Nederlandse boeren protesteerden afgelopen weekend in Den Haag massaal tegen het klimaatbeleid van de regering van premier Mark Rutte. De Duitse bondskanselier, Angela Merkel, presenteerde eind september verregaande maatregelen om de klimaatverandering tegen te gaan. Zo voert Duitsland een koolstoftaks in voor bedrijven die op petroleum gebaseerde producten produceren en verkopen, en een pakket van 54 miljard euro om bedrijven en burgers te helpen hun gedrag aan te passen: duurdere vliegtickets, goedkopere treinkaartjes, 1 miljoen laadpalen voor elektrische wagens enzovoort.

België zal ook verdere stappen moeten ondernemen. "Het klimaatbeleid wordt dé uitdaging van de nieuwe regionale en federale regeringen", stelt Pierre Wunsch. De gouverneur van de Nationale Bank leidde een conferentie van de Federale Raad voor Duurzame Ontwikkeling in. Het thema van de conferentie was de rol van het financiële systeem bij de klimaatuitdaging. "Het goede nieuws is: het is doenbaar de klimaatuitdaging aan te pakken tegen een redelijke prijs."

Zijn optimisme baseert Wunsch onder andere op een rapport van de OESO. De organisatie van westerse landen maakte een studie over de economische gevolgen van de klimaatverandering en berekende dat de impact met een voortzetting van het huidige beleid tegen 2100 oploopt tot 2 à 10 procent van het wereldwijde bruto binnenlands product (bbp). Een aangepast beleid kan de impact voor de Europese OESO-landen beperken tot 0,1 à 0,4 procent van dat bbp.

"Dat is minder dan een typische herziening van de nationale rekeningen", weet de gouverneur, al waarschuwt hij wel dat de maatregelen die daarvoor nodig zijn, verder moeten gaan dan wat tot nu toe is afgesproken. "Indien we wachten, zullen ze ook drastischer moeten zijn. Daarom is dringend een duidelijk en coherent beleid nodig. Op het gebied van milieutaksen scoort België niet hoog, en het zou wenselijk zijn dat dergelijke belastingen de rijkeren en de vervuilende bedrijven iets harder treft. Hoe dan ook, moeten we een evenwicht zoeken tussen de bestrijding van de opwarming en de economische draagkracht. De klimaat- en energietransitie mag geen achteruitgang zijn."

GROENE ENERGIE "We hebben een Marshallplan voor het klimaat nodig. Dat kan niet zonder de overheid." © REU

Onzekerheden

Niet iedereen is overtuigd van de schattingen van de OESO. In haar rapport wijst de organisatie op de grote onzekerheden die gepaard gaan met voorspellingen van de economische groei, de reactie van het klimaat op stijgende concentraties broeikasgassen, de waardering van de klimaatimpact enzovoort.

Bovendien zijn de OESO-cijfers nettobedragen, waarin terugverdieneffecten zijn meegerekend. Indien het elektriciteitssysteem volledig op hernieuwbare energie draait, dan hoeft Europa bijvoorbeeld minder olie en gas aan te kopen. Maar dan zijn eerst investeringen in de vergroening van onze stroomvoorziening nodig.

Daarover zijn veel minder goede cijfers voorhanden. Die hadden in het Nationale Energie- en Klimaatplan (NEKP) moeten staan, dat België bij Europa indiende. "We hebben weinig kwantitatieve informatie over de investeringsbehoeften", zegt Dominique Gusbin, teamleider Energie en Transport bij het Federaal Planbureau. "Maar daarin staan we niet alleen: weinig landen geven duidelijke cijfers in hun NEKP."

Serieuze sommen

Wel duidelijk is dat het om serieuze sommen gaat. De Franse econoom Pierre Larrouturou, een Europees Parlementslid met rode en groene wortels, en de klimatoloog Jean Jouzel lanceerden vorig jaar het Pacte Finance-Climat. Zij gaan uit van een impact van 2 tot 5 procent van het bbp, en verwijzen naar een rapport van het Europees Rekenhof, dat schat dat Europa elk jaar 1115 miljard euro moet investeren om zijn klimaatdoelstellingen tegen 2030 te halen. Zowat twee derde moet gaan naar transport, een kwart naar gebouwen en diensten, en het saldo in energienetten en de industrie.

"Dat is veel, maar niet onmogelijk", vindt Larrouturou. "Om de banken te redden tijdens de financiële crisis van 2008-2009 legden de overheden wereldwijd 1000 miljard euro op tafel. En sinds november 2014 heeft de Europese Centrale Bank met haar ' quantitative easing'-beleid liefst 2600 miljard euro gecreëerd om de groei te ondersteunen. Amper 11 procent daarvan is naar de reële economie gegaan."

De vergelijking met de redding van de banken gaat niet helemaal op. Daar ging het om leningen, die moesten worden terugbetaald. Het was ook duidelijk wie ze moest terugbetalen: de banken. Het Pacte Finance-Climat verdeelt de factuur voor pakweg isolatiewerken tussen de eindklant (50%), die een renteloze lening moet kunnen aangaan, de lidstaten (30%) en Europa (20%).

Een ander punt van kritiek is dat de Europese Centrale Bank een onafhankelijke instelling is, of zou moeten zijn, die geen verantwoording hoeft af te leggen aan de politiek. Al zijn de meningen ook daarover verdeeld. Wunsch vindt de vraag wie wat betaalt "een politieke kwestie, waar de ECB niet in mag tussenkomen", terwijl volgens Paul De Grauwe, professor aan de London School of Economics, de quantitave-easingoperatie om geld te creëren ook een politieke beslissing is.

Hoe dan ook pleit Larrouturou voor meer actie. Daarbij neemt hij ook de Green Deal van de nieuwe Commissievoorzitter Ursula von der Leyen onder vuur. "Met die deal heeft ze, via de Klimaatbank en het Duurzaam Investeringsfonds, 116 miljard euro extra per jaar beloofd voor de strijd tegen de opwarming van de aarde. Dat is een tiende van wat nodig is. De Green Deal dreigt vooral een greenwashing-operatie te worden: we beloven veel meer dan we eigenlijk doen. We hebben een Marshallplan voor het klimaat nodig. De consumptie van energie moet worden gehalveerd, en tegelijk moeten we de armoede bestrijden en alle investeringen in fossiele brandstoffen afbouwen. Dat kan niet zonder de overheid."

URSULA VON DER LEYEN "De Commissievoorzitter belooft met haar Green Deal veel meer dan we eigenlijk doen." © REU

Ook Paul De Grauwe is gewonnen voor forse overheidsinvesteringen in het klimaat. "De begrotingsregels zijn te strikt. Overheden zouden moeten kunnen investeren, op voorwaarde dat het om productieve uitgaven gaat. Een andere oplossing zou kunnen zijn dat de Europese Centrale Bank, nog meer dan ze nu doet, groene obligaties van de Europese Investeringsbank koopt."

Minstens even belangrijk vindt hij dat de overheid het juiste kader creëert. "Het technologisch optimisme van sommigen is misplaatst", meent De Grauwe. "Technologie zal niet uit zichzelf de problemen oplossen. Dat moet worden gestuurd: de prijzen moeten de juiste kosten weerspiegelen, inclusief die van de externe schade die het product in kwestie veroorzaakt. Maar zolang er geen taks op vliegtuigbrandstof is, is er weinig reden om te investeren in koolstofvriendelijke vliegtuigen."

Stranded assets

De financiering van de klimaat- en energietransitie is één zaak, een andere is de impact op de economie. Een sectorenquête van de Nationale Bank bij zeven banken en acht verzekeringsmaatschappijen wees uit dat iets meer dan de helft ervan in hun aanpak al rekening houdt met de klimaatimpact. Dat doet Triodos Bank al sinds haar oprichting, weet hoofdeconoom Kees Vendrik. "Elke financiering is impactfinanciering. Wanneer je geld in omloop brengt, moet je nadenken over de effecten daarvan."

Precies daarom heeft hij gemengde gevoelens bij het Europese actieplan om de duurzame groei te financieren. Een van de ambities daarin is een 'taxonomie' voor groene investeringen: een classificatie in zeven categorieën, vergelijkbaar met de energielabels die sinds enkele jaren op wasmachines, droog- en ijskasten staan.

Vendrik: "Helaas is die financiële taxonomie beperkt tot beleggingsproducten met een focus op het klimaat. Daarmee pakken we het probleem niet aan, maar reglementeren we wel de oplossing. We verhogen de kosten van groene financiering, zonder dat extra kapitaal naar groene activiteiten gaat. Met duurzame financiering alleen halen we de afspraken van het Klimaatakkoord van Parijs niet. Bovendien zouden alle producten onder de maatregel moeten vallen. Er is een tijdige aanpak van de stranded assets nodig: de financiering van de fossiele industrie. Die installaties dreigen over enkele jaren nagenoeg waardeloos te worden."

Die stranded assets vertegenwoordigen flink wat waarde. Sébastien Godinot, de hoofdeconoom van het Europese beleidsbureau van de milieubeweging WWF, schat dat zowat 30 procent van de economie eigenlijk niet houdbaar is. "Terwijl de taxonomie nu alleen slaat op de 3 tot 4 procent donkergroene activiteiten. We hopen dat een nieuwe versie veel ruimer zal gaan."

Gevaar van cijfers

Bovendien, stelt Christelle Dumas, professor aan de ICHEC Brussels Management School, bestaat het gevaar dat te veel wordt vertrouwd op de cijfers. "Sommige ondernemingen zullen erin slagen hun scores te verbeteren, zonder per se hun activiteiten te veranderen. Er zijn zaken, zoals menselijk leed, die je niet in cijfers kan vatten. En soms zijn er ook geen cijfers voorhanden."

Een onderzoek van het Forum Ethibel wijst in dezelfde richting, stipt communicatieverantwoordelijke Laura Uwasse aan. "Van de fondsen die zichzelf duurzaam noemen, gaf 23 procent geen antwoord of geen transparantie over de activiteiten. Bij nog eens 34 procent hebben we bedenkingen, omdat ze betrokken zijn bij staten of ondernemingen die in verband worden gebracht met overtredingen als milieuverontreiniging of kinderarbeid."

Bernard Bayot, directeur van het netwerk Financité en voorzitter van wat de coöperatieve bank New B zal worden, is niet optimistisch. "Als u Franse wijn of kaas koopt, dan weet u dat de AOC (Appellation d'Origine Contrôlée, nvdr) wordt gecontroleerd. Bij banken niet."

"Er is duidelijk behoefte aan een definitie van wat 'groen' is", besluit Pierre Wunsch. "Op termijn zullen toezichthouders de klimaatgerelateerde risico's moeten opnemen in de kapitaalvereisten van de financiële spelers. Tegelijk moet het een risicoweging blijven. Ik ben tegen lagere vereisten voor milieuvriendelijke investeringen: een risico blijft een risico, ongeacht de kleur daarvan."

1115 miljard

euro moet Europa elk jaar investeren om zijn klimaatdoelstellingen tegen 2030 te halen, schat het Europees Rekenhof.