Mocht u door Rusland reizen en politieke discussies vermijden, dan zult u merken dat de mensen gastvrij zijn, hartelijk, graag met u een glaasje drinken, een hapje eten, over hun familie vertellen, trots zijn op hun kinderen en hun baan best aanvaardbaar vinden.

In zijn bestseller De meeste mensen deugen beschrijft Rutger Bregman hoe soldaten soms het geweer weggooien of opzettelijk verkeerd mikken. Dat soort voorbeelden staat op het niveau van de heldenverhalen die we in elke oorlog lezen over de eigen 'jongens'. Het eerste slachtoffer in elke oorlog is immers de waarheid, en denk vooral niet dat alleen de Russen nu propaganda lezen (en slikken). Maar een oorlog is een macrogegeven, en volgt helaas het principe 'meer is anders'. Een grote groep, in de moderne tijden vaak een natiestaat, zet haar collectieve middelen in om met geweld de eigen doelstellingen te bereiken, ten koste van de ander. Geen sprake van win-win, geen sprake van 'laten we er samen het beste van maken'. Als de ander vernietigd wordt, zwaar getroffen in zijn economie, cultuur en menswaardigheid, hebben we de oorlog gewonnen. Dan kunnen we onze wil opleggen. En dan mogen we misschien wel deugen als mens, maar zodra we onze wil opleggen aan een ander, wordt het spektakel minder fraai.

De meeste mensen deugen, maar sommige bestuursvormen deugen niet.

Als de agressor niet snel zijn wil kan opleggen, leidt oorlog meestal tot een escalatie. Beide partijen, meestal in de naïeve hoop hun wil wél te kunnen opdringen, mobiliseren continu meer middelen. Dat scenario speelt zich nu af in Oekraïne. Rusland mobiliseert, is bereid zijn economie te hervormen naar een oorlogseconomie en het Westen voelt zich verplicht zijn steun aan Oekraïne op te voeren. In de uitputtingsslag zie je hoe de tol torenhoog wordt. Er kunnen geen winnaars meer uitgeroepen worden, je kunt hoogstens nog hopen op een soort vredesakkoord door uitputting. Maar eerst komt de escalatie, en dan deugen mensen niet meer.

Voetbal, maar ook het bedrijfsleven, wordt weleens voorgesteld als oorlog. Bij voetbal merk je de belachelijke escalaties, waarbij grote sommen geld aan één enkele speler (en zijn makelaar) worden besteed, geld waarmee een gemeenschap duizenden jongeren kan helpen te sporten. Het bedrijfsleven is slimmer, en probeert via prijs- of andere geheime afspraken, kartelvorming of vriendjespolitiek, destructieve concurrentie te vermijden. Slimmer moet je hier wel begrijpen als 'sluwer', want door dat soort samenwerking wordt uiteraard een derde partij (de staat, de consument) opgelicht.

Toch merk je dat het bedrijfsleven zijn oorlogen meestal vrij beschaafd voert. De meeste bedrijfsleiders deugen, net als de meeste Russen. Je kunt hopen op een andere economische organisatie dan de vrije markt (de solidaire economie), maar dan moet je wel een mechanisme vinden dat wie in een zuiver economische omgeving meer waarde wegneemt dan toevoegt, het best verdwijnt. Als bijna alle actoren in een economie negatieve toegevoegde waarde leveren, zoals in corrupte regimes, stort het hele systeem in elkaar. Dat is in de praktijk met het communisme gebeurd.

Ja, de meeste Russen deugen. Maar ondanks alle argumenten van Bregman uit verslagen over vervalste onderzoeken, slecht gerapporteerde observatiestudies, het vreemde beeld uit romans, geldt vooral het inzicht: de meeste mensen deugen, maar sommige bestuursvormen deugen niet. Rusland kent een autocratische regime, dat geheel volgens het boekje evolueert. Alles wat de positie van de autocraat versterkt, wordt toegepast. En plots begrijp je beter wat Bregman de facto geschreven heeft: we schikken ons, we willen doen wat van ons verwacht wordt. Als het systeem waarin wij leven, zij het losgeslagen consumentisme, fascisme, communisme of patriarchisme, iets van ons verwacht, dan doen we het al te gemakkelijk. Zelfs duizenden anderen doden, ook al deugen we en ontvangen we buitenlandse bezoekers heel gastvrij.

De auteur is professor-emeritus aan de Vlerick Business School.

Mocht u door Rusland reizen en politieke discussies vermijden, dan zult u merken dat de mensen gastvrij zijn, hartelijk, graag met u een glaasje drinken, een hapje eten, over hun familie vertellen, trots zijn op hun kinderen en hun baan best aanvaardbaar vinden. In zijn bestseller De meeste mensen deugen beschrijft Rutger Bregman hoe soldaten soms het geweer weggooien of opzettelijk verkeerd mikken. Dat soort voorbeelden staat op het niveau van de heldenverhalen die we in elke oorlog lezen over de eigen 'jongens'. Het eerste slachtoffer in elke oorlog is immers de waarheid, en denk vooral niet dat alleen de Russen nu propaganda lezen (en slikken). Maar een oorlog is een macrogegeven, en volgt helaas het principe 'meer is anders'. Een grote groep, in de moderne tijden vaak een natiestaat, zet haar collectieve middelen in om met geweld de eigen doelstellingen te bereiken, ten koste van de ander. Geen sprake van win-win, geen sprake van 'laten we er samen het beste van maken'. Als de ander vernietigd wordt, zwaar getroffen in zijn economie, cultuur en menswaardigheid, hebben we de oorlog gewonnen. Dan kunnen we onze wil opleggen. En dan mogen we misschien wel deugen als mens, maar zodra we onze wil opleggen aan een ander, wordt het spektakel minder fraai. Als de agressor niet snel zijn wil kan opleggen, leidt oorlog meestal tot een escalatie. Beide partijen, meestal in de naïeve hoop hun wil wél te kunnen opdringen, mobiliseren continu meer middelen. Dat scenario speelt zich nu af in Oekraïne. Rusland mobiliseert, is bereid zijn economie te hervormen naar een oorlogseconomie en het Westen voelt zich verplicht zijn steun aan Oekraïne op te voeren. In de uitputtingsslag zie je hoe de tol torenhoog wordt. Er kunnen geen winnaars meer uitgeroepen worden, je kunt hoogstens nog hopen op een soort vredesakkoord door uitputting. Maar eerst komt de escalatie, en dan deugen mensen niet meer. Voetbal, maar ook het bedrijfsleven, wordt weleens voorgesteld als oorlog. Bij voetbal merk je de belachelijke escalaties, waarbij grote sommen geld aan één enkele speler (en zijn makelaar) worden besteed, geld waarmee een gemeenschap duizenden jongeren kan helpen te sporten. Het bedrijfsleven is slimmer, en probeert via prijs- of andere geheime afspraken, kartelvorming of vriendjespolitiek, destructieve concurrentie te vermijden. Slimmer moet je hier wel begrijpen als 'sluwer', want door dat soort samenwerking wordt uiteraard een derde partij (de staat, de consument) opgelicht. Toch merk je dat het bedrijfsleven zijn oorlogen meestal vrij beschaafd voert. De meeste bedrijfsleiders deugen, net als de meeste Russen. Je kunt hopen op een andere economische organisatie dan de vrije markt (de solidaire economie), maar dan moet je wel een mechanisme vinden dat wie in een zuiver economische omgeving meer waarde wegneemt dan toevoegt, het best verdwijnt. Als bijna alle actoren in een economie negatieve toegevoegde waarde leveren, zoals in corrupte regimes, stort het hele systeem in elkaar. Dat is in de praktijk met het communisme gebeurd. Ja, de meeste Russen deugen. Maar ondanks alle argumenten van Bregman uit verslagen over vervalste onderzoeken, slecht gerapporteerde observatiestudies, het vreemde beeld uit romans, geldt vooral het inzicht: de meeste mensen deugen, maar sommige bestuursvormen deugen niet. Rusland kent een autocratische regime, dat geheel volgens het boekje evolueert. Alles wat de positie van de autocraat versterkt, wordt toegepast. En plots begrijp je beter wat Bregman de facto geschreven heeft: we schikken ons, we willen doen wat van ons verwacht wordt. Als het systeem waarin wij leven, zij het losgeslagen consumentisme, fascisme, communisme of patriarchisme, iets van ons verwacht, dan doen we het al te gemakkelijk. Zelfs duizenden anderen doden, ook al deugen we en ontvangen we buitenlandse bezoekers heel gastvrij.