Midden jaren zeventig ging de werkende Belg rond 64 jaar met pensioen. Vanaf de tweede helft van dat decennium begonnen we ineens vroeger met pensioen te gaan. Nu gaapt er gemiddeld een kloof van vier jaar tussen de feitelijke en de officiële pensioenleeftijd van de Belgen - een record. Die kanteling heeft een naam: brugpensioen.
...

Midden jaren zeventig ging de werkende Belg rond 64 jaar met pensioen. Vanaf de tweede helft van dat decennium begonnen we ineens vroeger met pensioen te gaan. Nu gaapt er gemiddeld een kloof van vier jaar tussen de feitelijke en de officiële pensioenleeftijd van de Belgen - een record. Die kanteling heeft een naam: brugpensioen. Dat werd ingevoerd als een tijdelijke crisismaatregel om zogenaamd oudere werknemers plaats te laten maken voor werkloze jongeren, maar het systeem heeft de arbeidsbiotoop met een afschrijfcultuur vergiftigd. We zien dat bij aanwervingen en opleidingen, bij ontslagen en herstructureringen, bij werkloosheid en activering, bij promoties en loopbaanswitches: overal worden oudere werknemers geweerd, weggeduwd of vergeten. We zien dat opnieuw bij de discussie over de zware beroepen die recht moeten geven op een vroeger of hoger pensioen. Zware beroepen voeren langs de achterdeur het vervroegde pensioen in dat aan de voordeur wordt afgeschaft. Politici, vakbonden, werkgevers: ze kunnen het blijkbaar niet laten. Niemand kan betwisten dat de arbeidskwaliteit enorm is vooruitgegaan sinds de jaren zeventig. Er zijn minder fysiek belastende beroepen, de arbeidsveiligheid en het arbeidswelzijn zijn verbeterd, de arbeidsduur per werknemer is gedaald en het personeelsbeleid is meer mensgericht. Als we veertig jaar geleden al bijna tot 65 jaar konden werken, dan kunnen we dat zeker in 2018. Veel landen waar de arbeidskwaliteit niet beter is dan bij ons, doen het beter. Maar 2018 is niet het ankerpunt. De discussie over de zware beroepen is een discussie over de toekomst: ze bepaalt de loopbaanrechten voor de volgende decennia. In die toekomst zal de diversiteit van de generaties en de culturen de combinatie van werken en leven bepalen. Het wegvallen van de babyboomers zal ons ertoe dwingen het beschikbare talent beter en langer te gebruiken. Technologische transformaties zullen mensen vervangen en aanvullen. Er zijn dan geen vaste beroepen meer, maar evoluerende rollen waarin de mens zich van de machine onderscheidt. Geen arbeidsbelasting meer, maar artificiële intelligentie die de werkende mens helpt. Kortom: in de arbeid van de toekomst staan arbeidskwaliteit en arbeidstalent centraal. Daarom is de obsessie met de zware beroepen ronduit pervers. In plaats van energie en geld te steken in het afkorten van de loopbaan en het opgeven van talent, moeten we mobiliseren voor het verbeteren van de loopbaan en het inzetten van talent. In plaats van slechte arbeidskwaliteit te belonen met meer pensioenrechten, moeten we goede arbeidskwaliteit stimuleren. In plaats van de afschrijfcultuur hebben we een investeringscultuur nodig. Een investeringscultuur stelt niet de baan maar de loopbaan voorop. Meer permanente opleiding en scholing, zodat mensen gemakkelijker van baan kunnen veranderen. Meer loopbaanbeheer, zodat zware banen geen loopbanen worden. Meer financiële prikkels die slechte arbeidskwaliteit niet belonen met uitkeringen, maar ontraden met bijdragen of investeringen. Meer loopbaanfinanciering die werknemers, werkgevers, vakbonden en overheden voor een duurzame inzetbaarheid verenigt, bijvoorbeeld via de persoonlijke loopbaanrekening. Meer flexibele arbeidsvormen op een bedding van loopbaanrechten. Het dossier van de zware beroepen symboliseert het stockholmsyndroom van de Belgische pensioenhervorming. Iedereen kijkt naar de toekomst vanuit het verleden. Zonder cultuurverandering zal die toekomst grote arbeidstekorten met grote loopbaanongelijkheid combineren. Het is in ieders belang dat economische en sociale onheilsscenario te vermijden. Er zullen altijd zware beroepen overblijven. Als we de investeringscultuur omarmen, zullen die vooral hogere lonen en snellere baanwissels kennen. Intelligent pensioenbeleid kan helpen, bijvoorbeeld door een flexibel deeltijds pensioen of door effectieve loopbaanjaren te belonen. Maar we moeten echt stoppen met het organiseren van het loopbaanstoppen.