Het Europees Parlement is voor zijn vorige zitting niet naar Straatsburg getrokken, wegens corona. Een verstandige beslissing. Wat niet kan in gewone tijden en jaarlijks zowat 100 miljoen euro aan kosten en frustraties meebrengt, kan nu wel. Maar waarom vergaderen in een stad (Brussel) die veel meer besmet is dan een andere (Straatsburg)? En dan corona inroepen als verantwoording. Dat doet denken aan de verontwaardiging van mensen die niet mogen reizen van België met zijn torenhoge besmettingsgraad naar een coronavrije bestemming in het buitenland. De kindjes mochten wel op vakantie naar Brussel, maar niet naar het buitenland.

Er is geen aspect van corona dat geen tegenstellingen, paradoxen of contradicties oproept. In de tweede helft van augustus was het kalm aan de kust, maar je moest een mondmasker dragen op de dijk. De eerste helft van september was razend druk, maar een mondmasker was niet nodig. Je mag vliegen, maar niet naar een zaaltje trekken. En ga zo maar door. Telkens opnieuw denk ik aan dat citaat van John F. Fitzgerald: 'Het bewijs voor een prima intelligentie is het vermogen om er twee tegengestelde ideeën tegelijkertijd op na te houden, en toch te kunnen blijven functioneren.' Corona is een goede oefening om intellectueel niet gek te worden. Onze maatschappij is een vat vol tegenstellingen, ons persoonlijke leven is contradictorisch, we zeggen A en doen B, we voelen C en stemmen op een partij die C negeert, we besparen op de kleintjes en verkwisten het grote geld. Corona heeft dat allemaal uitvergroot.

Corona is een goede oefening om niet gek te worden.

Dat betekent dat we het probleem waarschijnlijk fundamenteel verkeerd stellen. "Wij zijn de oplossing", stelt premier Sophie Wilmès. Maar voor welk probleem? Het is in ieder geval een gemeen probleem, a wicked problem. En heel vaak zelfs super wicked. Dat is een probleem dat verergert door te proberen er iets aan te doen. Voor een eenvoudig probleem formuleer je een helder doel, stel je vast hoe zwaar de afwijking is tussen je wens en de realiteit en zet je middelen in: tijd, geld, goodwill. Zodra een doelstelling is gegeven, kunnen we meten, opvolgen, bijsturen. Economen kunnen ons ongeluk zelfs meten in economische termen, psychiaters kunnen een verbondenheidsstoornis duiden en biostatistici mogen krommes doortrekken. Maar bij een gemeen probleem weet men niet goed wat het probleem is, wie het recht heeft dat probleem te formuleren, in welke richting men een oplossing kan zoeken. Voor gewone problemen verzamel je het best nog wat meer informatie, nog wat nauwkeuriger data. Maar op een bepaald moment weet je het wel: nog meer materiaal zal de verwarring alleen maar doen toenemen. Iedereen zal bijvoorbeeld in de cijfers over landen als Zweden, Singapore, Kameroen en India altijd wel zijn gelijk vinden. Dan gebruik je cijfers zoals een dronkaard een lantaarnpaal: niet meer om de omgeving te verlichten, maar om er tegen de leunen.

Wie is wel een meester in het oplossen, of verhelderen, van paradoxen? Niet de universiteitsrectoren die open brieven schrijven. Niet de gezondheidseconomen, de virologen en de psychologen die ons aanmoedigen met concrete haalbare doelstellingen te werken. Wel de filosofen. Privacy versus gezondheid, intimiteit versus tracing, rust in jezelf als het buiten jezelf kolkt. Iemand als Alain de Botton heeft op dit moment misschien meer te vertellen dan alle tellers, objectievenbepleiters en gezondheidssociologen samen. Over dat probleem - Waarom leven wij? Wat moet eerst komen: mijn geluk, dat van mijn familie of dat van de Vlaming, van de Pool of van de wereldburger? - kunnen we nog altijd niet veel doelstellingen, indicatoren of performantiecriteria formuleren. Word ondertussen vooral niet gek van de oneindige stroom aan paradoxen die op ons zal blijven afstormen.

Het Europees Parlement is voor zijn vorige zitting niet naar Straatsburg getrokken, wegens corona. Een verstandige beslissing. Wat niet kan in gewone tijden en jaarlijks zowat 100 miljoen euro aan kosten en frustraties meebrengt, kan nu wel. Maar waarom vergaderen in een stad (Brussel) die veel meer besmet is dan een andere (Straatsburg)? En dan corona inroepen als verantwoording. Dat doet denken aan de verontwaardiging van mensen die niet mogen reizen van België met zijn torenhoge besmettingsgraad naar een coronavrije bestemming in het buitenland. De kindjes mochten wel op vakantie naar Brussel, maar niet naar het buitenland. Er is geen aspect van corona dat geen tegenstellingen, paradoxen of contradicties oproept. In de tweede helft van augustus was het kalm aan de kust, maar je moest een mondmasker dragen op de dijk. De eerste helft van september was razend druk, maar een mondmasker was niet nodig. Je mag vliegen, maar niet naar een zaaltje trekken. En ga zo maar door. Telkens opnieuw denk ik aan dat citaat van John F. Fitzgerald: 'Het bewijs voor een prima intelligentie is het vermogen om er twee tegengestelde ideeën tegelijkertijd op na te houden, en toch te kunnen blijven functioneren.' Corona is een goede oefening om intellectueel niet gek te worden. Onze maatschappij is een vat vol tegenstellingen, ons persoonlijke leven is contradictorisch, we zeggen A en doen B, we voelen C en stemmen op een partij die C negeert, we besparen op de kleintjes en verkwisten het grote geld. Corona heeft dat allemaal uitvergroot. Dat betekent dat we het probleem waarschijnlijk fundamenteel verkeerd stellen. "Wij zijn de oplossing", stelt premier Sophie Wilmès. Maar voor welk probleem? Het is in ieder geval een gemeen probleem, a wicked problem. En heel vaak zelfs super wicked. Dat is een probleem dat verergert door te proberen er iets aan te doen. Voor een eenvoudig probleem formuleer je een helder doel, stel je vast hoe zwaar de afwijking is tussen je wens en de realiteit en zet je middelen in: tijd, geld, goodwill. Zodra een doelstelling is gegeven, kunnen we meten, opvolgen, bijsturen. Economen kunnen ons ongeluk zelfs meten in economische termen, psychiaters kunnen een verbondenheidsstoornis duiden en biostatistici mogen krommes doortrekken. Maar bij een gemeen probleem weet men niet goed wat het probleem is, wie het recht heeft dat probleem te formuleren, in welke richting men een oplossing kan zoeken. Voor gewone problemen verzamel je het best nog wat meer informatie, nog wat nauwkeuriger data. Maar op een bepaald moment weet je het wel: nog meer materiaal zal de verwarring alleen maar doen toenemen. Iedereen zal bijvoorbeeld in de cijfers over landen als Zweden, Singapore, Kameroen en India altijd wel zijn gelijk vinden. Dan gebruik je cijfers zoals een dronkaard een lantaarnpaal: niet meer om de omgeving te verlichten, maar om er tegen de leunen. Wie is wel een meester in het oplossen, of verhelderen, van paradoxen? Niet de universiteitsrectoren die open brieven schrijven. Niet de gezondheidseconomen, de virologen en de psychologen die ons aanmoedigen met concrete haalbare doelstellingen te werken. Wel de filosofen. Privacy versus gezondheid, intimiteit versus tracing, rust in jezelf als het buiten jezelf kolkt. Iemand als Alain de Botton heeft op dit moment misschien meer te vertellen dan alle tellers, objectievenbepleiters en gezondheidssociologen samen. Over dat probleem - Waarom leven wij? Wat moet eerst komen: mijn geluk, dat van mijn familie of dat van de Vlaming, van de Pool of van de wereldburger? - kunnen we nog altijd niet veel doelstellingen, indicatoren of performantiecriteria formuleren. Word ondertussen vooral niet gek van de oneindige stroom aan paradoxen die op ons zal blijven afstormen.