De Groof ontvangt ons in een knusse rijwoning vlak bij de Antwerpse ring. De Antwerpenaar combineerde vier decennia lang een taak als professor corporate finance aan de Universiteit Antwerpen met een carrière in de energiesector. Hij stond op de voorste rij bij de totstandkoming van Electrabel, de liberalisering van de energiemarkt en de opkomst van hernieuwbare energie. Toch was hij nooit een tafelspringer die over alles en nog wat zijn mening ventileerde, maar eerder een dossiervreter en een ploegspeler.
...

De Groof ontvangt ons in een knusse rijwoning vlak bij de Antwerpse ring. De Antwerpenaar combineerde vier decennia lang een taak als professor corporate finance aan de Universiteit Antwerpen met een carrière in de energiesector. Hij stond op de voorste rij bij de totstandkoming van Electrabel, de liberalisering van de energiemarkt en de opkomst van hernieuwbare energie. Toch was hij nooit een tafelspringer die over alles en nog wat zijn mening ventileerde, maar eerder een dossiervreter en een ploegspeler. Bij Electrabel groeide hij door van financial controller tot directeur-generaal, verantwoordelijk voor strategie, regulering en duurzame ontwikkeling, en voor Vlaanderen. Eind februari ging hij met pensioen. Nochtans was de energiesector zeker geen jeugddroom. "De beste carrières zijn de ongeplande. Mijn vader was directeur bij de belastingdienst. Hij was bij Interescaut langsgeweest, de elektriciteitscentrale in Schelle. Hij vond dat sjieke mensen, echt correct. Ik heb me geïnformeerd, en heb gesolliciteerd bij het moederbedrijf, EBES. Daar bleven we uiteindelijk met twee over, Aviel Verbruggen (professor emeritus aan de UA, nvdr) en ik. Ik kon ook naar de Nationale Bank, en naar de Wereldbank in Washington, maar het werd de energiesector." CHRIS DE GROOF. "Dat wordt te veel gereduceerd tot het debat over de kernuitstap en de vraag of je zeven, acht of negen gascentrales moet bouwen, en waar. Ik denk dat het belangrijker is dat de overheid een kader schept, met aandacht voor het geheel. "De overheid moet een onderscheid maken. Er is de gereguleerde sector van de netbeheerders: Elia, Fluxys, Eandis, Infrax. Moeten zij de slimme meters plaatsen, en is het hun rol warmtenetten te ontwikkelen, of kan de privésector dat beter? Op zulke vragen moet een antwoord komen. Daarnaast is er de gesubsidieerde sector: wil je injectie van autobatterijen, wil je een energie-atol op zee, wil je waterstof? "Je kunt twintig bladzijden schrijven over waterstof of elektrische voertuigen, maar je moet realistisch blijven. Hoeveel wagens hebben een batterij die geschikt is om stroom te leveren voor een huishouden? Bij mijn weten heeft alleen Nissan die, en dan nog heel beperkt. Op termijn zullen de elektrische wagens misschien wel één grote batterij worden, maar dat zal mondjesmaat gebeuren én afhankelijk zijn van de tarifering. Idem voor waterstof. Dat is geen nonsens, maar het is ook niet de oplossing voor alles." DE GROOF. "Die zal de problemen tussen 2030 en 2050 niet oplossen. Toen ik 45 jaar geleden begon, zou kernfusie binnen 50 jaar voor dé oplossing zorgen. Nu is dat nog altijd binnen 50 jaar. Misschien gebeurt het, maar ik zal het niet meer meemaken. "Ik denk dat kernenergie nog een tijd nuttig kan zijn als overgangstechnologie. Al verwacht ik niet dat er in West-Europa nog veel klassieke kerncentrales bij komen. Zelfs van de Britse plannen om er één te bouwen valt nog te bezien of die doorgaan. Het idee van de N-VA om er twee open te houden, vind ik het gezondste. Zo hypothekeer je het economische weefsel niet om ideologische redenen. "In se is het eenvoudig. Volg op of je genoeg vermogen hebt om alle gebruikers op het juiste moment te bevoorraden. Is dat zo, dan sluit je kerncentrales. Maar creëer niet de illusie dat je alles in een wip kunt oplossen. Dat geldt ook voor het kernafval. Dat probleem is niet opgelost, maar wel onder controle. Die paar extra kubieke meter nucleair afval extra doordat je twee of vier centrales langer openhoudt, zijn marginaal ten opzichte van de al bestaande hoeveelheid." DE GROOF. "Mijn pronostiek is dat Shell ermee gaat lopen: Nederlanders onder elkaar. Dat is de nationalistische reflex die wij te weinig hebben. Je ziet dat met Brussels Airlines, zelf zag ik dat vroeger met Philippe Bodson. Die wilde Electrabel en Tractebel fuseren. Dat had een grote internationale speler kunnen worden. Het is anders gelopen. Al moet ik eraan toevoegen dat, voor zover ik kan oordelen, Gérard Mestrallet (ex-topman Engie, dat zowel Electrabel als Tractebel opkocht, nvdr) altijd correct is geweest tegenover de Belgen." De GROOF. "Lang niet alles is negatief. Zonder de liberalisering was de ontwikkeling van hard- en software niet zo vergevorderd. De wetgeving is de jongste jaren tamelijk stabiel gebleven; de regulatoren hebben ongeveer hun plaats gevonden; en operationeel zijn we van een puur gereguleerd naar een zeer flexibel systeem gegaan, weliswaar ook met veel regelgeving. En toch is het licht blijven branden. Er is veel gebeurd dat een kwarteeuw geleden zeer onwaarschijnlijk leek." DE GROOF. "Over drie dingen ben ik ontgoocheld. Ten eerste over de politieke recuperatie van onze sector voor doeleinden die niets met het energiebeleid te maken hebben. Denk aan het btw-tarief dat van 21 naar 6 procent ging om een indexsprong te vermijden. Of de gascontracten die niet meer aan de olieprijs mochten worden geïndexeerd. Dat heeft onze klanten tientallen miljoenen gekost, maar dat passeert zonder meer. Politiek en verantwoordelijkheid zijn spijtig genoeg twee woorden die vaak moeilijk samen gaan. Wel werd telkens Electrabel ten onrechte politiek gebashed. "Een tweede ontgoocheling gaat over Guido Camps, de vorige directeur prijzen van de federale regulator CREG. Die heeft talloze juridische procedures opgezet tegen Electrabel, en geen enkele gewonnen (Electrabel verloor wel vier CREG-procedures over de nucleaire rente voor het Grondwettelijk hof, nvdr). De tijd, energie en miljoenen aan advocatenkosten die daarmee gepaard gingen, hadden beter naar de klant kunnen vloeien. Bij het personeel woedde toen het bbq-fenomeen. Sommigen durfden niet meer naar feestjes gaan, omdat ze zouden worden uitgemaakt voor dief, alleen omdat ze bij Electrabel werkten. "Mijn derde ontgoocheling is misschien de grootste: het gebrek aan kennis en competentie. Niemand zal je ooit vragen wat je vindt van het productieproces bij pakweg BASF of Total, maar over energie heeft iedereen een mening. Gelukkig waren en zijn er een paar politici die effectief vragen hoe iets in elkaar zit, maar veel zelfverklaarde 'experts' weten van toeten noch blazen, en grossieren in oneliners." DE GROOF. "Als die alleen was bedoeld om de productie en de levering vrij te maken, dan is ze een maat voor niets. De elektronen komen nog altijd op dezelfde manier de woonkamer binnen. Alleen zijn ze nu veel duurder, omdat het proces is opgesplitst over spelers die moeten samenwerken. "Energie wordt graag vergeleken met de telecomsector, maar daar zijn de netten vrijgemaakt. Hier niet. Een aantal leveranciers bevoorraadt zich puur op de markt en heeft geen enkele productie-installatie. Sommigen verheugen zich omdat zo veel mensen van leverancier veranderen, maar als die zich niet indekken, komen daar vroeg of laat ongelukken van. "Dankzij de liberalisering zijn wel een aantal aanverwante domeinen, zoals de CO2-problematiek en hernieuwbare energie, op de kaart gekomen. Dat zou niet, of toch pas veel later, zijn gelukt met het oude 'nationale' systeem. " DE GROOF. "Het probleem is vooral dat hij kapitaalsintensief is, en log. Vlugge, ingrijpende, veranderingen bestaan niet. Je hebt altijd een langetermijnperspectief nodig. Technologisch hebben we wellicht de grootste vernieuwingen gehad. Er zullen nog wel upgrades komen, nog betere windmolens bijvoorbeeld, maar de komende decennia zie ik geen grote spelveranderaars opduiken. "Ik hoor spreken over één Europese markt. Dat is een illusie: we zullen nooit elektriciteit over 5000 kilometer vervoeren, want dan zijn de stroomverliezen te groot. In het beste geval krijg je deelmarkten, zoals de Centraal West-Europese (CWE): Duitsland, Frankrijk en de Benelux. Binnen dat kader kan je inzetten op import, maar dat heeft zijn limieten. Want je speculeert erop dat er genoeg transportcapaciteit én voldoende centrales in het buitenland zijn. "Elk van die landen heeft zijn politieke constellatie, geografie, achtergrond, ... Dat harmoniseren is niet eenvoudig. Op Benelux-niveau kun je wel iets doen. Het hoogspanningsnet in België, Nederland, een deel van Luxemburg en Noord-Duitsland is in handen van Tennet en Elia. Daar kun je een centraal knooppunt van maken: windmolenparken op zee, internationale verbindingen voor gas van Noorwegen en Rusland, kabels naar Scandinavië en het Verenigd Koninkrijk. Ik ben hoe langer hoe meer overtuigd van een energie-eiland in de Noordzee. Dan zit je in een systeemaanpak. Ik geloof erg in het idee van de Benelux, eventueel uitgebreid met Noord-Rijnlandland-Westfalen, een energiehub te maken." DE GROOF. "Sinds begin dit jaar ben ik voorzitter van de strategische raad bij VITO, de Vlaamse Instelling voor Technologisch Onderzoek. Daar buigen we ons over zaken zoals duurzame chemie, materialen en energie. Voorts zit ik een aantal christelijk geïnspireerde organisaties: ik ben bestuurder bij Tertio, en voorzitter van een groep die werkt aan een nieuw verdienmodel voor de Antwerpse kathedraal. Daar bereiden we ook de viering van haar 500ste verjaardag voor. Geschiedenis, theologie en filosofie: voor mij hangen die samen. Ik heb altijd gezegd dat ik na mijn pensioen theologie en piano zou studeren, al vermoed ik dat mijn kleinkinderen die tijd, voorlopig althans, zullen inpalmen ( lacht)."