfius enzovoort. Als we nu vragen hebben bij Belfius, gaan die over de meerwaarde die we zullen realiseren bij een verkoop. We praten niet over verliezen." REYNDERS. "De crisis heeft aangetoond dat de banken enorme liquiditeitsproblemen kunnen krijgen. De nadruk is dus daarop komen te liggen. Tegenwoordig worden de instellingen ook nauwlettender in het oog gehouden. Ze moeten stresstests ondergaan. En de internationale coördinatie is verbeterd. Tijdens de crisis van 2008 had iedere toezichthouder wel alarmsignalen opgevangen bij de een of andere instelling, maar niemand had gezien dat er nagenoeg overal alarmbellen afgingen. Om die reden is de rol van het Europese toezicht versterkt. We hebben nu een beter algemeen overzicht." REYNDERS. "De euro heeft de turbulente periode doorstaan. We hebben steun- en solidariteitsmaatregelen genomen voor de afwikkeling van banken- en staatsschuldcrisissen. Maar we hebben op Europees niveau nog geen bankenunie en geen echt ministerie van Financiën met een echte schatkist en een serieuze slagkracht. Er is nog altijd een debat tussen de mensen die zeggen dat Europa mislukt is en de mensen die, zoals ik, denken dat de Europese integratie niet ver genoeg gaat. We hebben een centrale bank en een geïntegreerd monetair beleid, maar hoe kunnen we die monetaire zone laten opbloeien als we tot in den treure weigeren een stap verder te gaan op het gebied van de begroting en de controle op de financiële sector?" REYNDERS. "Ik hoop dat een nieuwe crisis van die omvang nog generaties lang op zich laat wachten. Maar we zijn beter in staat de signalen op te vangen en te corrigeren. En we zijn beter gewapend om te voorkomen dat bepaalde zaken gebeuren waardoor we ons straks opnieuw in een voetbalstadion zitten af te vragen wat we moeten doen. We hebben een Europese solidariteit georganiseerd, ook al is die niet perfect, zodat we niet meer hoeven mee te maken wat we in het geval van Fortis met Nederland hebben meegemaakt. We beseffen dat het in ieders belang is beter samen te werken. Maar het blijft een fundamenteel debat over de Europese constructie. We zijn nog altijd overgeleverd aan de mogelijke weigering van sommige partners om iets te doen. Volgens sommigen is Europa de oorzaak van alles en moeten we de hele boel dan maar opdoeken. Als we daaraan toegeven, plooit iedereen op zichzelf terug en krijg je populisme."