In januari 2021 vertrok Groot-Brittannië definitief uit de Europese Unie. De export naar en import uit de Europese Unie stortten prompt in. Maar omdat het land toen in zijn derde lockdown zat, was het moeilijk om te zeggen wat het zwaarste woog. In de loop van 2022 zal de impact van de pandemie met wat geluk afnemen. De gevolgen van de brexit zullen nog altijd voelbaar zijn.
...

In januari 2021 vertrok Groot-Brittannië definitief uit de Europese Unie. De export naar en import uit de Europese Unie stortten prompt in. Maar omdat het land toen in zijn derde lockdown zat, was het moeilijk om te zeggen wat het zwaarste woog. In de loop van 2022 zal de impact van de pandemie met wat geluk afnemen. De gevolgen van de brexit zullen nog altijd voelbaar zijn. In de tweede helft van 2021 herstelde de economische vraag sneller dan het aanbod. Zowel bij de detailhandelaars als de producenten daalde de voorraad drastisch. Bovendien klaagden bedrijven over een tekort aan arbeidskrachten. Deels weerspiegelde dat de gevolgen van de pandemie. Een wereldwijde verschuiving van de consumentenvraag - van diensten naar goederen - gecombineerd met de daling van de productie door personeelsgebrek, vertraagd transport, lockdowns en stijgende energieprijzen heeft in veel rijke landen geleid tot een tekort aan goederen. Maar zelfs als die beperkingen elders afzwakken, zal de impact ervan in Groot-Brittannië langer voelbaar blijven. Het handelsakkoord dat eind 2020 met de Europese Unie is gesloten, staat toe dat bedrijven en consumenten invoerrechten en quota op goederen vermijden. Toch heeft het nieuwe hindernissen geïntroduceerd. Vooral voedselproducten op weg naar Europa worden onderworpen aan douanecontroles, maar in feite kunnen alle goederen vertragingen oplopen. Groot-Brittannië koos ervoor de controles op de import uit Europa voor het grootste deel van 2021 nog niet te implementeren. Maar ze zullen in 2022 merkbaar worden. De Britse detailhandel verwacht dat de leveringstekorten tot diep in de tweede helft van 2022 kunnen aanhouden. Het kan nog langer duren voor het tekort aan arbeidskrachten is weggewerkt. Vooral bedrijven en sectoren die veel vertrouwd hebben op Europese arbeidskrachten - zoals het wegtransport, de horeca en de levensmiddelenindustrie - zijn zwaar getroffen. Werknemers die eerder in Groot-Brittannië woonden en een vestigingsstatus hadden verworven, mogen in theorie terugkeren, maar het is onduidelijk hoeveel dat zullen doen. Nieuwe EU-werknemers zullen problemen hebben om werkvisa te krijgen voor sectoren met lagere lonen. Hogere lonen zullen meer Britten naar beroepen zoals vrachtwagenchauffeur lokken. Maar als de tekorten aanhouden, zal de regering meer banen toevoegen aan de knelpuntenberoepenlijst om zo het tekort aan te vullen door arbeidsmigranten. De inflatie zal in 2022 hoger zijn dan het streefcijfer van 2 procent van de Bank of England, maar de rentevoeten zullen maar langzaam stijgen. Als het herstel na de pandemie vertraagt en het begrotingsbeleid strikter wordt, zal de prijsdruk tegen de tweede helft van het jaar afnemen. Het Office for Budget Responsibility denkt dat de economie door de brexit op lange termijn 4 procent kleiner zal zijn dan dat ze anders geweest was. Daarentegen schat de Bank of England de impact van covid-19 voor de lange termijn op ongeveer 1 procent van het bruto binnenlands product. Tegen eind 2022 zullen de beleidsmakers meer last ondervinden van de brexit dan van covid-19.