Twee weken geleden deed ik in deze column een oproep aan knappe economen om mij uit te leggen hoe we ooit de onwaarschijnlijke schuldenput kunnen dempen. Bedankt, Carlos Veranneman en de econoom die liever anoniem blijft. Volgende week krijgen we Keynes op bezoek, maar nu buigen we ons over de put die we hebben gegraven en die sommigen nog wat willen uitdiepen. Zullen we erin vallen? Of ligt er een dikke matras onderaan?

Adam Tooze, een expert in financiële crashes, schreef in The Guardian van 27 april: "We zullen armer zijn als het ooit voorbij is, niet rijker", "Er zullen torenhoge schulden zijn" en "Betalen we ze terug? En zo ja, hoe?" De meeste schulden van de rijke westerse landen zijn schulden aan zichzelf. De overheid heeft schuld aan zijn burgers. De renteniers zijn de schuldeisers. De actieve bevolking consumeert meer en betaalt meer belastingen. Zo zijn de grote schulden de schulden van de ene generatie aan de andere, van de productieve bevolking aan de renteniers.

Tot voor kort waren schulden zowat het ergste wat een overheidsbudget kon overkomen. Zo stelde minister van Financiën Johan Van Overtveldt (N-VA) in november 2014 dat de overheidsschuld een zware erfenis was voor de regering. Die schuld moest worden afgebouwd. Dat was in het verleden te weinig gebeurd. Dat heb ik toen goed in de oren geknoopt, want dat was net hetzelfde thema waarmee The Wall Street Journal en de Republikeinse Partij Obama acht jaar lang met giftige pijlen bestookten. Overheidsdiscipline! Geen enkel Europees land mocht er ooit maar aan denken een overheidstekort op te bouwen dat een beetje zou lijken op dat van bijvoorbeeld Italië of Griekenland (of België). De schwarze Null was het belangrijkste. Niet bespreekbaar. Overheidsschuld is een virus dat al je economische inspanningen besmet. Vreemd genoeg zorgde Donald Trump ervoor dat het geheugen van korte duur was. Het Amerikaanse overheidsdeficit rees de pan uit, zelfs nog voor de coronacrisis en neemt nu apocalyptische proporties aan. Onze familie gaat altijd zo goedkoop mogelijk in het lokale restaurantje in het weekend een dagschotel eten, maar nu gaan we elke dag in een twee- of driesterrenrestaurant de gastronomische kaart verkennen. Moet ik me zorgen maken?

De overheid heeft schuld aan zijn burgers, de renteniers zijn de schuldeisers.

Nood breekt wet. De Leuvense begrotingsexpert Wim Moesen waarschuwde op 29 april voor een ondoordacht bezuinigingsbeleid. De overheid mag in het rood gaan. Het begrotingstekort zou oplopen tot 7,5 procent. De schuldgraad zou dit jaar stijgen tot 115 procent van het bruto binnenlands product. Dat is bijna het dubbele van het gewenste niveau (60%). Maar Luc Soete van de universiteit van Maastricht wees er in dit blad in tempore non suspecto (29 augustus 2019) al op dat een schuldratio van 60 procent totaal achterhaald was in een tijdperk van superlage rentevoeten. 120 procent zou perfect houdbaar moeten zijn. Dat is dan al een zorg minder.

Schulden laten oplopen doe je niet straffeloos. Alle economen riepen vroeger in koor: "Niet doen, je gaat (hyper)inflatie creëren!" Hyperinflatie laat schulden wegsmelten als sneeuw voor de zon, maar ontwricht de economie. Noordkaap zong: "Z ou een heel klein beetje oorlog soms niet beter kunnen zijn?" De economen zongen: "Een beetje inflatie is goed, het is een beetje rugwind bij het fietsen. Hoge inflatie is tegenwind en hyperinflatie blaast je van de fiets." En eindeloos de geldpers laten drukken veroorzaakt hyperinflatie. Nee, zeggen de meeste economen. Nu niet. Het helikoptergeld vloeit niet naar goederen en diensten, maar grotendeels naar de beurs. De oudere bevolking en de met werkloosheid bedreigde bevolking koopt geen nieuwe spullen, maar spaart liever. Helaas zijn er ook economen die zeggen dat dit slechts tijdelijk zal zijn, dat we over een kleine twee jaar wél inflatie zullen hebben en uiteraard gevoelig meer dan de gewenste 1,5 tot 2 procent. Ondertussen mogen we ons vooral geen zorgen maken. Dat doe ik wel.

Twee weken geleden deed ik in deze column een oproep aan knappe economen om mij uit te leggen hoe we ooit de onwaarschijnlijke schuldenput kunnen dempen. Bedankt, Carlos Veranneman en de econoom die liever anoniem blijft. Volgende week krijgen we Keynes op bezoek, maar nu buigen we ons over de put die we hebben gegraven en die sommigen nog wat willen uitdiepen. Zullen we erin vallen? Of ligt er een dikke matras onderaan? Adam Tooze, een expert in financiële crashes, schreef in The Guardian van 27 april: "We zullen armer zijn als het ooit voorbij is, niet rijker", "Er zullen torenhoge schulden zijn" en "Betalen we ze terug? En zo ja, hoe?" De meeste schulden van de rijke westerse landen zijn schulden aan zichzelf. De overheid heeft schuld aan zijn burgers. De renteniers zijn de schuldeisers. De actieve bevolking consumeert meer en betaalt meer belastingen. Zo zijn de grote schulden de schulden van de ene generatie aan de andere, van de productieve bevolking aan de renteniers. Tot voor kort waren schulden zowat het ergste wat een overheidsbudget kon overkomen. Zo stelde minister van Financiën Johan Van Overtveldt (N-VA) in november 2014 dat de overheidsschuld een zware erfenis was voor de regering. Die schuld moest worden afgebouwd. Dat was in het verleden te weinig gebeurd. Dat heb ik toen goed in de oren geknoopt, want dat was net hetzelfde thema waarmee The Wall Street Journal en de Republikeinse Partij Obama acht jaar lang met giftige pijlen bestookten. Overheidsdiscipline! Geen enkel Europees land mocht er ooit maar aan denken een overheidstekort op te bouwen dat een beetje zou lijken op dat van bijvoorbeeld Italië of Griekenland (of België). De schwarze Null was het belangrijkste. Niet bespreekbaar. Overheidsschuld is een virus dat al je economische inspanningen besmet. Vreemd genoeg zorgde Donald Trump ervoor dat het geheugen van korte duur was. Het Amerikaanse overheidsdeficit rees de pan uit, zelfs nog voor de coronacrisis en neemt nu apocalyptische proporties aan. Onze familie gaat altijd zo goedkoop mogelijk in het lokale restaurantje in het weekend een dagschotel eten, maar nu gaan we elke dag in een twee- of driesterrenrestaurant de gastronomische kaart verkennen. Moet ik me zorgen maken? Nood breekt wet. De Leuvense begrotingsexpert Wim Moesen waarschuwde op 29 april voor een ondoordacht bezuinigingsbeleid. De overheid mag in het rood gaan. Het begrotingstekort zou oplopen tot 7,5 procent. De schuldgraad zou dit jaar stijgen tot 115 procent van het bruto binnenlands product. Dat is bijna het dubbele van het gewenste niveau (60%). Maar Luc Soete van de universiteit van Maastricht wees er in dit blad in tempore non suspecto (29 augustus 2019) al op dat een schuldratio van 60 procent totaal achterhaald was in een tijdperk van superlage rentevoeten. 120 procent zou perfect houdbaar moeten zijn. Dat is dan al een zorg minder. Schulden laten oplopen doe je niet straffeloos. Alle economen riepen vroeger in koor: "Niet doen, je gaat (hyper)inflatie creëren!" Hyperinflatie laat schulden wegsmelten als sneeuw voor de zon, maar ontwricht de economie. Noordkaap zong: "Z ou een heel klein beetje oorlog soms niet beter kunnen zijn?" De economen zongen: "Een beetje inflatie is goed, het is een beetje rugwind bij het fietsen. Hoge inflatie is tegenwind en hyperinflatie blaast je van de fiets." En eindeloos de geldpers laten drukken veroorzaakt hyperinflatie. Nee, zeggen de meeste economen. Nu niet. Het helikoptergeld vloeit niet naar goederen en diensten, maar grotendeels naar de beurs. De oudere bevolking en de met werkloosheid bedreigde bevolking koopt geen nieuwe spullen, maar spaart liever. Helaas zijn er ook economen die zeggen dat dit slechts tijdelijk zal zijn, dat we over een kleine twee jaar wél inflatie zullen hebben en uiteraard gevoelig meer dan de gewenste 1,5 tot 2 procent. Ondertussen mogen we ons vooral geen zorgen maken. Dat doe ik wel.