De Belgische economie reed de voorbije jaren op een sjoemelfiets. Het ging best vooruit sinds de Grote Recessie van 2008-2009, want in economische groei nestelde België zich in de kop van het Europese peloton. Zelfs Duitsland reed ons nauwelijks uit de wielen. Het bbp ligt nu bijna 5 procent hoger dan in 2008.
...

De Belgische economie reed de voorbije jaren op een sjoemelfiets. Het ging best vooruit sinds de Grote Recessie van 2008-2009, want in economische groei nestelde België zich in de kop van het Europese peloton. Zelfs Duitsland reed ons nauwelijks uit de wielen. Het bbp ligt nu bijna 5 procent hoger dan in 2008. Maar schijn bedriegt. Vooral de regering-Di Rupo schreef ongeoorloofde pepmiddelen voor en verstopte een motortje in het fietskader. De aanhoudende kredietgroei bij de gezinnen in combinatie met stijgende huizenprijzen, de immer stijgende overheidsuitgaven en het uitstel van structurele maatregelen gaf de prestaties van de Belgische economie een niet-duurzaam zetje. Pas met de komst van de centrumrechtse regering-Michel werd er bijgestuurd. Dat doet pijn op korte termijn, de factuur voor de kunstmatige groei van de voorbije jaren valt nu in de bus. De huidige, relatief trage groei is daarom een turteltaks op Belgische schaal. Hetzelfde zien we trouwens op wereldschaal gebeuren. Het groeimodel dat teert op kredietgroei en vertrouwt op centrale bankiers, is tot op de draad versleten. De recente beurscorrectie kan daarom worden gezien als een turteltaks op globale schaal. Maar terug naar België. De Belgische economie genoot de voorbije jaren ook van een stevige rugwind van bevolkingstoename. Die factor wordt zelden meegenomen in economische analyses, maar een bevolkingstoename van 1 procent per jaar levert ongeveer evenveel extra economische groei op. Wie de bevolkingsgroei filtert uit de Belgische groeistatistieken, komt tot een ontnuchterende vaststelling. Het reële bbp per hoofd van de bevolking - de meest relevante parameter om onze welvaart te meten - ligt nog altijd op het niveau van 2008. De hele Europese economie is overigens in dat bedje ziek en stevent op een verloren decennium af. Dat is alarmerend, omdat de sociale zekerheid in haar huidige vorm, zeker met een vergrijzende bevolking, alleen betaalbaar blijft met een minimum aan economische groei. Het goede nieuws is dat België het potentieel heeft om de groei aan te zwengelen. Hoe, dat kunt u lezen in het boekje dat bij Trends van deze week (verschijnt op donderdag 18 februari) zit. Daarin zet Bart Van Craeynest, de hoofdeconoom van Econopolis, twintig beleidsaanbevelingen op een rij. De grafiek die de evolutie van de welvaart per hoofd van de bevolking toont, verdient een plaatsje aan de muur in het parlement en op alle ministeriële kabinetten. Het slechte nieuws is dat ook deze regering de slagkracht mist om dit potentieel ten volle te ontginnen. Te veel oplapwerk, te weinig echte hervormingen. Als de N-VA niet uitkijkt, doet de regering-Michel net genoeg om de Belgische constructie te redden, maar te weinig om de sociaaleconomische bocht te maken. CD&V doet te weinig zijn deel van het kopwerk, en dat haalt de vaart uit de ploegentijdrit die de regering fietst.Neem de sanering van de overheidsfinanciën. Ook de regering-Michel krijgt het gat tot het begrotingsevenwicht niet dicht, maar dat ligt niet aan een tekort aan inkomsten, zoals CD&V-voorzitter Wouter Beke het wil spinnen, maar wel aan sterk stijgende overheidsuitgaven. CD&V heeft een punt als de partij wil waken over de discipline aan de inkomstenzijde, maar spijtig genoeg is dezelfde discipline de voorbije decennia niet aan de uitgavenkant toegepast. De frontlijn in deze regering blijft de verdeling van de inspanningen tussen extra besparingen en extra belastingen. Michel zal er een hele kluif aan hebben om de lijn te houden die driekwart van de sanering via extra besparingen en een kwart extra via extra belastingen realiseert.Of kijk naar de arbeidsmarkt. Werken wordt aantrekkelijker gemaakt, maar de grote sprong voorwaarts blijft nog uit. De werkgelegenheidsgraad van oudere werknemers en de effectieve pensioenleeftijd zijn nog altijd abominabel laag. Om die cijfers bij te spijkeren hoeft de regering het warme water niet opnieuw uit te vinden. De inzetbaarheid van alle arbeidskrachten kan worden verhoogd via levenslang leren, de verdere afbouw van de loonhandicap, uitstekend (basis)onderwijs en flexibeler arbeidsmarkten. En dat is niet alleen een must om meer Belgen aan de slag te krijgen, daar ligt ook de oplossing voor het migratievraagstuk. De instroom van vluchtelingen is tegelijk een maatschappelijke tijdbom en een welkom demografisch dividend. De beslissende variabele zijn de tewerkstellingskansen van die nieuwkomers, maar België scoort daar nog altijd bijzonder slecht. Tot slot, straf vervroegde uittreding uit de arbeidsmarkt financieel af. Iedereen heeft het recht om vroeger met pensioen te gaan, maar het is een kwestie van elementaire sociale rechtvaardigheid dat de samenleving niet opdraait voor die individuele keuze. Dat is de beste maatregel om de sociale zekerheid betaalbaar te houden en de begroting te saneren, en harder te fietsen zonder te sjoemelen.