Zoals een sporter beter vooruitkomt als hij fit is, groeit een economie sneller als ze productief is. Productiviteit is de kunst om met dezelfde inspanning - menselijk of financieel - een beter resultaat te halen.
...

Zoals een sporter beter vooruitkomt als hij fit is, groeit een economie sneller als ze productief is. Productiviteit is de kunst om met dezelfde inspanning - menselijk of financieel - een beter resultaat te halen. Als we in de voorbije decennia almaar minder werkuren presteerden en toch welvarender zijn geworden, is dat te danken aan onze productiviteit. Betere kennis, slimmere technologie en een doelmatiger organisatie maken dat we meer krijgen en toch minder hoeven te doen. In Italië ligt dat proces al twintig jaar zo goed als stil. In de periode 1995-2016 steeg de arbeidsproductiviteit - de economische opbrengst van een gewerkt uur - met 0,3 procent per jaar. In Duitsland en Frankrijk was dat vier keer zoveel, in Spanje ruim twee keer. Er moet iets grondig fout zijn met de Italiaanse economie, concludeert een studie van de Italiaanse centrale bank. Aan de economische conjunctuur ligt het niet. Dat toont de periode 2013-2016 pijnlijk aan. Ondanks het economische herstel kromp de Italiaanse productiviteit. Waar ligt het probleem dan wel? Bij het bedrijfsleven, stelt de studie. Italië heeft weliswaar innovatieve en internationaal actieve ondernemingen die zich kunnen meten met de beste Europese spelers, maar die kopgroep weegt niet op tegen het immense peloton van ingeslapen, achtergebleven bedrijfjes, die zich beperken tot de binnenlandse markt. Zij zouden de Italiaanse groei moeten opkrikken, maar doen het tegendeel door hun zwakke productiviteit. De gevolgen laten zich raden. In de periode 1995-2016 groeide de Italiaanse economie met een armtierige 0,5 procent per jaar. De Duitse en de Franse economie groeiden drie keer sneller, de Spaanse vier keer. Innovatie moet de Italiaanse productiviteit doen toenemen, aldus de studie. Maar de Italiaanse bedrijfjes hebben het geld niet om de kosten en de risico's van onderzoek en ontwikkeling te dragen. En dat is niet het enige probleem. Kennis rendeert pas als je al voldoende kennis hebt. Innovatie heeft vruchtbare grond nodig om te gedijen. Dat het de bedrijfjes ontbreekt aan kennis, is niet alleen hun schuld. Ook het Italiaanse onderwijs laat te wensen over. Omdat Italiaanse ondernemers te weinig goed geschoolde werknemers vinden, zijn ze minder geneigd te investeren in technologie en opleiding, wat op zijn beurt jongeren ontmoedigt voor kennisintensief onderwijs te kiezen. Het is een vicieuze cirkel, stelt de studie. Een andere rem op de productiviteit zijn de vaak familiale aandeelhouders van de bedrijfjes. Op zich hoeft dat geen probleem te zijn. Ook het productieve Duitsland heeft veel familiale bedrijven, waar een lid van de familie CEO is. Maar in twee derde van de Italiaanse familiebedrijven is het hele management in handen van de familie, tegenover slechts een kwart van de Duitse familiebedrijven. Voor Italiaanse familiebedrijven zijn persoonlijke banden met de eigenaars belangrijker dan deskundigheid, zegt de studie. Dat heeft voorspelbare gevolgen voor de kwaliteit van het management, en dus ook voor de productiviteit. Bedrijven met een volledig familiaal management zijn in Italië bijvoorbeeld veel minder geneigd te investeren in onderzoek en ontwikkeling, wijst onderzoek uit. Vers bloed in de bedrijfswereld zou veel goedmaken, maar ook daar mangelt het. Italiaanse bedrijven zijn gemiddeld ouder dan hun tegenspelers in andere OESO-landen. Startende bedrijven zijn kleiner en groeien trager en korter dan bijvoorbeeld Amerikaanse starters. Door de ondermaatse rotatie van marktspelers ondervinden gevestigde bedrijven te weinig concurrentie, zodat ze gemakkelijker indommelen. Italiaanse bedrijven financieren zich vooral via bankschulden en dat maakt het innovatieve nieuwkomers extra moeilijk. Door het hoge risico is een lening voor hen te duur of eist de bank te zware waarborgen. De nieuwkomers zouden terecht moeten kunnen bij durfkapitaalverschaffers, maar die tak van de financiële sector is in Italië onderontwikkeld. De afgelopen jaren deed de Italiaanse overheid inspanningen om de economie in beweging te krijgen, erkent de studie. Er zijn stimuli voor innovatieve starters en de papiermolen bij de oprichting van een bedrijf wordt aangepakt. Bestaande bedrijven kunnen dan weer rekenen op financiële aanmoedigingen voor investeringen in onderzoek en technologie. Italië werkte ook aan de vrijmaking van een aantal sectoren, zoals water en posterijen. De Italiaanse energiesector is in liberalisering bij de beste leerlingen van de OESO-klas. En ook de belangrijke arbeidsmarkthervorming van 2015 moet ertoe bijdragen dat Italië zijn mensen en middelen efficiënter inzet. Maar het kan en moet veel beter. Door het trage gerechtsapparaat duurt het in Italië gemiddeld acht jaar om een bankroet bedrijf te liquideren. Het oplossen van een commercieel geschil voor een rechtbank in eerste aanleg duurt in Italië 1120 dagen, dubbel zo lang als het OESO-gemiddelde. Ook corruptie, criminele organisaties en politiek cliëntelisme remmen de Italiaanse economie af. Ze leiden de aandacht van de ondernemer te veel af van zijn bedrijf en maken dat contracten, vergunningen en subsidies niet noodzakelijk naar de beste ondernemingen gaan. De natuurlijke selectie door de markt raakt erdoor verstoord, zodat zwakke bedrijven betere overlevingskansen krijgen. Op die manier hebben corruptie en misdaad een aantoonbaar negatief effect op de Italiaanse productiviteit. Belastingontwijking heeft hetzelfde effect. Aangemoedigd door de hoge belastingdruk, zoeken te veel Italiaanse bedrijven hun heil in belastingontwijking, liever dan in innovatie, ook omdat dat laatste lastiger is. De unfaire concurrentie door de belastingontwijking ontmoedigt ook de andere bedrijven om te innoveren, zodat de hele economie aan productiviteit inboet. Belastingontwijking verklaart tot liefst 15 procent van het groeiverschil tussen Italië enerzijds en Duitsland en Frankrijk anderzijds, aldus onderzoek. Italië is ten slotte ook berucht voor zijn bureaucratie. Italiaanse bedrijven spenderen 1,7 procent van het bruto binnelandse product aan administratieve rompslomp. Italië heeft behoefte aan meer en betere infrastructuur, maar manke aanbestedingsprocedures en overlappende bevoegdheden van bestuursniveaus leiden tot een trage uitvoering en hoge kosten van de werken. Ook de kennisinfrastructuur moet sterker, met betere scholen en universiteiten, en meer opleidingen op het werk. Van alle Italiaanse kwalen zijn het trage gerechtsapparaat, de corruptie, de georganiseerde misdaad en de slecht functionerende overheidsadministratie de grootste hindernissen voor productiviteit en groei, besluit de studie. Politieke pogingen om het tij te keren waren beperkt en draaiden op niets uit. Het gaat om complexe hervormingen, die de kiezer vaak pijn doen. Bij verandering komen de politieke kosten altijd eerst, de economische voordelen pas veel later. Hervormingen dienen het lang uit te houden. Een economie maak je niet productief in één legislatuur, en de Italiaanse economie al zeker niet.