Via Whatsapp bereikte ondergetekende onlangs een filmpje van een man die een kettingzaag in gang trok, terwijl hij het zaagblad tussen zijn benen geklemd hield. Het was even pijnlijk om naar te kijken als de Grote Karrewiet Verkiezingsshow, waarin de top van de Vlaamse politiek al Plopsa-dansend en zeepbellen blazend niet-stemgerechtigde kinderhartjes voor zich probeerde te winnen. Het contrast met de Belgische Europees commissaris Marianne Thyssen, met wie Trends deze week sprak, kon niet groter zijn.

In de afgelopen vijf jaar rolde Thyssen het Europese sociaal beleid uit op een manier waarmee ze vriend en vijand positief verraste. Het kostte geen vijf minuten maar vijf jaar politieke moed om haar agenda door te duwen, heel Europa af te reizen, met iedereen in gesprek te gaan, allianties te smeden en compromissen te sluiten, en zo de nodige meerderheden te halen. Kortom, politiek en beleidsvoering zoals het hoort: traag, diepgaand, technisch en saai... maar met resultaat. Slow politics, zeg maar.

De kiezer behoeft van politici geen dansjes en zeepbellen.

Bovendien moest ze schipperen tussen 28 behoudsgezinde lidstaten, verdeeld door breuklijnen die alle windrichtingen uitlopen, en een eurofiel parlement, waarvoor ze vaak niet ver genoeg ging. Ondanks die beleidsdwangbuis heeft Thyssen er meer dan twintig wetsvoorstellen en aanbevelingen door gekregen. Niet allemaal even verregaand of dwingend, maar waar alle betrokkenen zich nu wel volmondig achter scharen. Haar sociale beleid raakt aan het echte leven van burgers, luidt het oordeel unaniem.

Als beleid met 28 lidstaten voor 500 miljoen burgers succesvol kan zijn, moet dat ook mogelijk zijn met drie of vier regio's voor 11 miljoen burgers. De kiezer behoeft van politici geen dansjes en zeepbellen, maar ernst en ambities. En de toewijding om die ambities via overleg en compromissen, desnoods deels, waar te maken. Wie weet, kijken vriend en vijand dan over vijf jaar positief verrast terug op het beleid van de volgende regering.