Experts in collectieve trauma's zijn het erover eens: de wittebroodsweken van de covid-19-crisis zijn voorbij. Het applaus voor de zorg weerklinkt al even niet meer door de straten, de boeken die we zouden lezen zijn uit, de onbetreden paden zijn bewandeld, en de witte vlaggen hangen er wat verweesd bij. Een steeds groter deel van de bevolking zit in de desillusiefase. Het aanvakelijke optimisme botst op de harde realiteit en we verliezen het vertrouwen in onze leiders. Zelfs de beste beslissingen ervaren we als slecht en het overdreven optimistische idee dat onze leiders dit allemaal wel even zouden oplossen, maakt plaats voor een realistischer verwachtingspatroon. En misschien is dat een goede zaak.

Het zijn geen gemakkelijke tijden voor leiders. De roep om echte leiders klinkt almaar luider. Want wat onderscheidt de echte van de onechte? Warren Bennis zei: "Leiderschap is zoals de verschrikkelijke sneeuwman of sneeuwvrouw: velen zagen de voetsporen, maar niemand zag ooit het echte beest." Wanneer we om echte leiders vragen, vragen we allicht om een beest dat niet bestaat: een wezen groter dan het leven zelf dat enkel in onze geesten leeft. Een beeld dat we creëerden op basis van de kleine voetsporen van leiderschap die we ooit zagen. Een soort van best of-compilatie van alle leiders die ons pad kruisten. Het liefst hebben we een leider die weet te inspireren zoals Steve Jobs, maar die misschien een tikkeltje empathischer is, zoals Jacinda Ardern. Of misschien wenst u zich de Israëlische premier Netanyahu als uw leider, want die won de wereldrace om de vaccins (en plots lijkt dat corruptiedossier vergeten en vergeven).

De zoektocht naar de echte leider is zoals de zoektocht naar de ware liefde.

Zo'n best of houdt risico's in. Het schept onrealistische verwachtingen. Maar leiderschap is geen glitter en glamour, het is vooral veel gedoe. Het beeld dat leiders godganse dagen vanuit een lederen stoel de lakens uitdelen en poen scheppen, hoort thuis in Hollywood. Leiders weten dat maar al te goed: zodra je in die arena stapt, kies je voor een bestaan van verwachtingen. Torenhoge, vaak tegengestelde verwachtingen waaraan je nooit zal voldoen. Maar dat is ook de schoonheid ervan. Het is ook een pad van leren balanceren, van omgaan met paradoxen, een pad van continue ontwikkeling. Dat zou het toch moeten zijn. Want daar knelt het schoentje: sommige leiders stoppen met groeien, vinden het voortdurende balanceren te vermoeiend en kiezen uiteindelijk voor de gemakkelijke my way or the highway. Tegelijk gunnen we onze leiders het pad van ontwikkeling ook niet altijd.

Natuurlijk mogen we van leiders verwachten dat hun acties ons inspireren, dat ze gefundeerde beslissingen nemen en dat ze het niet compleet verbrodden. Maar de eeuwige zoektocht naar de perfecte, charismatische leider is zoals de zoektocht naar de ware liefde: hoe meer je ernaar zoekt, hoe frustrerender de tocht. Onrealistische verwachtingen leiden niet alleen tot grotere teleurstellingen, maar ook tot minder goed functionerende organisaties.

Realistische verwachtingen ten aanzien van leiders zorgen daarentegen voor een opener debat en een cultuur waarin groei en ontwikkeling centraal staan. Iedereen maakt fouten. Als leider komt het erop aan je fouten onder ogen te zien en bereid te zijn ze recht te zetten, in overleg met je belanghebbenden. Wie dat niet kan, verliest alle geloofwaardigheid. En voor al wie geleid wordt, laat ons onthouden dat de beste leiders vaak ook goede volgers zijn, die andere leiders de ruimte geven om fouten te maken en bereid zijn de groei te zien die leiders maken. Maar die ook hun stem durven laten horen als ze het oneens zijn met beslissingen, en zich daarvoor beroepen op feiten in plaats van op oordelen. Misschien komen we daar verder mee dan met de eeuwige zoektocht naar échte leiders.

Experts in collectieve trauma's zijn het erover eens: de wittebroodsweken van de covid-19-crisis zijn voorbij. Het applaus voor de zorg weerklinkt al even niet meer door de straten, de boeken die we zouden lezen zijn uit, de onbetreden paden zijn bewandeld, en de witte vlaggen hangen er wat verweesd bij. Een steeds groter deel van de bevolking zit in de desillusiefase. Het aanvakelijke optimisme botst op de harde realiteit en we verliezen het vertrouwen in onze leiders. Zelfs de beste beslissingen ervaren we als slecht en het overdreven optimistische idee dat onze leiders dit allemaal wel even zouden oplossen, maakt plaats voor een realistischer verwachtingspatroon. En misschien is dat een goede zaak. Het zijn geen gemakkelijke tijden voor leiders. De roep om echte leiders klinkt almaar luider. Want wat onderscheidt de echte van de onechte? Warren Bennis zei: "Leiderschap is zoals de verschrikkelijke sneeuwman of sneeuwvrouw: velen zagen de voetsporen, maar niemand zag ooit het echte beest." Wanneer we om echte leiders vragen, vragen we allicht om een beest dat niet bestaat: een wezen groter dan het leven zelf dat enkel in onze geesten leeft. Een beeld dat we creëerden op basis van de kleine voetsporen van leiderschap die we ooit zagen. Een soort van best of-compilatie van alle leiders die ons pad kruisten. Het liefst hebben we een leider die weet te inspireren zoals Steve Jobs, maar die misschien een tikkeltje empathischer is, zoals Jacinda Ardern. Of misschien wenst u zich de Israëlische premier Netanyahu als uw leider, want die won de wereldrace om de vaccins (en plots lijkt dat corruptiedossier vergeten en vergeven). Zo'n best of houdt risico's in. Het schept onrealistische verwachtingen. Maar leiderschap is geen glitter en glamour, het is vooral veel gedoe. Het beeld dat leiders godganse dagen vanuit een lederen stoel de lakens uitdelen en poen scheppen, hoort thuis in Hollywood. Leiders weten dat maar al te goed: zodra je in die arena stapt, kies je voor een bestaan van verwachtingen. Torenhoge, vaak tegengestelde verwachtingen waaraan je nooit zal voldoen. Maar dat is ook de schoonheid ervan. Het is ook een pad van leren balanceren, van omgaan met paradoxen, een pad van continue ontwikkeling. Dat zou het toch moeten zijn. Want daar knelt het schoentje: sommige leiders stoppen met groeien, vinden het voortdurende balanceren te vermoeiend en kiezen uiteindelijk voor de gemakkelijke my way or the highway. Tegelijk gunnen we onze leiders het pad van ontwikkeling ook niet altijd. Natuurlijk mogen we van leiders verwachten dat hun acties ons inspireren, dat ze gefundeerde beslissingen nemen en dat ze het niet compleet verbrodden. Maar de eeuwige zoektocht naar de perfecte, charismatische leider is zoals de zoektocht naar de ware liefde: hoe meer je ernaar zoekt, hoe frustrerender de tocht. Onrealistische verwachtingen leiden niet alleen tot grotere teleurstellingen, maar ook tot minder goed functionerende organisaties. Realistische verwachtingen ten aanzien van leiders zorgen daarentegen voor een opener debat en een cultuur waarin groei en ontwikkeling centraal staan. Iedereen maakt fouten. Als leider komt het erop aan je fouten onder ogen te zien en bereid te zijn ze recht te zetten, in overleg met je belanghebbenden. Wie dat niet kan, verliest alle geloofwaardigheid. En voor al wie geleid wordt, laat ons onthouden dat de beste leiders vaak ook goede volgers zijn, die andere leiders de ruimte geven om fouten te maken en bereid zijn de groei te zien die leiders maken. Maar die ook hun stem durven laten horen als ze het oneens zijn met beslissingen, en zich daarvoor beroepen op feiten in plaats van op oordelen. Misschien komen we daar verder mee dan met de eeuwige zoektocht naar échte leiders.