Christine Lagarde verhuist van het Internationaal Monetair Fonds (IMF) naar de Europese Centrale Bank (ECB). Daardoor komt de functie van directeur-generaal vrij bij de gespecialiseerde instelling van de Verenigde Naties. De bankier was de minister van Financiën en Economie in de regering van de Franse president Nicolas Sarkozy en werd in 2011 de bazin van het IMF, na de perikelen rond Dominique Strauss-Kahn. Ze komt uit het centrumrechtse blok van de Franse politiek. President Emmanuel Macron haalt enkele slagen tegelijk binnen met haar aanduiding als gouverneur van de ECB: ze is een vrouw, ze kent er iets van, de republikeinse partij zal voort leeglopen naar La République en marche! en Frankrijk staat aan het hoofd van de ECB. Dat laatste is voor Parijs een veel beter idee dan Duitsland de ECB te laten leiden. Het ECB-leiderschap werd onlangs samen met de andere Europese topjobs verdeeld: Duitsland mag de Europese Commissie leiden, Spanje krijgt de commissaris van Buitenlandse Zaken, Italië levert de voorzitter van het Europees Parlement en Charles Michel wordt de voorzitter van de Europese Raad.

Europa

Het is een traditie dat de Amerikanen de Wereldbank mogen leiden en de nummer twee bij het Internationaal Monetair Fonds leveren. Beide instellingen liggen tegenover elkaar op de beroemdste straat van Washington DC: Pennsylvania Avenue. Van 1946 tot nu leidde Frankrijk het IMF 44 jaar, Zweden twaalf jaar, Nederland vijf jaar, België met Camille Gutt vijf jaar, Duitsland vier jaar en Spanje drie jaar. Dat Frankrijk de ECB mag leiden, houdt ook in dat het land moeilijk nog het voorzitterschap van het IMF kan claimen. Het is wel merkwaardig dat de Franse minister van Financiën en Economie Bruno Le Maire, gewezen lid van de partij van Sarkozy, de coördinatie van de Europese voordracht van de opvolger van Lagarde op zich neemt. Daarmee geven de andere Europese landen veel macht af aan Macron. Wie wordt het: iemand uit Europa, de Europese Unie of de eurozone?

Het Verenigd Koninkrijk

West-Europa is niet enkel de eurozone. Ook de Britten komen in aanmerking om het IMF te leiden. Zij hebben de instelling nog nooit geleid. Bovendien is het Verenigd Koninkrijk een Europees land en Londen het belangrijkste Europese financiële centrum. In het IMF heeft het land 4,03 procent van de stemrechten. Dat is evenveel als Frankrijk. Bovendien is de Britse munt een van de vijf pijlers (8,1% aandeel) van de Bijzondere trekkingsrechten (SDR).

De aanstelling van de nieuwe IMF-voorzitter wordt een moeilijke keuze.

Of de Britten een kans maken, is twijfelachtig. De reden is de brexit en het feit dat andere landen van de eurozone het premier Boris Johnson niet gunnen. Maar als een kandidaat van de Europese Unie of de eurozone het niet haalt, dan komt Londen wel in beeld. Een niet uit te sluiten kandidaat is de gouverneur van de Bank of Engeland, Mark Carney. Hij heeft zowel de Britse, de Canadese als de Ierse nationaliteit. De Britse nationale bank heeft - zolang de brexit nog niet is uitgevoerd - een aandeel van 14,3 procent in het ECB-kapitaal.

Rest Europa

Er zijn diverse landen die geen kans maken. Naast de Britten, de niet-Oost-Europese landen die niet tot de eurozone behoren, alsook landen als Denemarken en Zweden. Die twee landen zouden wel een Finse kandidaat steunen omdat de vijf Scandinavische landen en de drie Baltische staten samen een groep vormen in het IMF.

Eurozone

Op de shortlist van Le Maire staan vijf kandidaten. Wat zijn hun kansen? Als de Eurogroep zich wil laten gelden, dan dient gekozen te worden uit die groep van negentien landen.

Om te beginnen is er de Bulgaarse gewezen Europees commissaris Kristalina Georgieva. Haar kansen zijn klein door de beperkte economische impact van dat land en het feit dat Bulgarije geen deel uitmaakt van de Eurogroep.

De Portugese minister van Financiën en voorzitter van de Eurogroep Mario Centeno heeft zeker een kans, maar hij heeft ook nadelen, zoals de beperkte economische impact van zijn land, het feit dat de zuiderse landen dan zowel IMF als de ECB beheren en het feit dat Spanje al bedeeld is bij de Europese topjobs. Maar Centeno kan wel een kans maken omdat het IMF-voorzitterschap dan naar politiek links gaat, en de ECB met Lagarde een politiek rechts leiderschap krijgt. Een vertrek van minister Centeno maakt de zetel van voorzitter van de Eurogroep weer vrij.

De Spaanse minister van Economie Nadia Calvino staat ook op de shortlist. Maar Spanje kent een politieke interne problematische regeringsformatie en het land heeft al de positie van vicevoorzitter van de Commissie ingevuld, bevoegd voor het buitenlands beleid.

Nummer vier is de gewezen Finse Europees commissaris en huidige gouverneur van de nationale bank: Olli Rehn. Bij de recente toewijzing van de Europese topjobs is Scandinavië over het hoofd gezien. Finland is een euroland, wat Denemarken en Zweden niet zijn. Rehn maakt zeker een kans, maar weegt Finland genoeg om hem naar Washington DC te sturen?

Ten slotte, de gewezen Nederlandse minister van Financiën en voorzitter van de Eurogroep: Jeroen Dijsselbloem. De sociaaldemocraat heeft zeker de kennis en de ervaring, maar hier zijn ook enkele opmerkingen op hun plaats. Dijsselbloem behoort tot de oppositionele PvdA en die partij heeft nog negen zetels in de Tweede Kamer. De Nederlandse regering zal geen oplossing verkocht krijgen aan haar achterban als Dijsselbloem naar het IMF gaat en partijgenoot Frans Timmermans in de Europese Commissie mag blijven. Gezien de goede verstandhouding tussen minister-president Mark Rutte en Dijsselbloem kan die laatste wel naar het IMF gaan. Dan is er ook een gezondere verdeelsleutel: het noorden en links aan het hoofd van het IMF, het zuiden en rechts aan het hoofd van de ECB. Dan kan de vierpartijenregering in Den Haag ook de Europees Commissaris aanduiden uit de eigen rangen: Rutte (VVD) zelf of minister van Financiën Wopke Hoekstra (CDA). De kandidatuur van Dijsselbloem is in elk geval geen goed nieuws voor Frans Timmermans. Bovendien heeft Nederland nog niets gekregen bij de toewijzing van de Europese topjobs. De economische impact van onze noorderburen is een stuk groter, de openbare financiën zijn in orde gebracht. Bovendien ligt Nederland goed bij de Amerikanen, wat altijd is meegenomen.

De vraag is of de vijfkoppige shortlist niet dodelijk is voor de kandidaten. Ook bij de aanduiding van de Europese topjobs zijn veel verrassingen gevallen. Kunnen Angela Merkel en Emmanuel Macron zich achter dezelfde kandidaat zetten?

Conclusie

De Europese Unie heeft het voorzitterschap van het IMF nog niet binnen. Men zal eerst moeten uitmaken of men een kandidaat voordraagt uit de Europese Unie of uit de eurozone. Vervolgens is het aan de executive board van het IMF, de 24 directeurs, om een nieuwe voorzitter aan te duiden. De eurolanden zitten daar verspreid over liefst acht groepen. Er zijn dus nog heel veel landen te overtuigen om iemand uit de eurozone aan te duiden. Gezien de economische opkomst van niet-Europese landen en het feit dat de euro nog maar een aandeel van 30,9 procent (-6,5% bij de herziening van 2016 als gevolg van de Chinese toetreding) heeft in de korf van de Bijzondere trekkingsrechten (dollar 41,7% ) zal men een zeer acceptabele kandidaat moeten voorstellen. Ten slotte is de vraag welk standpunt de regering-Trump over de Europese kandidaat zal innemen. Met ander woorden, de aanduiding van een nieuwe Europese voorzitter van het IMF zal minder vlot verlopen dan de aanstelling van Christine Lagarde in 2011.