De Europese Commissie heeft de 700 miljoen euro aan belastingvoordelen die België aan 36 ondernemingen heeft toegekend, veroordeeld als "verboden staatssteun". Maar maakte de Belgische fiscus zich echt schuldig aan deloyale fiscale concurrentie door die excess profit rulings af te sluiten? Waarschijnlijk niet. Dat mag blijken uit de gepubliceerde lijst van ondernemingen waarmee die afspraken werden gemaakt. Het gros ervan was al in België gevestigd. BASF, Ontex, Atlas Copco en andere koppelden investeringen aan het belastingvoordeel.
...

De Europese Commissie heeft de 700 miljoen euro aan belastingvoordelen die België aan 36 ondernemingen heeft toegekend, veroordeeld als "verboden staatssteun". Maar maakte de Belgische fiscus zich echt schuldig aan deloyale fiscale concurrentie door die excess profit rulings af te sluiten? Waarschijnlijk niet. Dat mag blijken uit de gepubliceerde lijst van ondernemingen waarmee die afspraken werden gemaakt. Het gros ervan was al in België gevestigd. BASF, Ontex, Atlas Copco en andere koppelden investeringen aan het belastingvoordeel. De Belgische wetgever voerde de excess profit- of overwinstrulings in 2004 in om beslissingscentra van internationaal actieve ondernemingen te verankeren. Via een voorafgaand akkoord met de fiscus werd een deel van de winst uitgesloten van belastingheffing, zodat enkel het saldo werd belast tegen de normale vennootschapsbelasting van 33,99 procent.Ons land past zo de internationale spelregels van de Organisatie voor Economische Samenwerking en Ontwikkeling (OESO) toe, die al meer dan dertig jaar gelden. Het Brusselse hoofdkwartier van een internationaal actieve onderneming heeft een lagere kostenstructuur dan vennootschappen die autonoom moeten investeren in merken en onderzoek en ontwikkeling. De Belgische dochteronderneming maakt extra winsten, omdat ze profiteert van de merkbekendheid en de knowhow die het moederbedrijf internationaal heeft opgebouwd. Dat voordeel mag tot uiting komen in de interne prijszetting. Overwinst hoeft niet te worden onderworpen aan de Belgische fiscale tarieven.De ondernemingen die een beroep doen op die rulings, zijn niet de Luxemburgse, Nederlandse of Ierse postbusvennootschappen waarmee Starbucks, Amazon, McDonald's en Apple de Europese winstbelasting hebben ontweken. De overwinstrulings creëerden een fiscale omgeving voor "substantiële" activiteiten. Net dat criterium hanteert de OESO om te oordelen of er sprake is van artificiële en dus verwerpelijke fiscale constructies via belastingparadijzen.De Europese Commissie laakt de Belgische praktijk, omdat de winsten die na de ruling met de Belgische dochteronderneming buiten ons land vallen, volgens haar ook onbelast zijn. Daar wringt het schoentje. Ons land is niet bevoegd om rekening te houden met de belasting die al dan niet in andere lidstaten wordt betaald.De OESO bood al soelaas in die kwestie. Het actieprogramma Base Erosion and Profit Shifting (BEPS) wil sinds oktober vorig jaar een einde maken aan de aantasting van de belastbare basis van landen, omdat multinationals met hun winsten heen en weer schuiven. Het BEPS-plan laat uitdrukkelijk regimes als de Belgische excess profit rulings toe. Volgens de OESO leiden die niet tot schadelijke fiscale concurrentie, als ze tenminste worden uitgewisseld tussen de lidstaten. Minister van Financiën Johan Van Overtveldt (N-VA) liet al ondubbelzinnig verstaan dat te willen doen, of de OESO het nu al verplicht of niet.Het wordt voor ondernemingen dus onmogelijk hun buitenlandse winsten te verbergen achter Belgische constructies. Het is dus onbegrijpelijk dat de Europese Commissie dat regime nu aanvalt. Bovendien gaat de OESO nog verder met de door haar opgelegde country by country reporting. Ondernemingen worden verplicht financiële informatie aan te leveren over de landen waar ze winst halen en welke belasting daarop weegt. Ook factoren van economische activiteit - zoals werkgelegenheid en onderzoek en ontwikkeling - moeten in kaart worden gebracht. Als multinationals hun buitenlandse winsten wegstoppen in fiscale vehikels, is de fiscus van de landen waar die worden gegenereerd, perfect op de hoogte. De benadeelde overheid kan dan wetgevende, administratieve of diplomatieke stappen nemen om de winsten toch te belasten.Het verzet van de Europese Commissie tegen de excess profit rulings is dus een achterhoedegevecht, omdat de OESO in een werkbare omkadering heeft voorzien om misbruiken tegen te gaan. Wil de Europese Commissie de OESO counteren met haar eenzijdige aanval op de belastingregimes, omdat die instelling de strijd tegen schadelijke fiscale concurrentie volledig domineert? De aanval van de Commissie past ook perfect in de strijd die ze al jaren voert voor de uniforme Europese vennootschapsbelasting en tegen de interne fiscale concurrentie. Vooral grote landen als Frankrijk en Duitsland hopen meer belastingen binnen te rijven door de voordelige fiscale regimes te kortwieken.Het lijkt er dus op dat de Belgische ondernemingen die de Commissie aanpakt, het slachtoffer zijn van een dubbele agenda. Juridisch hebben ze het gelijk misschien aan hun kant, maar ondertussen is de rechtszekerheid volledig verdwenen.