De 21ste eeuw begon echt op 11 september 2001 met de aanvallen op de Twin Towers in New York. Het is ondertussen bijna vergeten, maar daarna volgden terroristische aanslagen van moslimfundamentalisten in Bali, Madrid, Londen, Mumbai en een paar dagen geleden dus in Parijs. President François Hollande zei terecht dat Frankrijk nu in oorlog is met het terrorisme. Tegelijk was dat een echo van de toespraak van de Amerikaanse president George W. Bush op 11 september.

En daarom moeten de westerse landen zich ervoor hoeden dat ze de komende maanden en jaren dezelfde fouten maken als de toenmalige Amerikaanse president. Na 11 september wisten de Verenigde Staten en Groot-Brittannië via een vals voorwendsel - de aanwezigheid van massavernietigingswapens - een oorlog te ontketenen in Irak. Het was ook een vergeldingsoorlog voor 9/11, waar Irak en zijn leider Sadam Hoessein niets mee te maken hadden. Maar zijn neoconservatieve entourage overtuigde George W. Bush ervan dat de Verenigde Staten een nobel doel nastreefden. Irak zou worden omgeturnd tot een democratie naar westers model. Dat viel dik tegen. Het land verzeilde in totale anarchie.

De regionale oorlog begint meer en meer op een derde wereldoorlog te lijken

Maar niet getreurd, de neoconservatieven bleven ervan overtuigd dat het Midden-Oosten bevrijd moest worden van zijn bloedige dictators. De zogenoemde Arabische Lente - eigenlijk een hongeropstand ten gevolge van de oplopende inflatie in een aantal Noord-Afrikaanse landen - bood een nieuwe kans. Tal van westerse politici waren ervan overtuigd dat de Arabische wereld nu eindelijk de mensenrechten naar westers model zouden overnemen. Onder andere Europarlementslid Guy Verhofstadt en zijn voormalige speechschrijver Koert Debeuf zagen een nieuwe democratische middenklasse ontstaan naar analogie met de Europese revoluties van 1848.

Weer verkeerd gegokt. Een aantal Arabische heersers zag in de opstanden en de chaos in Noord-Afrika en het Midden-Oosten dé kans om hun regionale macht uit te breiden. De aanvankelijk beperkte protesten in Syrië en Libië werden gefinancierd door Saudi-Arabië en een aantal Golfstaten, Qatar voorop. Het waren geen democratische verzetsbewegingen, maar vooral fundamentalistische organisaties die op het manna uit de rijke Golfstaten konden rekenen.

Aanvankelijk een regionaal conflict

Het kwam tot een war by proxy tussen de twee grootmachten in de regio: Saudi-Arabië en Iran. Niet toevallig de belangrijkste vertegenwoordigers van de twee grote stromingen in de islam: de soennieten en de sjiieten. Twee strekkingen die al eeuwen op gespannen voet leven. Saudi-Arabië zag - samen met Qatar - in de opstanden dé kans om de macht van de soennieten in de regio te versterken. Daarvoor moest de sjiitische as Iran, Syrië (president Assad behoort tot de sjiitische minderheid van de alawieten) en Hezbollah (de door Iran gesteunde sjiitische staat in Libanon) worden gebroken. Bovendien wilden de golfstaten de controle over Syrië krijgen, omdat dat land geopolitiek of beter geo-economisch van cruciaal belang is voor Qatar en Saudi-Arabië. Syrië is het ideale transitland naar het noorden voor de massale gasvoorraden in Qatar.

De regionale oorlog in het Midden-Oosten exporteren ze nu naar West-Europa

Om zo'n gaspijpleiding aan te leggen moet er wel een bevriend regime aan de macht komen in Damascus en moest Bachar Al Assad weg. En dus steunden Saudi-Arabië en Qatar allerlei radicale milities in de regio. Uit die milities kwam een onbeheersbaar monster voort: Islamitische Staat (IS). De regio verviel in chaos. Dankzij een uitgekiende propagandastrategie wist IS bovendien grote groepen jonge moslims in Europa te ronselen voor hun oorlog. Dat gebeurde dankzij sociale media en lokale ronselaars. De jonge moslims, opgegroeid in parallelle samenlevingen in de voorsteden van Parijs, Brussel of Londen, waren het nieuwe kanonnenvlees. Sommigen kwamen na hun deelname aan het conflict terug in Europa en pleegden er aanslagen. Die op het Joods Museum in Brussel vorig jaar, op de redactie van Charlie Hebdo in januari en nu opnieuw in Parijs. De regionale oorlog in het Midden-Oosten exporteren ze nu naar West-Europa. Vorige vrijdag dus nog op 300 kilometer van Brussel.

De olifant in de kamer: Saudi-Arabië en Qatar

Een regionale oorlog die meer en meer op een derde wereldoorlog lijkt, omdat alle westerse grootmachten erbij betrokken zijn. West-Europa en de Verenigde Staten deden in de regionale oorlog hun duit in het zakje door plots afstand te nemen van dictators met wie ze jarenlang hadden gepraat. Zoals de Amerikaanse president Ronald Reagan zei over de rechtse dictators tijdens de Koude Oorlog: "Het zijn smeerlappen, maar het zijn ónze smeerlappen."

Ook hier kozen de westerse leiders voor een neoconservatief discours: weg met de dictators, en de democratische zon zal schijnen over de regio. Bachar Al-Assad moest weg, net als de Libische leider Mohammed Khadaffi. Vooral de Franse president Nicolas Sarkozy wilde Khadaffi weg. De reden blijft onduidelijk, maar er zou sprake zijn geweest dat Khadaffi Sarkozy's presidentscampagne financierde. Libië werd door een westerse coalitie platgebombardeerd, maar van een overgang naar de democratie was plots geen sprake meer. Libië verviel in anarchie.

De olifant in de kamer is de financiële aanvoerlijnen van het moslimfundamentalisme vanuit landen als Saudi-Arabië en Qatar

In Syrië scheelde het ook niet weinig, of president Bachar Al-Assad was hetzelfde lot beschoren als Khadaffi. Maar de West-Europese landen en de Verenigde Staten aarzelden, omdat Assad een machtige bondgenoot had: de Russische president Vladimir Poetin. Die steunt het regime in Damascus nu al sinds meer dan een maand met luchtaanvallen op de rebellengroepen. Rusland heeft een militaire basis in Syrië en wil die niet kwijt. Poetin weet zich gesteund door een andere grootmacht: China.

Ondertussen probeert de Turkse president Erdogan van de chaos in de regio te profiteren om zijn macht uit te breiden. En zo is er in de regio een soort van Derde Wereldoorlog bezig, ook met de betrokkenheid van Amerika. De Verenigde Staten blazen in de regio warm en koud. Het land wil IS weg, maar tegelijk wil het niet breken met Saudi-Arabië.

Wat dat is in heel het geopolitieke debat de olifant in de kamer: de financiële aanvoerlijnen van het moslimfundamentalisme vanuit landen als Saudi-Arabië en Qatar. Niet langer directe staatssteun, maar wel financiering van rijke individuele mecenassen van het moslimfundamentalisme. Naast de inkomsten uit olie, afpersing en zelfs de verkoop van kunstschatten uit Irak en Syrië zijn dat de belangrijkste inkomstenbronnen van IS.

Geen fouten uit het verleden herhalen

De zoektocht naar een diplomatieke oplossing sluit militaire acties tegen IS niet uit

Hoe moet het nu verder? De overloopeffecten van het conflict met de terroristische aanslagen in Europa kunnen enkel worden gestopt als er een akkoord met alle partijen tot stand komt om IS te stoppen en de regio te stabiliseren. Het is een goede zaak dat er toenadering is tussen oude rivalen: zowel de Verenigde Staten, Rusland, de West-Europese landen en Iran, dat niet langer een paria is. De Golfstaten plegen al een tijd overleg. Als er een oplossing komt, zal het een diplomatieke moeten zijn. En ja, daar zullen ook minder fraaie figuren bij betrokken moeten worden, zoals Bachar Al-Assad.

Het is kwestie van de fouten van het verleden te vermijden. De zoektocht naar een diplomatieke oplossing sluit militaire acties tegen IS niet uit. Maar die operaties moeten dan wel de steun hebben van alle grootmachten in de regio, en desnoods het fiat hebben van de Veiligheidsraad van de Verenigde Naties.