Een groeikrimp van 7,4 procent in 2020 gevolgd door een herneming van 6,5 procent. Dat staat te lezen in de recentste groeiprognoses van het Planbureau. Dat is een groot verschil met de economische rapporten van net voor de zomer die spraken over een krimp van meer dan 10 procent. De Nationale Bank ziet de Belgische economie in het derde kwartaal met 8 procent groeien na een krimp van respectievelijk 3,5 en 12 procent in de eerste twee kwartalen.
...

Een groeikrimp van 7,4 procent in 2020 gevolgd door een herneming van 6,5 procent. Dat staat te lezen in de recentste groeiprognoses van het Planbureau. Dat is een groot verschil met de economische rapporten van net voor de zomer die spraken over een krimp van meer dan 10 procent. De Nationale Bank ziet de Belgische economie in het derde kwartaal met 8 procent groeien na een krimp van respectievelijk 3,5 en 12 procent in de eerste twee kwartalen.De minder dramatische voorspellingen betekenen dat er in 2020-2010 geen 107.000 banen zouden verdwijnen, maar 82.000. Dat is niet eens 3 procent van werkgelegenheid in privésector. Meteen wordt ook het gitzwarte beeld van de overheidsfinanciën bijgestuurd. Het gevolg van de economische krimp is dat de overheidsinkomsten opdrogen en de uitgaven uit de pan swingen, ook en vooral omdat de regeringen miljarden euro's aan steunmaatregelen nemen. Het begrotingstekort zou volgens het Monitoringcomité aanvankelijk stijgen naar 12,3 procent van het bruto binnenlands product (bbp) of 52,7 miljard euro en zou over enkele jaren een structureel tekort van 5 procent of 24 miljard euro bedragen. Het Planbureau stuurt dat bij. Het deficit zou volgend jaar 5,4 procent van het bbp bedragen. Het Monitoringcomité ging er in juli nog van uit dat het tekort volgend jaar op 6,69 procent van het bbp zou afklokken.Het rapport van het Planbureau is goed nieuws voor de federale regeringsonderhandelaars. De cijfers tonen aan dat de Belgische economische situatie ernstig is, maar minder dramatisch dan gedacht. En dat zou de vorming van een nieuwe federale regering eerder moeten vergemakkelijken dan bemoeilijken. De preformateurs Egbert Lachaert (Open Vld) en Conner Rousseau (sp.a) mikken openlijk op een volwaardige regering tegen 1 oktober.Dat is een haalbare datum. Het economische herstel verloopt beter dan verwacht, er is geen kaalslag op de arbeidsmarkt, het begrotingstekort zal dalen,... Gezien de grote ideologische tegenstellingen tussen de socialisten, de liberalen, de groenen en CD&V zal de verleiding groot zijn geen te zware ingrepen te doen. De geplande verhoging van de uitkeringen zou dan toch haalbaar zijn, een vermogenswinstbelasting kan op de lange baan worden geschoven, net als hervormingen van het arbeidsmarktbeleid. Iedereen is dan gelukkig in een Vivaldi-regering die vooral op de winkel zat letten.Bij politici is al te horen dat de Europese Commissie een minder strenge houding zal aannemen ten opzichte van landen met een groot begrotingstekort. Een echte sanering van de begroting zou zo slechts vanaf 2022 bovenaan op de agenda staan. Ook al omdat de focus eerst op het relancebeleid ligt. Aan partijen zoals de PS, sp.a of Ecolo moet men dat geen twee keer zeggen. Dat zou meteen betekenen dat een reële groeinorm van 2,5 procent in de gezondheidszorg geen discussiepunt meer moet zijn tijdens de regeringsgesprekken. En die fetisj van een minimumpensioen van 1500 euro voor iedereen: dat moet ook wel lukken. Zeker omdat die doelstelling pas in 2024 moet worden gerealiseerd. In de Wetstraat is dat een eeuwigheid. Op korte termijn zijn de gunstige groeivooruitzichten interessant voor de Vivaldi-partijen, op langere termijn is dat nefast voor de economie.De fundamentele zwakheden van de Belgische economie blijven ondertussen bestaan, ook onder een 'feel good'-bestuur van de Vivaldi-partijen. Een te hoge fiscale druk en vaak groeiverstorende belastingen, een slabakkende productiviteitsgroei, een legioen van 1,4 miljoen inactieven (zes keer meer dan de effectief werkzoekende), enzovoort. Om de goede vrede te bewaren kan een Vivaldi-regering die pijnpunten onder de mat vegen. Maar ze zullen snel genoeg weer aan de oppervlakte komen. Wanneer in post-coronatijden de economische groei in verschillende landen van de Europese Unie opnieuw aantrekt, zal België snel achterophinken, net zoals na de financiële crisis van 2008-2009. Dankzij de zogenaamde automatische stabilisatoren (sterke sociale zekerheid, tijdelijke werkloosheid, automatische loonindexering) werd de eerste schok relatief goed opgevangen. Maar wanneer de economie in de eurozone herstelt, blijkt België een groei-achterstand op te lopen ten opzichte van Duitsland en Nederland, net wegens die structurele zwaktes. Het zal straks niet anders zijn.