Vanaf dinsdag moet de Griekse overheid weer haar eigen boontjes doppen. Het Europese noodhulpprogramma loopt af, het derde al sinds 2010. Een vierde heeft Griekenland niet meer nodig, aldus Europa.
...

Vanaf dinsdag moet de Griekse overheid weer haar eigen boontjes doppen. Het Europese noodhulpprogramma loopt af, het derde al sinds 2010. Een vierde heeft Griekenland niet meer nodig, aldus Europa. Concreet zal de regering van Alexis Tsipras voor haar leningen weer naar de kapitaalmarkten moeten. Dat zou moeten lukken, afgaand op de geslaagde vingeroefeningen van de voorbije maanden. In februari plaatste de Griekse regering een zevenjarige obligatie tegen een schappelijke 3,5 procent. De rente op Griekse overheidsobligaties op tien jaar schommelt rond 4 procent. In de zomer van 2015 - toen Tsipras het grote verzet organiseerde tegen de Europese hervormingseisen - was dat nog een loodzware 18 procent. Dat de kapitaalmarkten nu meer vertrouwen hebben in de voormalige rebel, komt omdat Europa Griekenland niet met lege handen wegstuurt. Het land krijgt gunstiger voorwaarden voor een deel van zijn schuld (zoals looptijdverlenging en uitstel van intrestbetaling) en een cashbuffer van 24,1 miljard euro, genoeg om de komende 22 maanden zonder geldzorgen door te komen. Dat betekent niet dat de Grieken weer mogen doen wat ze willen. De Griekse overheid blijft onder verscherpt toezicht van Europa. De besparingen en hervormingen moeten netjes worden uitgevoerd en de begroting zal nog jarenlang in de pas moeten lopen. Dat moet de Griekse overheidsschuld (eind vorig jaar 182 procent van het bbp) naar een houdbaar niveau brengen. Het door Europa uitgestippelde begrotingstraject is niet mals. Tot 2022 moet Griekenland een primair overschot (dus exclusief rentelasten) boeken van 3,5 procent van het bbp. Daarna moet het primair overschot een jaarlijks gemiddelde halen van 2,2 procent, tot 2060. De ambitieuze cijfers doen grote vragen rijzen. Het trackrecord van de Griekse begroting is niet bemoedigend, blijkt uit een IMF-rapport. In de aanloop naar de Griekse toetreding tot de euro in 2001 haalde de begroting enkele primaire overschotten, maar voor de rest waren er van 1945 tot 2015 niets anders dan tekorten, gemiddeld 3 procent per jaar. De jaren 2016 en 2017 toonden opnieuw primaire overschotten, maar dat was te danken aan geplande uitgaven die onuitgevoerd bleven. Realistisch gesproken kan Griekenland volgens het IMF op lange termijn geen primair overschot volhouden dat groter is dan 1,5 procent per jaar. Niettemin vraagt Europa veel beter te doen, 42 jaar lang. "Over zo'n lange periode halen zelfs olieproducerende landen zulke primaire overschotten niet, laat staan een land dat probeert te herstellen van een loodzware recessie", zegt George Pagoulatos, professor Europese economie en politiek aan de Athens Unversity of Economics and Business. "De zware primaire overschotten vergen besparingen die zullen wegen op de Griekse groei, zodat de overschotten nog moeilijker te halen zijn. Dat komt ook omdat de primaire overschotten grotendeels naar het betalen van buitenlandse schuldeisers gaan. Dat is het grote verschil met bijvoorbeeld Italië, waar de overheidsschuld grotendeels in binnenlandse handen is." Maken de overspannen doelstellingen Griekenland kwetsbaar voor een nieuwe crisis? Met zo'n schuldenberg hoeft niet veel verkeerd te gaan vooraleer paniek ontstaat op de obligatiemarkten. "Dat denk ik niet", zegt Pagoulatos. "Ons geluk is dat de overheidsschuld grotendeels in handen is van overheidsinstellingen - zoals het Europese noodfonds ESM - met lange looptijden en lage rente. Dat maakt ons minder onderhevig aan speculatie of stemmingswisselingen op de kapitaalmarkten."Het echte probleem is het gebrek aan groei. Economische groei is niet alleen de gezondste manier om de schulden af te lossen, maar ook om de torenhoge werkloosheid te bestrijden. Voor 2018 en 2019 voorziet het IMF in 2 en 2,4 procent groei, maar dat is een tijdelijke opflakkering, dankzij investeringen van Europese fondsen. Griekenland kan in de volgende decennia een gemiddeld groeiritme van hooguit 1 procent per jaar halen, als het heel hard zijn best doet om zijn tewerkstelling en productiviteit te verhogen. Dat zijn twee immense taken. In het snel vergrijzende Griekenland zal de bevolking op actieve leeftijd met 35 procent krimpen tegen 2060. En de Griekse productiviteit is al 47 jaar de laagste van de eurozone. Komt het ooit goed met Griekenland? Zullen de vele hervormingen alle moeite waard zijn geweest? "Niet als je weet dat de economie een kwart kleiner is geworden, de werkloosheidsgraad pieken heeft bereikt van 27 procent, en meer dan 300.000 mensen het land verlaten hebben", zegt Pagoulatos. "De hervormingen waren hard, soms te hard. Maar met haar zware overheidsschuld en haar grote onevenwichtigheden was de Griekse economie een zeepbel die wel moest springen. En dat doet altijd pijn." Toch staat Griekenland er beter voor dan het IMF laat uitschijnen, aldus Pagoulatos. "De arbeidsmarkt is een van de meest flexibele van Europa geworden, het pensioensysteem is gesaneerd, en de belastinginning is in handen van een onafhankelijke instelling. Een bedrijf oprichten gaat al veel sneller en er zijn sectoren geliberaliseerd." De slotsom: "De patiënt is nog erg zwak. Maar het ergste is vermeden."