Zaterdag is China twintig jaar lid van de Wereldhandelsorganisatie (WTO). Dat lidmaatschap was een logisch uitvloeisel van de politiek van Deng Xiaoping, die China in de late jaren zeventig had opengesteld voor buitenlandse investeringen. De verwachtingen waren hooggespannen. Als WTO-lid zou China zijn economie nog meer op westerse leest schoeien en uitgroeien tot een volwaardig lid van de vrijemarktclub.

Dat is een misrekening gebleken. China zit weliswaar stevig ingebed in de internationale handel. Het land is nog steeds een exportmachine en voor veel westerse bedrijven is de Chinese markt onmisbaar geworden. Begin dit jaar brak Chinees president Xi Jinping in Davos zelfs een lans voor een open wereldeconomie. In werkelijkheid blijven grote delen van de Chinese economie gesloten voor buitenlandse spelers. Met de winsten gewonnen op de afgeschermde thuismarkt kunnen Chinese bedrijven de concurrentie wegspelen op de wereldmarkt.

China zal geen lid worden van de vrijemarktclub.

China gebruikt de vrije markt alleen als het dat nuttig acht. Het Westen klaagt, maar liet jarenlang betijen. Intussen is China ontbolsterd tot een economische speler van geopolitiek formaat. Het Westen probeert alsnog een tegenoffensief uit, met handelsoorlogen, zwarte lijsten met Chinese bedrijven die 'de nationale veiligheid bedreigen', of een screening van verdachte Chinese investeringen.

Het Westen komt veel te laat. China zal geen lid worden van de vrijemarktclub. Het Westen moet zich opmaken voor een eigenzinnige wereldmacht, een rivaal waar het tegelijk niet buiten kan. In de geglobaliseerde wereld blijft China een topbestemming voor westerse investeringen. En China heeft het Westen nodig als afzetmarkt. Rivalen, maar altijd open for business.

Zaterdag is China twintig jaar lid van de Wereldhandelsorganisatie (WTO). Dat lidmaatschap was een logisch uitvloeisel van de politiek van Deng Xiaoping, die China in de late jaren zeventig had opengesteld voor buitenlandse investeringen. De verwachtingen waren hooggespannen. Als WTO-lid zou China zijn economie nog meer op westerse leest schoeien en uitgroeien tot een volwaardig lid van de vrijemarktclub. Dat is een misrekening gebleken. China zit weliswaar stevig ingebed in de internationale handel. Het land is nog steeds een exportmachine en voor veel westerse bedrijven is de Chinese markt onmisbaar geworden. Begin dit jaar brak Chinees president Xi Jinping in Davos zelfs een lans voor een open wereldeconomie. In werkelijkheid blijven grote delen van de Chinese economie gesloten voor buitenlandse spelers. Met de winsten gewonnen op de afgeschermde thuismarkt kunnen Chinese bedrijven de concurrentie wegspelen op de wereldmarkt. China gebruikt de vrije markt alleen als het dat nuttig acht. Het Westen klaagt, maar liet jarenlang betijen. Intussen is China ontbolsterd tot een economische speler van geopolitiek formaat. Het Westen probeert alsnog een tegenoffensief uit, met handelsoorlogen, zwarte lijsten met Chinese bedrijven die 'de nationale veiligheid bedreigen', of een screening van verdachte Chinese investeringen. Het Westen komt veel te laat. China zal geen lid worden van de vrijemarktclub. Het Westen moet zich opmaken voor een eigenzinnige wereldmacht, een rivaal waar het tegelijk niet buiten kan. In de geglobaliseerde wereld blijft China een topbestemming voor westerse investeringen. En China heeft het Westen nodig als afzetmarkt. Rivalen, maar altijd open for business.