Voor de Eerste Wereldoorlog speculeerden economen dat de handelsrelaties onder de toenmalige grootmachten een militaire conflagratie uitsloten. Het werd ondenkbaar geacht dat landen die voor hun welvaart en hun nijverheid van elkaar afhankelijk waren, elkaar een oorlog zouden aandoen. Vandaag de dag kennen we opnieuw economische globalisering. Maar deze keer worden handel en industrie niet als een obstakel, maar als middel voor een conflict gebruikt.

De Russische president Vladimir Poetin pokert in Oekraïne, omdat hij Europa klemvast heeft in een houdgreep van gas en olie. De handelsrelatie tussen Europa en Rusland dient als hefboom in de geopolitieke strijd om Russische invloedssfeer. Poetin kan het zich veroorloven de Europese Unie politiek te negeren. Maar achter de rug van de regeringen houdt hij videoconferenties met Italiaanse en Duitse bedrijfsleiders. Kwestie van hun commerciële belangen als pasmunt op het schaakbord te benutten.

De erfzonde in wat we het militariseren van de globalisering zouden kunnen noemen, ligt trouwens bij ons. De Europese Unie en de Verenigde Staten hebben van economische en financiële sancties een geopolitieke olympische sport gemaakt. Bij elk internationaal conflict zijn economische strafmaatregelen de pavlovreflex van westerse landen die militair vooral moe of onmachtig zijn. Een arsenaal van handelssancties, exportverboden, investeringsbeperkingen en heuse boycots zijn ontwikkeld om hardleerse regimes onder druk te zetten. Vele van die maatregelen zorgen vooral voor miserie onder de bevolking en voor nog meer antagonisme onder de leiders.

De globalisering wordt een instrument van confrontatie.

China heeft handel altijd al als het verlengstuk van politiek gezien. De deelname van China aan de liberale wereldorde van de globalisering kent slechts één doel: de opstanding van China als wereldmacht. Aan de ene kant staan de handel en investeringen die China en Chinese bedrijven dienen in hun commerciële opgang. Aan de andere kant staan het Chinese geld en de Chinese markt klaar om de Chinese geopolitiek te dienen. China verknecht arme landen met grote investeringsprojecten, verslaaft rijke landen aan Chinese consumenten en gebruikt die afhankelijkheid als drukkingsmiddel in conflicten. Bruskeer Chinese politieke gevoeligheden en handelssabotage uit China is uw deel.

De globalisering bijt zichzelf in de staart. Wat begon als een model voor open en vreedzaam samenleven, wordt een instrument van confrontatie, zelfs de voortzetting van oorlog met commerciële middelen. De recuperatie van handel voor conflict verschuift het theater van landenconflicten van het militaire naar het economische. Op het internet is die evolutie intussen een wereldwijd fenomeen van cyberonveiligheid en erger. Ook daarachter zitten soms staten en duistere politieke agenda's, die met bytes doen wat ze niet met geweren vermogen of durven.

De militarisering van de globalisering is nu zover doorgeslagen dat ze de klok van de globalisering zelf terugdraait. Landen en regio's die concurrenten niet via handel willen verrijken of bewapenen en die zichzelf willen indekken tegen handelssabotage, gaan voluit voor economische soevereiniteit en nationale veiligheid. Computerchips, batterijen, energie, staal, luchtvaartindustrie, ruimtetechnologie en ga zo maar door: de militarisering van de globalisering leidt tot een wapenwedloop van deglobalisering.

En wat met de bedrijven? Internationale handel en investeringen lopen meer geopolitieke risico's. De terugkeer van industrieel beleid is fatale politieke concurrentieverstoring voor wie niet in de staatsgunsten deelt. Multinationals die in alle markten thuis willen zijn, dreigen als politiek medeplichtig tussen vuren te belanden. Als de gemilitariseerde globalisering doorzet, worden ze wapen en doelwit tegelijk.

Voor de Eerste Wereldoorlog speculeerden economen dat de handelsrelaties onder de toenmalige grootmachten een militaire conflagratie uitsloten. Het werd ondenkbaar geacht dat landen die voor hun welvaart en hun nijverheid van elkaar afhankelijk waren, elkaar een oorlog zouden aandoen. Vandaag de dag kennen we opnieuw economische globalisering. Maar deze keer worden handel en industrie niet als een obstakel, maar als middel voor een conflict gebruikt. De Russische president Vladimir Poetin pokert in Oekraïne, omdat hij Europa klemvast heeft in een houdgreep van gas en olie. De handelsrelatie tussen Europa en Rusland dient als hefboom in de geopolitieke strijd om Russische invloedssfeer. Poetin kan het zich veroorloven de Europese Unie politiek te negeren. Maar achter de rug van de regeringen houdt hij videoconferenties met Italiaanse en Duitse bedrijfsleiders. Kwestie van hun commerciële belangen als pasmunt op het schaakbord te benutten.De erfzonde in wat we het militariseren van de globalisering zouden kunnen noemen, ligt trouwens bij ons. De Europese Unie en de Verenigde Staten hebben van economische en financiële sancties een geopolitieke olympische sport gemaakt. Bij elk internationaal conflict zijn economische strafmaatregelen de pavlovreflex van westerse landen die militair vooral moe of onmachtig zijn. Een arsenaal van handelssancties, exportverboden, investeringsbeperkingen en heuse boycots zijn ontwikkeld om hardleerse regimes onder druk te zetten. Vele van die maatregelen zorgen vooral voor miserie onder de bevolking en voor nog meer antagonisme onder de leiders. China heeft handel altijd al als het verlengstuk van politiek gezien. De deelname van China aan de liberale wereldorde van de globalisering kent slechts één doel: de opstanding van China als wereldmacht. Aan de ene kant staan de handel en investeringen die China en Chinese bedrijven dienen in hun commerciële opgang. Aan de andere kant staan het Chinese geld en de Chinese markt klaar om de Chinese geopolitiek te dienen. China verknecht arme landen met grote investeringsprojecten, verslaaft rijke landen aan Chinese consumenten en gebruikt die afhankelijkheid als drukkingsmiddel in conflicten. Bruskeer Chinese politieke gevoeligheden en handelssabotage uit China is uw deel.De globalisering bijt zichzelf in de staart. Wat begon als een model voor open en vreedzaam samenleven, wordt een instrument van confrontatie, zelfs de voortzetting van oorlog met commerciële middelen. De recuperatie van handel voor conflict verschuift het theater van landenconflicten van het militaire naar het economische. Op het internet is die evolutie intussen een wereldwijd fenomeen van cyberonveiligheid en erger. Ook daarachter zitten soms staten en duistere politieke agenda's, die met bytes doen wat ze niet met geweren vermogen of durven.De militarisering van de globalisering is nu zover doorgeslagen dat ze de klok van de globalisering zelf terugdraait. Landen en regio's die concurrenten niet via handel willen verrijken of bewapenen en die zichzelf willen indekken tegen handelssabotage, gaan voluit voor economische soevereiniteit en nationale veiligheid. Computerchips, batterijen, energie, staal, luchtvaartindustrie, ruimtetechnologie en ga zo maar door: de militarisering van de globalisering leidt tot een wapenwedloop van deglobalisering.En wat met de bedrijven? Internationale handel en investeringen lopen meer geopolitieke risico's. De terugkeer van industrieel beleid is fatale politieke concurrentieverstoring voor wie niet in de staatsgunsten deelt. Multinationals die in alle markten thuis willen zijn, dreigen als politiek medeplichtig tussen vuren te belanden. Als de gemilitariseerde globalisering doorzet, worden ze wapen en doelwit tegelijk.