De door de Donald Trump gesteunde Republikeinse kandidaten, rabiate believers in de gestolen verkiezingsoverwinning van Joe Biden, gingen vorige week de mist in tijdens de Amerikaanse midterms. Dat veel kiezers hun mening over Trump hebben bijgesteld, verbaast de Amerikaanse wetenschapsjournalist David McRaney niet meer. Hij onderhoudt de populaire blog en podcast You Are Not So Smart, over hoe onze hersenen ons geregeld in het ootje nemen en wij veel te graag denken dat we rationele wezens zijn. Voor zijn jongste boek verdiepte hij zich in de mechanismen om iemand van mening te doen veranderen. Hoe actueel zijn boek is, blijkt ook uit de aanleiding om eraan te beginnen. "Na een lezing die ik gaf, vroeg een vrouw mij hoe ze haar vader, die diep in de complottheorieën zat, tot rede kon brengen. 'Vergeet het maar,' zei ik, 'dat gaat je niet lukken.' Op het moment zelf had ik er al spijt van. Was ik zo cynisch geworden? Ik voelde met ook niet voldoende geïnformeerd om zo'n antwoord te geven. In diezelfde periode was de publieke opinie in de Verenigde Staten over het homohuwelijk aan het omslaan van tegen naar vóór. Wat als, fantaseerde ik, al die mensen die ooit contra waren via een teletijdmachine hun tien jaar jongere zelf zouden opzoeken? Wat zouden ze elkaar te zeggen hebben? Wat had hun weerstand weggenomen? Dat wilde ik weten."
...

De door de Donald Trump gesteunde Republikeinse kandidaten, rabiate believers in de gestolen verkiezingsoverwinning van Joe Biden, gingen vorige week de mist in tijdens de Amerikaanse midterms. Dat veel kiezers hun mening over Trump hebben bijgesteld, verbaast de Amerikaanse wetenschapsjournalist David McRaney niet meer. Hij onderhoudt de populaire blog en podcast You Are Not So Smart, over hoe onze hersenen ons geregeld in het ootje nemen en wij veel te graag denken dat we rationele wezens zijn. Voor zijn jongste boek verdiepte hij zich in de mechanismen om iemand van mening te doen veranderen. Hoe actueel zijn boek is, blijkt ook uit de aanleiding om eraan te beginnen. "Na een lezing die ik gaf, vroeg een vrouw mij hoe ze haar vader, die diep in de complottheorieën zat, tot rede kon brengen. 'Vergeet het maar,' zei ik, 'dat gaat je niet lukken.' Op het moment zelf had ik er al spijt van. Was ik zo cynisch geworden? Ik voelde met ook niet voldoende geïnformeerd om zo'n antwoord te geven. In diezelfde periode was de publieke opinie in de Verenigde Staten over het homohuwelijk aan het omslaan van tegen naar vóór. Wat als, fantaseerde ik, al die mensen die ooit contra waren via een teletijdmachine hun tien jaar jongere zelf zouden opzoeken? Wat zouden ze elkaar te zeggen hebben? Wat had hun weerstand weggenomen? Dat wilde ik weten." DAVID MCRANEY. "Ik ben een ongelofelijke optimist, hoor. Feiten hebben wel degelijk de kracht om te overtuigen. Met name in een gesprekssituatie waar alle deelnemers van goede wil zijn en iedereen het eens is over de spelregels. Denk aan een gezelschap van wetenschappers, artsen of academici. Niet omdat zij heiligen zijn, maar omdat openstaan voor tegenspraak deel uitmaakt van hun groepsidentiteit. Het frustrerende is dat de meeste discussies niet in zo'n context plaatsvinden. We proberen het model van de redelijke, wetenschappelijke discussie met knip en plak over te planten naar andere omstandigheden, en dat werkt niet." MCRANEY. "De rede met een grote R is nuttig en fantastisch. Maar hoe de rede werkt, is één ding. Hoe mensen redeneren is iets heel anders. De Franse verlichtingsdenkers, de oervaders van Amerika, tot en met de cyberprofeten van de jaren negentig van vorige eeuw dachten hetzelfde: zodra iedereen vlot toegang heeft tot informatie, ligt een democratisch utopia binnen handbereik. Dus komt het erop aan encyclopedieën te schrijven, bibliotheken te bouwen en het internet te laten bloeien. Zij meenden dat, als we allemaal kennis nemen van de feiten, we zullen komen tot dezelfde conclusies, dezelfde waarden, dezelfde politieke keuzes. Niet dus. Want feiten spreken níét voor zichzelf. Twee mensen kunnen dezelfde feiten aanhalen voor tegenovergestelde conclusies. Hoe jij feiten leest, hangt af van jouw interesses, belangen, motivaties, emoties." MCRANEY. "O, zeer zeker. Hoe beter je bent opgeleid, hoe beter je bent in het rationaliseren en rechtvaardigen van het standpunt dat je toch al had. Wie sterk gemotiveerd is om bepaalde veronderstellingen voor waar aan te nemen, zoekt naar bewijs dat die aannames bevestigt." MCRANEY. "Als je vroeger uitzinnige opvattingen koesterde, stond je voor een heel karwei. Je moest ze hard maken tegenover anderen, meestal in levenden lijve, en je kon dan rekenen op tegenwind. Nu kijk je op het internet en vind je binnen de kortste keren een groep gelijkgezinden die jou bevestiging geven en bij wie je je kunt aansluiten. Polariserende opvattingen en complottheorieën zijn niet nieuw. Alleen hebben ze door het internet een nieuwe, stevige inbedding gekregen." MCRANEY. "Ik heb voor mijn boek mensen ontmoet die geloven dat de aarde plat is en 9/11 een inside job was. Het is verbijsterend tot welke mentale acrobatie mensen in staat zijn in het licht van bewijzen die hen tegenspreken. Kijk, we zijn sociale dieren. We willen bij een groep horen. Een bepaalde overtuiging aanhangen kan deel uitmaken van de groepsidentiteit. En dan is een loyaal groepslid zijn dat de gedeelde overtuigingen niet afvalt, waardevoller dan toegeven dat er wellicht iets schort aan die overtuigingen." MCRANEY. "Mensen die tegen de stroom ingaan, hebben een sociaal vangnet. Altijd. Dat gold ook voor Galilei. Hij was niet zomaar iemand. Hij was beroemd, hij had status, hij had patroons die hem steunden." MCRANEY. "Er is een onderzoek waarbij psychologen een fictieve verkiezing in de steigers zetten. In de weken vooraf werden de deelnemers gevoed met nieuwsberichten over hun favoriete kandidaat. De onderzoekers stopten daar ook ontluisterende informatie bij die ze zodanig doseerden dat ze konden nagaan wanneer de proefpersonen hun favoriet lieten vallen. Het merkwaardige was dat bij 10 tot 20 procent negatief nieuws de loyauteit jegens de omstreden kandidaat net stérker werd. Pas rond 30 procent beschamende informatie was de maat vol en werd de kandidaat afgeschreven. "Hoed je voor snelle conclusies. Afhankelijk van iemands betrokkenheid bij een onderwerp kan het kantelpunt moeilijker te bereiken zijn. Het belangrijkste is dus niet die grens van 30 procent, maar wel dát er een grens is, een twijfelniveau waarop we toegeven dat we ons vergissen. Plus: in de realiteit zullen mensen juist vermijden die drempel te bereiken door sommige informatiebronnen te mijden en andere op te zoeken." MCRANEY. "Campagnes van algemeen nut zijn goed in mensen bestoken met informatie, maar slecht in het veranderen van hun attitudes. Dat zag ik ook weer bij de pro-vaccinatiecampagnes. Uiteindelijk doet het er niet toe hoeveel correcte informatie je iemand aanbiedt, maar wel hoe die informatie doorwerkt. Ik geef je een voorbeeld: een merk probeert je zeep te verkopen met de belofte dat je naar bloemen zult ruiken, wat ook effectief zo is. Iemand die op een boorplatform werkt tussen de stoere kerels wil niet naar bloemen ruiken, dus daar valt die informatie op een koude steen. Maar stel dat iemand naar een flowerpowerfuif gaat. Die zal zeggen: 'Dit is de zeep die ik zoek'. Dat bedoel ik met doorwerking. Het is het verhaal dat mensen zichzelf vertellen over wat er met ze gaat gebeuren als ze zich laten overtuigen. 'Als ik stop met roken, ga ik niet meer cool gevonden worden.' 'Als ik stop, kan ik niet meer gezellig met de anderen onder het rokersafdakje kletsen.'" MCRANEY. "Een meeslepend verhaal kan mensen overtuigen. Je kunt zo ondergedompeld raken in de vertelling dat je de wereld vergeet en, meer nog, dat je vergeet tegenargumenten op te werpen. Het helpt enorm als je je kunt identificeren met een personage. Identificatie kan gebeuren door representatie - je ziet iemand die op jou lijkt - of doordat je je herkent in de drijfveren van een personage. Een ander gegeven is dat er in het verhaal een 'tegenstander' is, die aan het einde van de rit bijdraait, waardoor iedereen gelukkiger wordt. Die principes gelden voor films, boeken, documentaires, reclame, non-fictie, noem maar op." MCRANEY. "Dat er geen magische formule bestaat om mensen overstag te laten gaan. Streven naar een totale ommekeer in tien minuten is niet realistisch. Waar zij goed in waren, was een gesprek op gang brengen met de hoop dat de ander een beetje zou opschuiven en twijfel toeliet in zijn stelligheden. Een goed uitgangspunt is dat je niet uitgaat van het duelmodel: ik wil winnen en de ander moet verliezen, want ik heb gelijk en de ander is fout. Beter kun je de inzet van het gesprek formuleren als een raadsel dat jullie samen gaan oplossen, en dat raadsel is: waarom verschillen we van mening? Zo schep je een sfeer van samenwerking. Een andere stap is dat je vraagt hoe sterk de ander zeker is van zijn standpunt, op een schaal van één tot tien. Van daaruit kun je verder gaan: 'Je zei acht op tien. Waarom niet negen op tien?' Zo geef je die persoon de ruimte om zelf over tegenargumenten na te denken." MCRANEY. "Dat gebeurt heel zelden. Want hoe kun je 100 procent zeker van iets zijn? Meestal communiceert die persoon daarmee iets anders. Het duidt erop dat hij uiterst voorzichtig is en zich nog defensief opstelt. Ook dat moet je respecteren. Dat betekent niet dat die ander onbereikbaar is of niet overtuigbaar." MCRANEY. "Helemaal niet, je kunt gerust uitdrukken dat je er anders tegenaan kijkt. Alleen moet je erop letten dat je de ander niet het gevoel geeft dat hij zich voor zijn houding of overtuiging moet schamen, er niets vanaf weet, tot een 'fout kamp' behoort, een slecht mens is. Als je dat doet, krijg je een tegenreactie, waarop jij dan weer reageert, en zo krijg je nooit het gesprek dat je wilt." MCRANEY. "Er zijn drie sleutelwoorden. Nieuwsgierigheid, medeleven en transparantie. Wees authentiek nieuwsgierig naar het standpunt van de ander. Luister zonder te onderbreken, ook als je het niet eens bent. Wees meevoelend, anders zul je nooit snappen waarom de ander denkt zoals hij denkt. En wees transparant over je bedoelingen, dat wil zeggen: vertolk duidelijk waarom je dat gesprek wilt. Zo hoeft niemand zich zorgen te maken over verborgen agenda's. Een nieuwsgierige, betrokken, meelevende toehoorder is vele malen overtuigender dan welke feiten dan ook." MCRANEY. "De groepen van wie ik de gesprekstechnieken onderzocht, ijverden voor een progressief beleid. Een onderwerp als het homohuwelijk valt in dat domein, en ik deel die opvattingen, daar wil ik open over zijn. Maar de basis van een goed gesprek is eerst en vooral proberen te achterhalen of mensen goede redenen en een goede methode hebben om er bepaalde overtuigingen op na te houden. En dan kan zo'n gesprek een andere richting uitgaan dan je verwacht, ook een meer conservatieve, wel ja. Als je de waarheid naar waarde schat, als je een samenleving met minder onenigheid verkieslijk vindt, mag dat geen beletsel zijn. Voor mij is dat van een hogere orde dan een progressieve agenda. Maar zo komen we tenminste tot betere gesprekken, betere argumentaties en betere beslissingen, waar iedereen zich in kan vinden. Dat is het soort vooruitstrevendheid dat ik met dit boek hoop te bereiken."