De band tussen werken en pensioen sterker maken via iets hogere uitkeringen voor de gewerkte jaren. Een verhoging van het plafond voor de werknemerspensioenen. De levensverwachting in rekening nemen bij de berekening van de uitkering. De aanvullende bedrijfspensioenen promoten. Dat zijn de belangrijkste voorstellen uit het pensioenplan dat de CD&V deze week voorstelde.

De bedoeling is druk te zetten op de andere regeringspartijen, vooral de PS, om werk te maken van een pensioenhervorming. Maar in de Wetstraat is het wachten op een repliek van andere partijen. De enige onderbouwde reactie kwam van de Gentse arbeidseconoom Stijn Baert. Hij gaf goede punten voor de de facto herinvoering van een pensioenmalus en het promoten van bedrijfspensioenen. Kritischer was hij voor de keuze voor deeltijdse pensioenen. Het plan geeft ook de indruk dat de ene koterij door andere vervangen wordt.

Het kan natuurlijk dat minister van Pensioenen Karin Lalieux (PS) besloten heeft de plannen binnenskamers te bespreken, maar die kans is klein. Daar zijn twee redenen voor. Ten eerste maakte haar eigen pensioenplan in september 2021 duidelijk dat haar partij eigenlijk niet geïnteresseerd is in hervormingen. Ten tweede kan niet genoeg worden herhaald dat de PS met het minimumpensioen van 1.500 euro haar belangrijkste trofee binnen heeft. Conclusie: het pensioenplan van CD&V zal de komende weken en maanden vooral in een schuif blijven liggen.

Het is niet anders met de arbeidsmarkthervormingen. Enkele maatregelen die in oktober vorig jaar werden afgeklopt (opleiding promoten, een strengere aanpak van langdurig zieken, de combinatie van loon en uitkering voor langdurig werklozen die kiezen voor een knelpuntberoep) moeten de sociale partners nog bespreken. Ook moeten ze zich buigen over een versoepeling van de regels voor nachtwerk. De kans dat vakbonden en werkgevers hier een akkoord bereiken, is zo goed als nul. De dossiers komen dit voorjaar dan opnieuw op de regeringstafel, waar de maatregelen een stille dood zullen sterven.

Vicepremier en minister van Werk Pierre-Yves Dermagne (PS) lijkt niet gehaast om een aantal arbeidsmarkthervormingen door te voeren. En dat is nog zeer eufemistisch uitgedrukt. Niet alleen ontstaat soms de indruk dat de man van de aardbodem is verdwenen. Er is de directe lijn met de socialistische vakbond FGTB die maakt dat elke maatregel vooraf een njet krijgt van voorzitter Thierry Bodson. Zelfs meer flexibiliteit op de werkvloer via het inschakelen van tijdelijk werklozen om het corona-absenteïsme te counteren mag niet van de rode vakbond.

Status quo is een overwinning

Het lijkt het devies van de regering-De Croo te worden: niets doen is ook besturen. Voor de PS, de grootste regeringspartij, geldt het status quo als een overwinning en het is de bestaansreden van Vivaldi geworden. Onder druk van de radicaal-linkse PTB/PVDA waren de Franstalige socialisten in de federale regering gestapt met als doel de weinige hervormingen van de vorige regering-Michel terug te draaien. Hogere belastingen voor bedrijven en werknemers, de afschaffing van de geplande verhoging van de pensioenleeftijd naar 66 en 67 jaar. Maar dat was een brug te ver voor de Vlaamse regeringspartijen.

Daarom kiest de partij van Paul Magnette nu voor een ander verhaal: dankzij ons blijft alles bij het oude en worden er geen maatregelen genomen die als sociaal-economisch rechts worden bestempeld. Dus geen indexsprong om de impact van de oplopende inflatie op de concurrentiekracht te counteren. Geen verdere flexibilisering van de arbeidsmarkt, geen strengere regels in het stelsel van de werkloosheidsuitkering, geen versnelde activering van langdurig zieken om de krapte op de arbeidsmarkt aan te pakken. Zelfs een sanering van de begroting is taboe, ook al dreigt de factuur van de rentelasten opnieuw te stijgen. Het lijkt zowaar het recept van de rustige vastheid van het premierschap van Herman Van Rompuy (CD&V) meer dan twaalf jaar geleden, maar overgoten met een PS-sausje.

De band tussen werken en pensioen sterker maken via iets hogere uitkeringen voor de gewerkte jaren. Een verhoging van het plafond voor de werknemerspensioenen. De levensverwachting in rekening nemen bij de berekening van de uitkering. De aanvullende bedrijfspensioenen promoten. Dat zijn de belangrijkste voorstellen uit het pensioenplan dat de CD&V deze week voorstelde.De bedoeling is druk te zetten op de andere regeringspartijen, vooral de PS, om werk te maken van een pensioenhervorming. Maar in de Wetstraat is het wachten op een repliek van andere partijen. De enige onderbouwde reactie kwam van de Gentse arbeidseconoom Stijn Baert. Hij gaf goede punten voor de de facto herinvoering van een pensioenmalus en het promoten van bedrijfspensioenen. Kritischer was hij voor de keuze voor deeltijdse pensioenen. Het plan geeft ook de indruk dat de ene koterij door andere vervangen wordt.Het kan natuurlijk dat minister van Pensioenen Karin Lalieux (PS) besloten heeft de plannen binnenskamers te bespreken, maar die kans is klein. Daar zijn twee redenen voor. Ten eerste maakte haar eigen pensioenplan in september 2021 duidelijk dat haar partij eigenlijk niet geïnteresseerd is in hervormingen. Ten tweede kan niet genoeg worden herhaald dat de PS met het minimumpensioen van 1.500 euro haar belangrijkste trofee binnen heeft. Conclusie: het pensioenplan van CD&V zal de komende weken en maanden vooral in een schuif blijven liggen.Het is niet anders met de arbeidsmarkthervormingen. Enkele maatregelen die in oktober vorig jaar werden afgeklopt (opleiding promoten, een strengere aanpak van langdurig zieken, de combinatie van loon en uitkering voor langdurig werklozen die kiezen voor een knelpuntberoep) moeten de sociale partners nog bespreken. Ook moeten ze zich buigen over een versoepeling van de regels voor nachtwerk. De kans dat vakbonden en werkgevers hier een akkoord bereiken, is zo goed als nul. De dossiers komen dit voorjaar dan opnieuw op de regeringstafel, waar de maatregelen een stille dood zullen sterven.Vicepremier en minister van Werk Pierre-Yves Dermagne (PS) lijkt niet gehaast om een aantal arbeidsmarkthervormingen door te voeren. En dat is nog zeer eufemistisch uitgedrukt. Niet alleen ontstaat soms de indruk dat de man van de aardbodem is verdwenen. Er is de directe lijn met de socialistische vakbond FGTB die maakt dat elke maatregel vooraf een njet krijgt van voorzitter Thierry Bodson. Zelfs meer flexibiliteit op de werkvloer via het inschakelen van tijdelijk werklozen om het corona-absenteïsme te counteren mag niet van de rode vakbond.Het lijkt het devies van de regering-De Croo te worden: niets doen is ook besturen. Voor de PS, de grootste regeringspartij, geldt het status quo als een overwinning en het is de bestaansreden van Vivaldi geworden. Onder druk van de radicaal-linkse PTB/PVDA waren de Franstalige socialisten in de federale regering gestapt met als doel de weinige hervormingen van de vorige regering-Michel terug te draaien. Hogere belastingen voor bedrijven en werknemers, de afschaffing van de geplande verhoging van de pensioenleeftijd naar 66 en 67 jaar. Maar dat was een brug te ver voor de Vlaamse regeringspartijen. Daarom kiest de partij van Paul Magnette nu voor een ander verhaal: dankzij ons blijft alles bij het oude en worden er geen maatregelen genomen die als sociaal-economisch rechts worden bestempeld. Dus geen indexsprong om de impact van de oplopende inflatie op de concurrentiekracht te counteren. Geen verdere flexibilisering van de arbeidsmarkt, geen strengere regels in het stelsel van de werkloosheidsuitkering, geen versnelde activering van langdurig zieken om de krapte op de arbeidsmarkt aan te pakken. Zelfs een sanering van de begroting is taboe, ook al dreigt de factuur van de rentelasten opnieuw te stijgen. Het lijkt zowaar het recept van de rustige vastheid van het premierschap van Herman Van Rompuy (CD&V) meer dan twaalf jaar geleden, maar overgoten met een PS-sausje.