De Europese Commissie organiseerde een bevraging over de plannen voor de bevoorradingszekerheid van ons land. De Creg stuurde een reactie met verschillende opmerkingen op het studiewerk dat Elia daarvoor halfweg vorig jaar afleverde. De Creg concludeert dat de noden te hoog worden ingeschat, onder meer omdat twee strenge winters in de jaren tachtig (1984-85 en 1986-87) meegerekend werden in de analyse.

Klimaatwetenschapper Wim Thiery van de VUB, die de CREG hielp bij de berkeningen, pleit er bij de VRT voor om de recentste gegevens te gebruiken in de berekeningen en zo rekening te houden met de klimaatopwarming. 'Hoe kouder het wordt, hoe meer elektriciteit we verbruiken. En in België is het klimaat al met twee graden opgewarmd, tijdens koude periodes zelfs met drie, en daar komt elk decennium een halve graad bij. Dat zorgt voor een daling van de kans op koudegolven', luidt het.

'Het licht moet blijven branden'

Elia blijft niettemin bij zijn berekeningen. 'Ons uitgangspunt is dat het licht moet blijven branden', zegt woordvoerster Marleen Vanhecke. 'Ons simulatiemodel voor het inschatten van de bevoorradingszekerheid gaat uit van diverse variabelen: beschikbaarheid van het productiepark, hoeveelheid zon en wind, verwachte temperatuur, enzovoort. Hetzelfde berekeningsmodel wordt gebruikt door ENTSO-E, het Europese netwerk van Transmissienetbeheerders.'

'Voor de klimaatvariabele nemen we 33 jaar in rekening, omdat vanaf de jaren 80 betrouwbare informatie beschikbaar is via satellieten. Wij volgen het principe dat hoe meer betrouwbare informatie er verwerkt wordt, hoe relevanter de simulatie. De twee koude winters in de jaren tachtig waren een reële situatie op dat moment', zegt Vanhecke.

Volgens Elia sluiten klimaatwetenschappers koudegolven bovendien niet uit. De kans is alleen kleiner geworden, zegt Vanhecke. 'Bovendien zien experts lokaal een toename van extreem weer, zoals hittegolven, stormen en plotse sneeuwbuien. Ook dat moet je kunnen opvangen qua bevoorradingszekerheid. Wij staan nog achter het berekeningsmodel', klinkt het.

De Europese Commissie organiseerde een bevraging over de plannen voor de bevoorradingszekerheid van ons land. De Creg stuurde een reactie met verschillende opmerkingen op het studiewerk dat Elia daarvoor halfweg vorig jaar afleverde. De Creg concludeert dat de noden te hoog worden ingeschat, onder meer omdat twee strenge winters in de jaren tachtig (1984-85 en 1986-87) meegerekend werden in de analyse. Klimaatwetenschapper Wim Thiery van de VUB, die de CREG hielp bij de berkeningen, pleit er bij de VRT voor om de recentste gegevens te gebruiken in de berekeningen en zo rekening te houden met de klimaatopwarming. 'Hoe kouder het wordt, hoe meer elektriciteit we verbruiken. En in België is het klimaat al met twee graden opgewarmd, tijdens koude periodes zelfs met drie, en daar komt elk decennium een halve graad bij. Dat zorgt voor een daling van de kans op koudegolven', luidt het.'Het licht moet blijven branden'Elia blijft niettemin bij zijn berekeningen. 'Ons uitgangspunt is dat het licht moet blijven branden', zegt woordvoerster Marleen Vanhecke. 'Ons simulatiemodel voor het inschatten van de bevoorradingszekerheid gaat uit van diverse variabelen: beschikbaarheid van het productiepark, hoeveelheid zon en wind, verwachte temperatuur, enzovoort. Hetzelfde berekeningsmodel wordt gebruikt door ENTSO-E, het Europese netwerk van Transmissienetbeheerders.''Voor de klimaatvariabele nemen we 33 jaar in rekening, omdat vanaf de jaren 80 betrouwbare informatie beschikbaar is via satellieten. Wij volgen het principe dat hoe meer betrouwbare informatie er verwerkt wordt, hoe relevanter de simulatie. De twee koude winters in de jaren tachtig waren een reële situatie op dat moment', zegt Vanhecke. Volgens Elia sluiten klimaatwetenschappers koudegolven bovendien niet uit. De kans is alleen kleiner geworden, zegt Vanhecke. 'Bovendien zien experts lokaal een toename van extreem weer, zoals hittegolven, stormen en plotse sneeuwbuien. Ook dat moet je kunnen opvangen qua bevoorradingszekerheid. Wij staan nog achter het berekeningsmodel', klinkt het.