Na de soms hilarische en vaak ergerlijke persconferenties van de Nationale Veiligheidsraad onder leiding van toenmalig premier Sophie Wilmès (MR) kon de regering-De Croo het alleen maar beter doen. Bij haar eerste communicatie over de coronacrisis gebeurde dat ook, al was de stijlbreuk toch opvallend. Na een vergadering van het Overlegcomité, waarin de federale regering en de deelstaatregeringen samenzitten, deden premier Alexander De Croo (Open Vld) en minister van Sociale Zaken en Volksgezondheid Frank Vandenbroucke (sp.a) de strengere coronamaatregelen concreet en helder uit de doeken. Zo creëerden ze bij de bevolking enige goodwill. En dat had de regering nodig, want het wantrouwen bij de publieke opinie is groot, zeker in Vlaanderen.
...

Na de soms hilarische en vaak ergerlijke persconferenties van de Nationale Veiligheidsraad onder leiding van toenmalig premier Sophie Wilmès (MR) kon de regering-De Croo het alleen maar beter doen. Bij haar eerste communicatie over de coronacrisis gebeurde dat ook, al was de stijlbreuk toch opvallend. Na een vergadering van het Overlegcomité, waarin de federale regering en de deelstaatregeringen samenzitten, deden premier Alexander De Croo (Open Vld) en minister van Sociale Zaken en Volksgezondheid Frank Vandenbroucke (sp.a) de strengere coronamaatregelen concreet en helder uit de doeken. Zo creëerden ze bij de bevolking enige goodwill. En dat had de regering nodig, want het wantrouwen bij de publieke opinie is groot, zeker in Vlaanderen.Of de regering van socialisten, liberalen, groenen en CD&V daarmee goed gelanceerd is, is nog de vraag. Elke regering heeft recht op haar wittebroodsweken, maar die zullen niet langer duren dan anders. De degelijke coronacommunicatie maskeerde een valse start voor de regering-De Croo.Het debat over de regeerverklaring leidde vorige week tot gekibbel tussen premier Alexander De Croo (Open Vld) en de oppositiepartij N-VA over de cijfers in de begrotingstabel die de opbrengst van de strijd tegen de fiscale en sociale fraude voorspelden. De premier rekent op 1 miljard euro op kruissnelheid aan het einde van de legislatuur. De N-VA telde de jaarlijks geschatte opbrengst op en kwam uit op een verwachte opbrengst van 2,3 miljard euro.De regering rekent zich rijk, was het verwijt van de N-VA. De regeringspartijen hekelden dan weer het cijferanalfabetisme van de oppositie. Economen mengden zich in het debat, en gaven de oppositie grotendeels gelijk. Ze gaven bovendien de boodschap mee dat de begrotingstabel rommelig is opgesteld en weinig realistische inkomsten in het vooruitzicht stelt. Opvallend was dat de discussie tot op vandaag in de Wetstraat the talk of the town is. Zo moest minister van Financiën Vincent Van Peteghem (CD&V) donderdag op Radio 1 nog maar eens toegeven dat de oppositie in dit debat een punt had.Een begrotingstraject uitstippelen voor de komende jaren is altijd een kwestie van schattingen, maar de indruk overheerst dat de begrotingstabel een opsomming van irrealistische doelstellingen is. Specialisten in overheidsfinanciën waarschuwen voor een pijnlijk ontwaken in het voorjaar van 2021, wanneer de eerste begrotingscontrole gepland staat.Hetzelfde geldt voor de ambitieuze doelstellingen voor de banencreatie. In 2030 moet de Belgische werkzaamheidsgraad stijgen naar 80 procent. Dat betekent zo'n 700.000 banen extra. Ondertussen is duidelijk geworden dat die ambitie absurd is. Niet alleen vermeldt het regeerakkoord opvallend weinig concrete arbeidsmarkthervormingen, het zal in deze legislatuur ook en vooral zaak zijn de impact van de coronacrisis op de arbeidsmarkt te managen, stellen arbeidsmarktexperts als Ive Marx (Universiteit Antwerpen) en Jan Denys (Randstad).Volgens de recentste cijfers is de werkzaamheidsgraad in het tweede kwartaal van 2020 gedaald van 70,4 naar 69,6 procent. In drie maanden is dat een grote daling. Bovendien moet de echte schok op de arbeidsmarkt nog komen. In de komende maanden kan het aantal faillissementen toenemen. Almaar minder werknemers zullen zich onder de stolp van de tijdelijke werkloosheid bevinden. De leden van de regering-De Croo hebben in zekere zin geluk dat ze nu vooral worden aangesproken op het managen van de coronacrisis. Het zal niet lang duren voor de ministers zullen moeten toegeven dat we in deze legislatuur al tevreden mogen zijn, indien we tegen 2024 opnieuw de werkzaamheidsgraad van voor de coronaperiode halen. Die 80 procent is iets voor de volgende regeringen.Ten slotte berichtte De Standaard dat de afzwaaiende ministers en staatssecretarissen tijdens deze legislatuur nog recht hebben op twee door de staatskas betaalde medewerkers. De meeste ex-ministers uit de regering-Wilmès zullen daar gebruik van maken. Dat is een slecht signaal. Nochtans verkondigde de regering De Croo - net als de paars-groene regering van 20 jaar geleden - fier dat ze een einde zou maken aan de oude politieke cultuur.Daar is niet veel van te merken. Ook de al zo vaak bepleite afslanking van de ministeriële kabinetten is naar de Griekse kalender verwezen. De ploeg-De Croo telt zeven vicepremiers. Dat betekent naast de kabinetten voor het vakdepartement ook zeven kabinetten voor algemeen beleid. In economisch moeilijke tijden moet de overheid als eerste het goede voorbeeld geven. Deze ploeg ziet dat blijkbaar anders.