De Belgische economie behoort tot de Europese middenmotors. Om aansluiting te vinden met de top en om de economische uitdagingen aan te pakken is een breed pakket van structurele maatregelen nodig. De hoofdeconoom van Econopolis Bart Van Craeynest somt ze in een uitgebreide studie op: langer werken, een grotere fiscale hervorming, besparen op de overheidsuitgaven, meer en beter O&O en onderwijs en de ontwarring van de mobiliteitsknoop. 'Bouwstenen voor een beter België' van Bart Van Craeynest vindt u deze week bij Trends.
...

Op het eerste gezicht is er met de Belgische economie niet veel aan de hand. België heeft de Grote Recessie van 2008 zonder al te veel kleerscheuren doorstaan. De economische activiteit ligt nu 4,5 procent hoger dan begin 2008. Van de eurolanden deden enkel Duitsland, Ierland, Luxemburg en Slowakije beter.Maar Bart Van Craeynest waarschuwt: "De redelijke economische groeicijfers tijdens de crisisjaren zijn vooral te danken aan geluk, eerder dan aan kunde." België profiteerde van een relatief sterke bevolkingsgroei sinds 2008. Dat ondersteunt de groei, zeker op korte termijn. Maar op lange termijn moeten die extra mensen een plaats vinden op de arbeidsmarkt, en dat blijft in België een probleem. De economische activiteit per hoofd van de bevolking (dat is gecorrigeerd voor bevolkingsgroei) ligt nog altijd 0,3 procent lager dan in 2008. Eigenlijk stagneert de economische groei in België op die manier al acht jaar. Had België de trend van de periode 1996-2007 gevolgd, dat zou de economische activiteit per capita met 15,9 procent zijn gestegen. Bart Van Craeynest aarzelt niet te poneren dat we goed op weg zijn naar een verloren decennium.Een tweede motor van de economische groei in de post-crisisjaren is de combinatie van stijgende huizenprijzen en aanzwellende kredietgroei. Hier was geen sprake van een vastgoedcrisis. De Belgische huizenprijzen bleven stijgen, met meer dan 10 procent zelfs, terwijl onder andere Spanje (-30%) en Nederland (-20%) de huizenmarkt zagen ineenstorten. De schulden van de Belgische gezinnen stegen tussen 2008 en 2015 van 45 naar bijna 60 procent van het bruto binnenlands product (bbp). Krediet dopeert de groei, maar dit tempo is volgens de Econopolis-econoom niet vol te houden.Een doping voor de economische groei zijn de overheidsuitgaven. Sinds 2008 waren de overheidsbestedingen rechtstreeks verantwoordelijk voor de helft van de economische groei. Dat vertaalt zich bijvoorbeeld in de opvallende toename van de gesubsidieerde banencreatie. Tussen 2008 en 2015 kwamen er 141.000 banen bij, vooral in de overheid, de gezondheidszorg en via het stelsel van dienstencheques. In de maakindustrie verdwenen in dezelfde periode zo'n 90.000 banen. "We hoeven ons niet te beperken tot de crisisperiode", stelt Van Craeynest vast. "Sinds 1999 zijn er in België 500.000 banen bij gekomen. 300.000 bij de overheid en de non-profitsector. Sinds 1999 heeft geen enkel Europees land zo'n expansief budgettair beleid gevoerd als België."Een beleid dat niet eeuwig kan blijven duren. De Econopolis-econoom is duidelijk: "Als de Belgische economie relatief goed door de crisisjaren is geraakt, dan was dat zo goed als volledig te danken aan tijdelijke groeifactoren. De komende jaren zal België daar niet op kunnen blijven rekenen. Ondertussen is de economie niet echt voorbereid op de uitdagingen van de toekomst."Econopolis stelde een Future proof-indicator op om na te gaan in welke mate de Belgische economie klaar is voor de toekomst. Met een score van 0,5 (1 is het maximum) scoort België middelmatig. Van de OESO-landen halen de Verenigde Staten en de Scandinavische landen scores in de buurt van 0,7 en 0,8."De veroudering van de bevolking speelt België parten", staat te lezen in de Econopolis-studie. "Maar belangrijker is de zwakke prestatie in ondernemerschap. Daarnaast is België ook geen topland in uitgaven voor O&O en het opleidingsniveau van het arbeidspotentieel. Aan de veroudering van de bevolking valt niet zoveel te doen, maar op andere domeinen kan het beleid een wezenlijk verschil maken."De oplossing? Structurele hervormingen. Van Craeynest geeft toe dat de regering met onder meer de verhoging van de pensioenleeftijd en de taxshift al enkele noodzakelijke stappen heeft gedaan, maar er is meer nodig. De Europese Commissie ziet voor België een groeipotentieel van 18 procent over de komende twintig jaar (0,8% per jaar), het hoogste van Europa. Om het economische groeipad naar een hoger niveau te tillen moeten maatregelen worden genomen.Het vergrijzingsprobleem blijft als een zwaard van Damocles boven de Belgische economie en de overheidsfinanciën hangen. De vergrijzing doet de jaarlijkse overheidsuitgaven tegen 2040 met 4,4 procent van het bbp (vandaag 18 miljard euro) toenemen. Daarin zijn de recente regeringsmaatregelen zoals het optrekken van de pensioenleeftijd al meegerekend. Volgens Van Craeynest is er nog een lange weg te gaan. De gemiddelde werkelijke pensioenleeftijd in België is met iets meer dan 59 jaar nog altijd een van de laagste van de OESO-landen. De Econopolis-studie pleit voor maatregelen om langer werken aan te moedigen. Gesubsidieerde uitstapmogelijkheden, zoals brugpensioen, moeten op de schop. Ten tweede is de band tussen het loon en de anciënniteit te sterk. In België blijft het loon toenemen met de anciënniteit en dus de facto met de leeftijd. Oudere werknemers worden op een bepaald moment te duur in verhouding tot hun productiviteit, waardoor ze uit de markt worden geprijsd. Ten derde is er in België ontstellend weinig aandacht voor levenslang leren.De taxshfit van bijna 8 miljard euro wordt verkocht als de grootste belastinghervorming van de voorbije halve eeuw. Dat de lasten op arbeid worden verlaagd en de regering nieuwe middelen in accijnzen en hogere consumptiebelastingen (zoals de suikertaks) zoekt, vindt Van Craeynest een goede zaak. Maar er is meer nodig. In Europa heeft België de zwaarste belastingdruk op arbeid, terwijl er het minst van de belastingontvangsten uit indirecte belastingen wordt gehaald. Van Craeynest: "De Belgische economie heeft nog altijd te winnen bij een evenredige verschuiving van de lasten op arbeid naar lasten op consumptie en milieu. Het negatieve effect van een hogere btw wordt meer dan goed gemaakt door de positieve impact van de lagere lasten op arbeid."Een nieuwe taxshift richting consumptie is voor Van Craeynest ook een kans om een grote fiscale hervorming 'in dienst van de economie' door te voeren, waarbij het belastingstelsel aanzienlijk vereenvoudigd wordt. Zo bedroegen de totale btw-ontvangsten 27,5 miljard euro in 2014. Als het standaardtarief van 21 procent op alle consumptie zou worden toegepast, dan zou de btw-opbrengst 30 procent hoger liggen. Verder wijst hij erop dat heel wat fiscale gunstregimes hun oorspronkelijke doel missen of schadelijke neveneffecten veroorzaken: woonbonus, bedrijfswagens, vrijstelling van het spaarboekje... "Elk fiscaal gunstregime zou op de merites voor de algemene economische activiteit of voor specifieke beleidsdoelstellingen afgetoetst moeten worden met het oog op de beperking van het aantal speciale regimes, gecompenseerd met een brede verlaging van de nominale tarieven", zo schrijft hij.Voor hogere vermogens(winst)belastingen als compensatie voor lagere lasten op arbeid is Van Craeynest niet direct gewonnen. Met 3,5 procent van het bbp behoort de belasting op vermogen in België al tot de top drie van de OESO-landen. Bepaalde belastingen op vermogen, zoals registratierechten en successierechten, zijn hier al relatief hoog. Andere worden weinig of niet belast (spaarboekjes, huurinkomsten). "Een mogelijke piste is een taxshift binnen de belasting op vermogen, bijvoorbeeld via een eenvormige belasting voor alle vermogensinkomsten."De regering-Michel benadrukt dat ze de Belgische overheidsfinanciën gezond maakt via 75 procent besparingen en 25 procent nieuwe inkomsten. Onder Di Rupo bestond de sanering voor 60 procent uit nieuwe belastingen. Maar ondanks die besparingen blijven de Belgische primaire overheidsuitgaven (zonder rentelasten) hoog: 51,4 procent van het bbp. Volgens de Nationale Bank zullen ze deze legislatuur niet onder de 50 procent dalen. De primaire overheidsuitgaven van 1990 tot 2007 bedroegen gemiddeld 44 procent van het bbp bedroegen. Dat is - in euro's van vandaag - zo'n 30 miljard euro minder dan het huidige uitgavenniveau. "Uiteraard verklaren de toenemende vergrijzingskosten voor een deel de stijgende uitgaven", geeft Van Craeynest toe. "Maar de voorbije jaren is er amper bespaard. Voor een deel was dat te verklaren door de tegenvallende conjunctuur. Nu de economie weer aantrekt, is het tijd voor een inhaalbeweging. Wachten op nog betere groeicijfers is een zinloze en gevaarlijke oefening."Er kan nog bespaard worden op het overheidsapparaat, zo leren de cijfers in Bouwstenen voor een beter België. De overheidsuitgaven voor algemene diensten liggen in België op 5,3 procent van het bbp. In Nederland is dat minder dan 4 procent. Maar de grote besparingen zijn in de sociale zekerheid te zoeken. "Ik begrijp niet waarom sommige politici beweren dat de uitgaven in de sociale zekerheid niet meer kunnen dalen", zegt Van Craeynest. "Als we op lange termijn de vergrijzingskosten onder controle willen houden en een begrotingsevenwicht willen bereiken, dan kost dat 25 miljard euro. Indien je het geld niet gaat zoeken in de sociale zekerheid, dan moet 27 procent van alle overheidsuitgaven worden geschrapt. Of bijvoorbeeld het volledige onderwijsbudget."De veroudering van de bevolking weegt op de economische groeiperspectieven doordat het arbeidspotentieel in de economie wordt afgeremd. Er zijn relatief minder mensen op actieve leeftijd die op de arbeidsmarkt kunnen worden ingezet, zo staat te lezen in de studie. De economische groei zal de komende jaren vooral van de productiviteit moeten komen. Maar de productiviteitsgroei vertraagt al jaren. Daarom moet België volgens Bart Van Craeynest meer investeren in Onderzoek en Ontwikkeling (O&O), want het blijft een Europese middenmotor (zie grafiek Belgische O&O-uitgaven zijn laag). "Daarnaast stel ik vast dat België relatief weinig startende ondernemingen heeft in vergelijking met andere EU-landen", zet de Ecopolis-econoom. "Een van de redenen zijn de hoge administratieve lasten. In België moet je zeventien procedures doorlopen om een onderneming op te starten. In Duitsland en Nederland zijn dat er zes."Een belangrijke bron van productiviteitsgroei is de ICT-sector, maar zowel in toegevoegde waarde (minder dan 4% van de toegevoegde waarde) als in werkgelegenheid (2% van alle banen) bengelt België in die sector achteraan in het Europese peloton. Hier is dus nog groeimarge. Van Craeynest: "De rol van de overheid in een sterke ICT-sector begint bij het onderwijs. In België volgt amper 5 procent van de jongeren een hogere opleiding in de computerwetenschappen. In de buurlanden is dat 8 tot 10 procent. Meer aandacht voor IT is doorheen de schoolcarrière aangewezen. De perceptie dat het Belgische onderwijs tot het beste van de wereld behoort, strookt niet meer met de realiteit. Zowel in het aantal jongeren dat hoger onderwijs volgt als in de studieresultaten voor wiskunde en wetenschappen scoort België gemiddeld. Het onderwijs staat voor een lange lijst hervormingen met als belangrijkste het watervalsysteem en het afschaffen van de vaste benoeming."Files kosten ons elke dag 600.000 euro. Op drukke dagen kan dat oplopen tot 3 miljoen euro, zo berekende Sven Maerivoet, onderzoeker van Transport & Mobility Leuven, vorig jaar. De Belg verliest jaarlijks gemiddeld meer dan 50 uur in de file. De Econopolis-studie ziet het fileprobleem als een verstoring van de vraag (het aantal wagens dat op een bepaald moment op een bepaald stuk weg wil) en het aanbod (de beschikbare weg) en een verstoorde prijszetting. Als de vraag groter is dan het aanbod, dan neemt de prijs toe tot het evenwicht is hersteld.Van Craeynest: "Een correctere prijszetting zal mensen automatisch aanzetten hun rijgedrag te veranderen. Een manier om de prijs van het verkeer bij te sturen is slim rekeningrijden in functie van de tijd en de locatie. Als bestuurders een hogere prijs moeten betalen om op een bepaald moment op een bepaald traject te rijden, dan gaan ze alternatieven zoeken. Zelfs als een beperkt deel van de bestuurders dat doet, kan de impact op de files aanzienlijk zijn." Daarnaast pleit Bart Van Craeynest voor het drastisch beperken van het bedrijfswagensysteem. Als compensatie moeten wel de lasten op arbeid aanzienlijk dalen. "Het vervangen van de bedrijfswagen door een evenwaardig cashvoordeel met eenzelfde fiscale behandeling zou een grotere keuzevrijheid voor de werknemer betekenen. De kostprijs voor de werkgever blijft dezelfde. Dat is een goede stap in de aanpak van het fileprobleem."